Uit het onderzoek van professor Van Rood blijkt, dat
moeders tijdens de zwangerschap afweercellen tegen hun kind
ontwikkelen. Deze zijn gericht tegen genetische kenmerken die het
kind van de vader geërfd heeft. Ze zijn in staat leukemie te
genezen, zelfs in de kleine hoeveelheden waarmee ze in het
navelstrengbloed aanwezig zijn.
Opruimen van kankercellen
Veel leukemiepatiënten krijgen stamcellen uit het beenmerg van
een donor nadat hun eigen zieke beenmerg door chemotherapie
grotendeels van leukemiecellen gezuiverd is. Tegenwoordig kan dit
ook met stamcellen uit navelstrengbloed. In beide gevallen is het
belangrijk dat de donor genetisch niet te veel verschilt van de
ontvanger, met name wat betreft de zogenaamde weefselgroepen of
HLA-factoren.
Een donor met precies dezelfde HLA-factoren werd altijd
beschouwd als ideaal. Recent is echter aangetoond dat de cellen van
een donor met een HLA-profiel dat niet helemaal identiek is met dat
van de patiënt de achtergebleven kankercellen beter kunnen
opruimen.
"Je moet kiezen tussen twee kwaden", zegt eerste auteur prof.
Jon van Rood. "Wanneer de HLA-factoren van donor en ontvanger te
veel verschillen kun je een graft-versus-host-reactie krijgen,
waarbij de gedoneerde cellen het weefsel van de ontvanger aanvallen
en dat kan dodelijk zijn. Maar als ze te weinig verschillen is er
meer kans op terugkomst van de leukemie."
De moeder contra de vader
Tijdens de zwangerschap komen er cellen van het kind in de
moeder terecht. Door dit zogenaamde microchimerisme bouwt zij
afweer op tegen genetische kenmerken van de vader. Het was al
bekend dat een kind met leukemie beter beenmerg van zijn moeder kan
krijgen dan van zijn vader, omdat de moeder tijdens de zwangerschap
immuniteit heeft opgebouwd tegen de vaderlijke HLA-factoren. Er is
dan veel minder kans op terugkeer van de tumor, en de
graft-versus-host-reactie is niet sterk verhoogd.
Van Rood en medewerkers laten nu in de Proceedings of the
National Academy of Sciences (PNAS) zien dat die moedercellen
met immuniteit tegen de vader ook in minieme hoeveelheden in
navelstrengbloed voorkomen. Wanneer dat navelstrengbloed
getransplanteerd wordt, kunnen de cellen van de moeder de
leukemiecellen van een onverwante patiënt herkennen en er voor
zorgen dat de leukemie niet terugkomt.
"Toen navelstrengbloed voor het eerst bij leukemiepatiënten
gebruikt werd was men verbaasd dat de leukemie meestal niet
terugkwam, omdat werd aangenomen dat cellen van het pasgeboren kind
geen immuniteit kunnen ontwikkelen. Nu begrijpen we dat een gering
aantal cellen van de moeder met immuniteit tegen de vader in het
getransplanteerde navelstrengbloed de leukemie onder controle
houdt. Van Rood, inmiddels 85 jaar, blijft dus volop actief en
creatief in zijn vakgebied als onderzoeker bij Europdonor, de
Nederlandse stamceldonorbank.