Nederland bij R&D internationaal achter

Nieuws | de redactie
18 juli 2006 | Het vermogen om producten en processen te vernieuwen steunt onder meer op research en development, innovatie en de kennis om dit te kunnen doen. De uitgaven aan R&D in Nederland blijven echter achter bij die van veel andere landen. 1995-2004 bleef de groei daarvan achter bij de nominale groei van het bbp. En hoewel jongeren steeds vaker voor een hogere opleiding kiezen, zit de kennis van de (beroeps) bevolking in toenemende mate in ‘grijze koppen’. Het CBS geeft een alarmerend beeld van een internationaal achterblijvend Nederland in zijn studie 'Kennis en economie'. Lees verder de hoofdlijnen daarvan en het volledige stuk.

In Kennis en economie 2006 van het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt aangegeven, dat een kwart van de bedrijven  in de periode 2002-2004 innovatieve activiteiten ondernam. Dit is meer dan in de periode 2000-2002, maar nog altijd minder dan in de jaren negentig van de vorige eeuw. Van de onderscheiden sectoren is vooral het aantal innovatieve bedrijven in de dienstensector toegenomen (van 16 naar 23 procent).

Daarnaast is vooral het aantal bedrijven met procesinnovaties toegenomen. Van de innovatieve bedrijven in 2002-2004 heeft 71 procent procesinnovaties doorgevoerd. Dit is 13 procent meer dan in periode 2000-2002. Hiermee is voor het eerst sinds jaren het aantal bedrijven met procesinnovaties praktisch gelijk aan het aantal bedrijven met productinnovaties. De gerealiseerde procesinnovaties hebben vooral geleid tot meer flexibiliteit in productie of dienstverlening en dus niet tot het meer defensieve besparen van kosten.

Ruim één op de drie innovatieve bedrijven heeft in de periode 2002-2004 bij het innoveren samengewerkt met andere partijen. Dit is het hoogste aantal in de afgelopen jaren. Door de bedrijven werd vooral samengewerkt met partijen binnen de eigen bedrijfskolom en in mindere mate met universiteiten, consultants, particuliere onderzoeksinstituten of overheidsinstellingen.

In de periode 1995- 2004 blijft de groei van de R&D-uitgaven in Nederland achter bij de nominale groei van het bbp. Dit komt niet zozeer door de R&D-uitgaven van de private sector, maar vooral door de ontwikkeling van de publieke R&D- uitgaven, die maar net gelijke tred houdt met de inflatie. In internationaal verband is Nederland één van de weinige landen waar de R&D- uitgaven, uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product, in de periode 1995-2004 zijn gedaald.

Een randvoorwaarde voor R&D en innovatie is de beschikbaarheid van voldoende kennis om dit ook daadwerkelijk te kunnen doen. Het aantal jongeren met een voltooide hogere opleiding is de laatste jaren gestaag toegenomen. Dit is grotendeels veroorzaakt door een toenemend aantal vrouwen dat met succes een hogere opleiding voltooit. Deze vrouwen kiezen vaak voor de minder exacte richtingen. Hierdoor groeit de belangstelling voor studierichtingen in de cluster ‘sociale wetenschappen, bedrijfskunde en rechten’. Binnen deze cluster kiezen steeds meer vrouwen voor studierichtingen zoals bedrijfskunde, psychologie en personeel & arbeid. In het hoger beroepsonderwijs studeerde in 1990/’91 bijna een kwart van de studenten af in een studierichting uit die cluster tegen een derde in het studiejaar 2004/’05. In het wetenschappelijk onderwijs waren deze percentages respectievelijk 46 en 55.










Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK