• A
  • A
  • Blog: de interdisciplinaire belofte

    - Deze maand doet Sicco de Knecht een project over labelling in de psychiatrie. In zijn eerste blog schrijft hij over dat nieuwe toverwoord dat het academisch onderzoek de 21e eeuw in moet loodsen: interdisciplinariteit.

    Hieronder lees je de blog van Sicco de Knecht. 

    In het project dat we doen bij de Fondation Brocher staat een bio-ethisch thema centraal: verantwoorde labelling in de psychiatrie. De vraag die voorligt is hoe de huidige praktijk van het toewijzen van een diagnose in zijn werk gaat, en wat er mogelijk beter zou kunnen. Met een team van vier mensen uit zeer verschillende disciplines werken we aan deze vraag in de overtuiging dat de combinatie van eenieders inbreng samen tot iets leidt dat meer is dan de som der delen.

    Tenminste, dat is de gedachte, en het is ook vaak de gedachte van onderzoekers die een gezamenlijk project indienen of faculteits- of universiteitsbesturen die interdisciplinariteit als doelstelling opnemen in hun beleidsplannen. Ook het Ministerie van OCW en verstrekkers van onderzoeksbeurzen leggen steeds meer de nadruk op samenwerking tussen verschillende disciplines. Maar wat is interdisciplinariteit nu eigenlijk, en hoe zorg je er voor dat een dergelijke aanpak ook daadwerkelijk meerwaarde heeft?

    Disciplinair

    De eerste vraag die opkomt bij interdisciplinariteit is misschien wel de meest basale: wat is in vredesnaam een discipline? Een eerste gedachte die opkomt is om te verwijzen naar de bekende, oud-Griekse, indeling van de wetenschap in strikt gescheiden disciplines. We delen er nog altijd onze faculteiten, vakgroepen, en opleidingen op in. En dat alles schept een schijnbare orde in de chaos.

    Deze indeling werkt op abstract niveau ogenschijnlijk verhelderend. De wiskunde staat apart van de natuurkunde, en samen staan deze samen weer mijlenver van de sociologie. Maar dat we de wereld zo indelen betekent niet dat alle fenomenen zich langs deze lijnen laten verklaren. Waar het onderscheid in eerste instantie lijkt te helpen, staat het denken in hokjes het begrip soms vervelend in de weg.

    Steker nog, bij nadere beschouwing blijkt de indeling in disciplines vaak totaal incoherent en onlogisch. Sommige disciplines zijn opgehangen aan een bepaald studieobject, zeg stamcelonderzoek. Andere zijn georganiseerd langs de lijnen van de meest gebruikte onderzoeksmethodiek, neem de moleculaire biologie. Het is net zo waarschijnlijk dat onderzoekers uit deze vakgebieden elkaar dagelijks spreken als dat ze elkaar nooit spreken: het hangt af van de vraag waar ze aan werken.

    Bij veel vraagstukken ontkom je er niet aan om buiten je eigen ‘discipline’ te treden. Maar het feit dat een discipline geen vast omlijnd ‘ding’ is betekent nog niet dat het een makkelijke opgave is om met anderen specialisten samen te werken. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen, van persoonlijke en professionele verschillen tot aan de onderliggende beloningsstructuren die het krijgen van een beurs of het publiceren van interdisciplinair onderzoek lastig maken.

    Multidisciplinair

    Een andere oorzaak ligt in de structuren zelf. Onderwijs en onderzoek zijn over het algemeen namelijk sterk verkokerd georganiseerd – sommigen spreken ook wel eens silo’s. In Nederland in het bijzonder worden leerlingen vanaf een vroeg moment in een profiel geplaatst, en deze specialisatie neemt eigenlijk alleen maar toe naarmate het onderwijsstelsel verder wordt doorlopen. 

    Waar het bachelor-master systeem misschien een homo universalis beoogde heeft het een homo specialisalis opgeleverd. De opleiding is vooral een traject waar je wordt geleerd wat je niet hoeft te weten.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat wetenschappers niet altijd direct open staan voor samenwerking met andere disciplines, laat staan dat ze bedreven zijn in zulke processen. Er bestaat een sterke, en soms ook behendig gecultiveerde, onderschatting van de waarde van andermans onderzoek tussen, en soms zelfs binnen, vakgebieden. Die bevordert de communicatie niet bepaald, en dat terwijl dat laatste waarschijnlijk het belangrijkste is.

    Als er dan al sprake is van een vakoverstijgende benadering komt dit toch veelal neer op wat multidisciplinair onderzoek genoemd zou kunnen worden. Meerdere disciplines komen samen om, vanaf verschillende kanten, aan een gezamenlijk gedefinieerd probleem te werken. Als je niet uitkijkt is het een beetje alsof je een blokhut schildert met drie vrienden, zonder dat je de ander kunt zien werken. Het levert vast een geschilderde blokhut op, maar je eindigt al snel met een bont bouwwerk waar niemand echt op zat te wachten.

    Noem het luiheid, ongemak of arrogantie waarom men liever niet om de hoek kijkt maar feit is dat het de zaken in ieder geval simpel houdt. Iedereen heeft voldaan aan de opdracht: samenwerken, en er is een resultaat uitgekomen. Ons team kent deze praktijk maar al te goed, bijvoorbeeld uit opdrachten tijdens onze interdisciplinaire master of projecten in ons promotieonderzoek.

    Sterker nog, in sommige vakgebieden raden senior onderzoekers ons zelfs deze aanpak aan: ‘Schrijf toch vooral vanuit je eigen discipline’. Echt interdisciplinair onderzoek, dat staat mooi op je beursaanvraag maar het is volgens velen praktisch onhaalbaar, en bovendien niet publicabel.

    Interdisciplinair

    Als het geheel werkelijk meer moet zijn dan de som der delen dan zal er toch een of ander (wederzijds) leerproces tussen de partijen op moeten treden. Dat houdt in dat je gedwongen bent om elkaar, en dus ook jezelf, andere manieren van denken aan te leren en daar bovenal voor open moet staan.

    Want als interdisciplinair onderwijs en onderzoek goed gedaan worden levert deze aanpak wel degelijk een meerwaarde op. Deze meerwaarde komt dan uit de combinatie van het bij elkaar zetten van individuen met een sterke ontwikkeling binnen een discipline, die gezamenlijk vragen kunnen stellen (en beantwoorden) die ze zelf niet hadden gesteld.

    Het voert te ver om hier een recept te geven voor een dergelijk ingewikkeld proces als interdisciplinair samenwerken. Ook wij hebben dat nog lang niet allemaal volledig in de vingers en dat zal ook nog wel even duren. Als eerste handreiking alvast een paar tips die vooral met verwachtingsmanagement te maken hebben:

    • Heb vertrouwen in het expertise van de ander. Jij kunt dit hoogstwaarschijnlijk niet beoordelen en de ander weet vaak meer dan jij je voor kunt stellen.
    • Heb geduld. Niet alleen met de ander maar ook met jezelf. Het kan even duren om iets goed uit te leggen, net als dat het tijd kost om iets te begrijpen.
    • Probeer samen tot nieuwe vragen te komen. Vragen uit je eigen discipline kennen een hoog hamer-spijker gehalte, dus probeer samen tot iets nieuws te komen. 

    Of het gaat lukken om een antwoord te vinden op de vraag hoe we verantwoorder kunnen labellen, dat zal de tijd moeten leren. Wat de beste route zal zijn om daar te komen; helemaal ondergedompeld in elkaars discipline, of werkend vanuit eigen expertise, daar zullen we mee moeten spelen. Wel is nu al duidelijk dat het ter discussie stellen van elkaars aannames bijzonder verfrissend werkt.