Landen moeten ook in oorlogstijd het milieu beschermen

Nieuws | de redactie
26 september 2006 | Staten hebben een zorgplicht voor het milieu tijdens gewapend conflict. Dat bepaalt het internationaal gewoonterecht, stelt de jurist Erik Koppe (RUG). ‘Iedereen heeft er belang bij het milieu zo min mogelijk schade toe te brengen. Het is internationaal geaccepteerd dat het soms noodzakelijk is om oorlog te voeren, maar maak niet onnodig veel kapot, ga niet vechten in gebieden met een gevoelig ecosysteem.’

Koppe onderzocht het gebruik van kernwapens en de bescherming van het milieu tijdens internationaal gewapend conflict. Hij begaf zich daarbij op betrekkelijk onontgonnen terrein. ‘Bescherming van het milieu tijdens gewapend conflict is tot nog toe relatief onderbelicht gebleven. Er kwam pas in de jaren zeventig aandacht voor, naar aanleiding van het gebruik van ontbladeringsmiddelen en environmental modification techniques door de Amerikanen in Vietnam. Dat soort technieken zijn toen bij verdrag verboden. Daarnaast werd in 1977 in een aanvullend protocol op de beroemde Geneefse conventies over oorlogsrecht een verbod opgenomen op oorlogsmiddelen die ‘wijdverspreide, langdurige en ernstige milieuschade’ veroorzaken.’

Gewoonterecht
Probleem van het protocol is dat het alleen geldt voor landen die hebben getekend en bovendien leggen de kwalificaties de lat erg hoog. Er is daarom tot nog toe weinig mee gedaan. Koppe: ‘Toen Irak in1991 in Koeweit oliebronnen in brand stak, heeft de VN de agressor wel aansprakelijk gesteld voor de milieuschade, maar helaas niet op basis van het oorlogsrecht. Ze wilden zich, denk ik, niet branden aan het echt vastleggen wat wel en niet mag.’ Koppe destilleerde uit onder meer internationale bepalingen, militaire handboeken en milieuconferenties een zorgplicht voor het milieu tijdens gewapend conflict, die geldt als een ongeschreven regel van internationaal gewoonterecht. Dat gewoonterecht is bindend voor álle staten.

Valse verwachtingen
 De vraag is natuurlijk hoeveel invloed internationale milieuregels hebben op strijdende partijen. Koppe is realistisch: ‘Natuurlijk spelen rechtsregels bij dit soort beslissingen een minder belangrijke rol dan juristen wel zouden willen. Zeker volkenrechtjuristen moeten oppassen dat ze geen valse verwachtingen wekken. Internationaal recht is simpelweg moeilijker te handhaven dan nationaal recht.’

De rol van het oorlogsrecht is wel sterker geworden, constateert Koppe. Mede onder invloed van de publieke opinie. ‘In de Nederlandse luchtmacht zitten juristen in de ‘targetcommis­sies’ die beslissen over aan te vallen doelen. Dan is Nederland natuurlijk wel het beste jongetje van de klas, maar je ziet ook dat andere staten proberen mogelijke schendingen van oorlogsrecht, zoals Guantánamo Bay, op de een of andere manier juridisch te verantwoor­den.’ Koppe denkt dat milieu een steeds belangrijkere rol zal spelen in het oorlogsrecht. ‘Internationaal milieurecht is één van de meest dynamische rechtsgebieden binnen het internationaal recht .’

Kernwapens
Kernwapens kunnen met hun radioactieve straling, veel schade toebrengen aan het milieu, maar daar is tot nog toe nauwelijks aandacht voor geweest. In 1996 gaf het Internationaal Gerechtshof een omstreden advies over de legaliteit van kernwapens, waarin het hof niet tot een algeheel verbod op het gebruik kon komen, maar wel omstandigheden in kaart bracht waaronder inzet van kernwapens verboden is. ‘Het hof heeft vooral naar humanitair oorlogsrecht gekeken, nauwelijks naar de discussie over de gevolgen voor het milieu. Daar ben ik in gedoken. Mijn proefschrift kun je zien als een extra argument tegen het gebruik van kernwapens, maar ik zeg niet: het mag nooit. Het hangt af van de omstandigheden – het type bom, de plaats van explosie, het militair belang van het doelwit – of het verantwoord is. Mensen denken vaak: kernwapens zijn zo verschrikkelijk, die mag je nooit gebruik. Juridisch ligt dat genuanceerder. Ook iets zo afschrikwekkends als kernwapens moet je in perspectief plaatsen, dan kan je er rationeler over nadenken en onderzoek naar doen.’

Erik Koppe (Leiden, 1976) studeerde Internationaal en Europees Recht (1994-1998) en Nederlands Recht (1999-2005) aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 1999 ging hij bij de rechtenfaculteit onderzoek doen naar het gebruik van kernwapens en de bescherming van het milieu tijdens gewapende conflicten. Hij promoveert op 5 oktober op zijn proefschrift The Use of Nuclear Weapons and the Protection of the Environment during International Armed Conflict.



Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK