• A
  • A
  • Hoop werkt beter dan angst

    - Stenden-lector Elena Cavagnaro stelde voor een lezing op de UGent een ‘ethiek van de duurzaamheid op’. Het verkondigen van ‘inconvenient truths’ à la Gore helpt daarbij niet veel, denkt ze, want mensen worden eerder gemotiveerd door hoop dan door angst.

    Wat was voor u, als lector Service Studies, de aanleiding om deze studie naar duurzame ethiek uit te voeren?

    Allereerst een sluipende ongenoegen met hoe al te vaak over duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen gesproken wordt. Meestal heeft men het over technische oplossingen (draai een led lamp i.p.v. een gloeilamp in de fitting en dan ben je duurzaam) waarbij geen vragen worden gesteld over de (morele en niet alleen fysieke) grenzen van de consumptiemaatschappij. Zijn we met zijn allen goed bezig? Als men kijkt naar de groeiende kloof tussen arm en rijk; aan de toenemende internationale spanningen; aan de erosie van natuur etc. kan men moeilijk beweren dat 50 jaar economische groei en consumptie ons gebracht hebben wat in 1944 bij Bretton Woods werd beloofd: een betere, vredige wereld. Mijn mening is dat duurzame ontwikkeling vraagt om een andere set van doelen dan de maatschappij die vorm heeft gekregen na de Tweede Wereldoorlog, en dus een andere set van waarden. Dit geluid hoor je echter nauwelijks in het debat over duurzaamheid. Ik wilde hierin verandering in brengen en dan is de invalshoek 'ethiek en duurzaamheid' (zeker voor iemand met mijn achtergrond) een goede. De vraag die me bezig heeft gehouden is: op basis van welke morele overwegingen kunnen we de roep van duurzame ontwikkeling onderbouwen om onze maatschappij zo op te richten dat economische groei niet het enige doel is en meer materiële welvaart de hoogste, richtinggevende waarde.

    Een tweede reden (aan de eerste gekoppeld) was mijn wens om meer diepgang te geven aan mijn colleges over duurzame ontwikkeling bij Stenden. Ik wilde mijn studenten niet alleen het verhaal vertellen van hoe (historisch) het idee van duurzame ontwikkeling is ontstaan en steeds meer aandacht en aanhang heeft gekregen. Ik wilde ze niet alleen een set van tools geven om vorm te geven aan duurzame ontwikkeling in hun toekomstige beroep. Ik wilde hen ook laten zien dat een menswaardig bestaan niet bereikt kan worden met alleen meer en meer materiële welvaart. Een mens is niet wat hij of zij bezit. Er zijn andere aspiraties, andere waarden, die diep in ons verankerd zijn zoals liefde en zorg voor de naaste; zoals besef dat wij deel uitmaken van een groter geheel; zoals de aspiratie om iets goeds bij te dragen. Naar deze waarden en aspiraties  luisteren we niet vaak; maar ze zijn er en ze sluiten goed aan bij het streven naar een meer duurzame samenleving.  Vanuit dit perspectief  vond ik mijn plicht om duidelijk te maken op basis van welke waarden en argumenten men recht heeft om te pleiten om economische groei in te perken als deze mensen of het milieu schaadt. Dat het om morele waarden en argumenten ging, daar twijfelde ik niet aan. Maar op basis van welke ethische benadering kon ik het recht funderen van deze waarden om gehoord te worden? We zijn zo alweer bij de vraag die ik heb behandeld in mijn stuk.

    Zoals reeds boven aangegeven, mijn achtergrond (gepromoveerd filosofe) heeft zeker een rol gespeeld. De druppel die de emmer deed overlopen en me tot daadwerkelijk nadenken en schrijven zette, was de uitnodiging van de hogeschool Gent om bij hun Studium Generale te komen spreken over 'de grenzen van ethiek'.

    Al Gore heeft veel aandacht getrokken met zijn film An Inconvenient Truth. Als een moderne onheilsprofeet probeert hij de zorgen van mensen over de aarde te versterken en ze van daaruit tot actie aan te zetten om het tij te keren. Is dat een goede benadering? 

    Daar heb ik mijn twijfels over. En dit zonder iets te willen afdoen aan de rol die Al Gore heeft gehad om mensen en regeringen ervan te overtuigen dat we afscheid moeten nemen van onze olieverspillende manier van leven. Ik wil hier ook niet ingaan op de ingewikkelde kwestie of het een goede idee is om aan mensen het gevoel te geven dat ze 'klimaatverandering' kunnen tegengaan, terwijl we weten dat in de loop der tijden het klimaat sowieso verandert (zie het mooie boek van Salomon Kroonenberg De menselijke maat). Wat ik wel wil benadrukken ik dat volgens mij het beste in mensen wordt aangewakkerd niet door angst maar door hoop. Hoop op een betere wereld voor onszelf en onze kinderen. Persoonlijk dus zet ik meer in het stimuleren van positieve waarden (die zoals ik zei in iedereen van ons huisvesten: dat leert ons de ontwikkelingspsychologie) van zorg voor de naaste en voor de wereld dan op inspelen op onze angsten.

