• A
  • A
  • Rectoren breken lans voor andere financiering

    Universiteit Antwerpen

    Universiteit Antwerpen

    - Terwijl Nederlandse instellingen niet echt warmlopen voor meer prestatieafspraken, hebben Vlaamse universiteiten het gemunt op een ander financieringseuvel: concurrentie. Rectoren Herman Van Goethem en Caroline Pauwels breken een lans voor het herzien van het financieringsmodel voor universitair onderzoek en onderwijs.

    In gesprek met ScienceGuide agendeert Van Goethem (Universiteit Antwerpen) het financieringsmodel voor onderzoek in Vlaanderen. Volgens Van Goethem is er nu te veel concurrentie tussen onderzoekers en universiteiten. Die concurrentie heeft heel wat ongewenste neveneffecten. “Misschien moeten we dat debat maar eens agenderen op het niveau van de rectoren. Me dunkt dat de houdbaarheidsdatum van het huidige financieringsdecreet verstreken is.” 

    Ratrace 

    Op dit moment is een groot deel van de overheidsmiddelen voor onderzoek afhankelijk van het aantal A1-publicaties (artikels in hooggewaardeerde internationale tijdschriften, red.) en proefschriften. Bovendien zit die financiering in een gesloten enveloppe: wie meer geld wil krijgen, moet niet louter veel publiceren, maar ook nog eens meer publiceren dan zijn collega. “Die ratrace is genadeloos”, zegt Van Goethem. 

    In het huidige systeem ligt de nadruk te veel op A1-publicaties en doctoraten, vindt Van Goethem. “Bepaalde domeinen in de wetenschap komen in de verdrukking. Het is denkbaar dat een discipline evolueert in weerwil van de parameter A1-publicatie. Een discipline als wiskunde heeft het hard te verduren. Publiceert een wiskundige één A1-artikel per jaar, dan heeft ‘ie ongelooflijke dingen gedaan. Er zijn immers nauwelijks wiskundige A1-tijdschriften.” 

    Ook doctoraten als parameter zijn risicovol. Volgens Van Goethem daalt de gemiddelde kwaliteit van de proefschriften op die manier. Bovendien is de finaliteit van een doctoraat in de verschillende disciplines geëvolueerd. “Misschien is de tijd gekomen om een doctoraat op een andere manier te omschrijven. De huidige onderzoeksevaluatie is immers gebaseerd op de contouren van de exacte wetenschappen, en vooral de natuurwetenschappen”, aldus Van Goethem. 

    Houdbaarheidsdatum 

    Al weet Van Goethem ook dat een ideaal financieringsmodel niet bestaat. “Zo’n model is steeds een corrigerend antwoord op een vorig model. Dat gaat een tijdje goed, maar uiteindelijk komen er nieuwe ongewenste effecten uit voort en van zodra die te zwaar doorwegen, moet je die op hun beurt weer corrigeren. Daar zijn wij nu aanbeland.” Hij oppert ook enkele mogelijke denkpistes: “Een kleiner percentage concurrentiële financiering en meer basisfinanciering, bijvoorbeeld, of financiering op basis van Key Perfermance Indicators (KPI’s); er is zo veel mogelijk.” 

    De rector van de UA wil dan ook een debat op gang brengen dat zich in eerste instantie niet bezighoudt met de cijfertjes. “We moeten vertrekken bij de inhoudelijke argumentatie. De rekensom – hoeveel geld elke universiteit wint of verliest door het nieuwe model – mogen we echt pas maken aan het einde van de rit.” 

    Micro-oplossing

    Caroline Pauwels, rector van de Vrije Universiteit Brussel, kan zich wel vinden in de bekommernissen van Van Goethem. “Er bestaan zeker uitwassen vandaag. Ik vind deze problematiek dan ook zeker bespreekbaar.” 

    CarolinePauwels by EmilySchennach

    foto: Emily Schennach

    Pauwels ziet nog wel andere oneffenheden in het systeem. “Het huidige model was bedoeld als een one size fits all-oplossing, of het nu een exacte of een humane wetenschap betrof. De universiteiten werden niet verplicht om de uiteindelijke outputparameters van de overheid, zoals A1-publicaties en doctoraten, ook intern te gebruiken, maar in de praktijk is dat natuurlijk wel wat er gebeurd is. De macro-oplossing werd een micro-oplossing: tot in de kleinste vakgroep toe gingen die parameters primeren. Interdisciplinair samenwerken binnen de eigen instellingen wordt daarom op geen enkele manier aangemoedigd. Dat is een gemiste kans.” 

    Overigens zijn er ook nadelen die eerder de exacte wetenschappen treffen, weet Pauwels. “Ik vind het vooral storend we enkel de prestaties van individuen valoriseren. In de exacte wetenschappen werken er immers vaak teams aan een welbepaald experiment. Nu is die beoordeling individueel, en niet collectief. Je kan je wel voorstellen dat zulke mechanismen de concurrentie nog meer aanscherpen.” 

    Strijd om studenten 

    Pauwels wil de contouren van het debat over de financiering nog wel wat verbreden. “Niet alleen in de financiering van het onderzoek treden er contraproductieve neveneffecten op. Dat geldt evenzo voor de onderwijsfinanciering. Daar moeten we het zeker ook over hebben.” 

    Volgens Pauwels moeten instellingen elkaar te veel beconcurreren om nieuwe studenten te werven. Nieuwe studenten betekent immers meer geld. Pauwels: “Ook dat is een concurrentieslag: het gevolg is dat de marketingbudgetten van alle instellingen almaar stijgen, terwijl we die middelen misschien beter anders zouden besteden.” 

    Veel voer voor discussie voor de Vlaamse rectoren. Pauwels stelt daarom voor om de financiering van het hoger onderwijs te bespreken in de Vlaamse Interuniversitaire Raad, het equivalent van de VSNU. “Ik wil alleszins eens horen wat de bedenkers van het huidige financieringsmodel denken over de gevolgen die zich vandaag laten gevoelen. Dat lijkt me onmisbaar voor een goede evaluatie. Sowieso behoeft dit dossier een rustig uitgedachte oplossing. Het debat mag er zeker niet voor zorgen dat er verschillende kampen ontstaan, bijvoorbeeld de ene instelling tegen de andere, of de exacte versus de humane wetenschapper. Als universiteiten hebben wij elke wetenschapper en iedere discipline nodig.”