    U bent in de geschiedenis van de ethiek op zoek gegaan naar modellen voor duurzame ethiek. Vond u voldoende aanknopingspunten?

    Zeker en tegelijk ten deel. Duurzame ontwikkeling en duurzaam ondernemen hebben een driedubbel doel: economische groei; sociale ontwikkeling en verbetering van het milieu. Of, om met John Elkington te spreken: people; planet en profit. In de klassieke en moderne ethiek heb ik veel aandacht en argumenten gevonden die het recht van ieder individu op een menswaardig bestaan verdedigen. Er zijn minder aanknopingpunten voor dierenrechten en nog minder voor rechten van het ecosysteem. Dit is interessant als men denkt dat het de milieubeweging is die voor decennia de grote kracht achter duurzame ontwikkeling (of beter: een andere vorm van ontwikkeling) is geweest.

    Kunt u kort uitleggen wat uw eigen duurzame ethiek inhoudt en wat daarvoor pleit?

    Steeds meer betrokkenen bij duurzame ontwikkeling stellen vast dat men niet alleen maar kan kijken naar de rol van ondernemingen of van regeringen, maar dat de rol van ieder individu ook aandacht verdiend. Dat is ook vanaf het begin mijn standpunt geweest. Voor mij moet het streven naar een duurzame wereld van binnenuit komen: van het individu naar organisaties naar regeringen. Dit laat onverlet dat alle drie krachten (individu; organisaties; regeringen) nodig zijn om tot een duurzame wereld te komen en dat iedere kracht zijn verantwoordelijkheden en invloedsfeer kent. Uiteindelijk zijn het toch individuen die keuzes maken: ook in organisaties en regeringen. Daarom staan voor mij individuen centraal met hun vermogen om niet alleen zorg te dragen voor zichzelf maar ook voor anderen en, uiteindelijk, voor de wereld als geheel. Deze drie sets van waarden (zorg voor mezelf; zorg voor de ander; zorg voor het geheel) staan centraal in mijn concept van 'leiderschap voor duurzaamheid'. Of dit een nieuwe ethiek is, wil ik niet beweren. Het is meer een nieuwe manier om te kijken. Mijn doel is om bijvoorbeeld studenten maar ook collegae en managers te helpen de ontwikkeling te maken tot leider voor duurzaamheid.  Ik pleit voor onderwijs dat vanaf de lagere school, de crèche zelf, zo vorm is gegeven dat al drie deze sets van menselijke waarden worden ontwikkeld.

    Wat adviseert u onderwijsinstellingen die hun studenten een attitude van duurzaamheid willen bijbrengen?

    Ik zou graag een antwoord willen geven dat voor iedereen bevredigend is, maar dat kan ik helaas niet. Er is geen one size fits all oplossing. Ik kan wel mijn ervaring bij Stenden delen. Allereerst: het is m.i. noodzakelijk om studenten te confronteren met de hele breedte van duurzame ontwikkeling. Dus bijvoorbeeld niet alleen de planet kant (technieken om energie besparen, bijvoorbeeld) waar helaas maar al te vaak de nadruk rust, maar ook de people en de profit kant. Daarnaast het is van belang om te benadrukken dat duurzame ontwikkeling niet alleen een zaak is van regeringen of alleen een zaak van bedrijven: beide hebben nl. eigen verantwoordelijkheden. Tenslotte is het van belang om de rol van individuen goed te belichten en studenten niet allen inzicht te geven in de instrumenten die ze kunnen gebruiken om anderen te bewegen duurzaam te handelen maar ook in zichzelf en hun eigen waarden.

    Bij de masteropleidingen bij de School of Graduate Studies van Stenden hebben we al een aantal jaren onze cyclus lessen over duurzame ontwikkeling gekoppeld aan een training in leiderschap met behulp van de Seven Habits of Highly Effective People van S. Covey. In onze ervaring is deze training zeer geschikt om aan de drie sets van waarden die ik boven noemde te werken. Deelnemers reageren aan het begin een beetje onwennig, maar vinden na afloop de training een van de meest waardevolle ervaringen van hun studie. Er het maakt niet uit of de deelnemer uit Europa, Azië, Afrika of van Noord of Zuid Amerika komt. We hebben studenten van al deze werelddelen en er is niet een nationaliteit die zich niet in de training heeft kunnen herkennen. Mooier nog is dat we zien de studenten de vaardigheden die ze hebben geleerd in de training toe passen in hun studie hier en (als alumni) in hun verdere carrière. Wat kun je als docent nog meer wensen?