Peter Bosma: “Je schamen voor je vak? Hoezo?”

Nieuws | de redactie
14 december 2006 |

ScienceGuide, ISO en LSVb kozen Peter Bosma tot ScienceGuide student van 2006. Zijn inzet voor de bèta-techniekstudies en hun bloei is een toonbeeld van ‘drive’. Als het in ons land écht gaat lukken die opleidingen weer te laten groeien en enthousiasmeren dan is dat door zulke studenten. ScienceGuide sprak met Peter Bosma over zijn studiekeuze, zijn Bètadagen voor scholieren, zijn wens voor de komende OCW-minister en zijn ‘rare hobby’.

Je werd zaterdag gebeld door de voorzitter van het ISO.

“Ik neem op en hij begint me te feliciteren. ‘Wat heb ik aan mijn fiets hangen’, dacht ik. Ik had wel even contact gehad over een nominatie, maar verder nergens bij gedacht. Dat ik de ScienceGuide student zou zijn? Ik wist wel van Murat Ersoy, vorig jaar ‘de ScienceGuide Student’, maar dit jaar, ik? Ik laat het nu maar over me heen komen, dat lijkt me het beste. Het is toch alleen maar leuk, zo’n eer?

Zelf ging ik technische natuurkunde studeren omdat ik op het atheneum vooral brede interesses had. Nederlands, geschiedenis, dat wilde ik ook best gaan doen. Naast de school deed ik allerlei dingen, het jeugdhonk organiseren, clubs. In Delfzijl deed ik mee met de Europese Stedenbond, dingen doen met plaatsen in andere landen waar we relaties mee hadden gelegd. Bij mijn diploma had ik voor de bèta-vakken niet zulke geweldige cijfers, het was een beetje middelmatig zal ik maar zeggen. Juist daarom koos ik voor technische natuurkunde.

Waar het mij om ging was een uitdagende studie. Beetje pittig, dat mocht best. Een studie waarin je de kans kreeg álles te leren verklaren, analyseren. Daar koos ik toch het liefste voor. Het is ook heel goed bevallen.

Dat wil niet zeggen dat alles vanzelf ging. Helemaal niet zelfs, in mijn eerste jaar ging ik hard onderuit. Weinig studiepunten, maar veel gezelligheid, je snapt het wel… Ik was ook heel jong begonnen. Spijt achteraf heb ik daar niet van, wel was het een jaar waar ik heel veel van leerde.

Struikelblokken heb je in elke studie. Dat weet ik nu. Ook als je dan eens een minder dan topprestatie levert haal je het toch. Dat is ook oké, dat moet je dan gewoon willen zijn. Switchen naar een andere studie speelde nauwelijks. Wel even bij de start van het tweede jaar, want ik wilde echt van mezelf weten: ‘ga ik hier zo mee door?’ Maar ik wilde niet al na één jaar de zaak laten.”

Als derdejaars werd Peter symposiumorganisator en daarna voorzitter van het bestuur van de studievereniging, FMF. Ineens begon ‘de bèta-discussie’ op te spelen.

“Het begon met onze brief ‘Lieve Maria’. We zeiden dat de aansluitingsproblemen tussen VO en HO te groot waren en dat minder uren voor de wiskundige vakken dan minder zouden helpen. Wat kunnen we doen, vroegen we. Alle verenigingen van bètastudies kwamen bij elkaar en toen heb ik gezegd dat alleen een brief schrijven aan de minister mij een beetje weinig leek: ‘We moeten ook zelf iets positiefs doen. Kritiek spuien alleen is wat makkelijk.’

Want waar het volgens mij om gaat is dat veel studenten zich zowat schamen voor een bètastudie. Alsof een ander dat toch niks zou vinden, moeilijk, saai, dat soort dingen. Dat is toch verschrikkelijk! Je schamen voor je vak? Hoezo? Het is bovendien ontzettend leuk om te doen en daar kun je mensen best over vertellen. Ook als het pittig is kan het nog wel leuk zijn, zo’n studie. Kom zeg…

Zo kwamen we op het idee om als studenten zélf bèta uit te dragen naar mensen, vooral naar scholieren en studenten die er nog voor zouden kunnen willen kiezen. Als een student dat uitdraagt is het veel laagdrempeliger. En dan moet je ook geen promopraatjes voor de universiteit of stad houden – zo van ‘het is hier zo gezellig en het studentenleven is tof’ – maar de bèta en techniekstudies zélf laten zien. We keken bijvoorbeeld naar Nemo als een voorbeeld. Dat is toch wel een soort speeltuin voor techniek.”

De verenigingen vielen voor Peters idee en lieten hem een voorstel maken. Dat belandde op OCW. En daar lag het.

“Wat duurde dat lang en wij wilden nog in het voorjaar van dit jaar aan de slag. Toen kwam Mark Rutte langs bij onze vereniging Albertus voor een spreekbeurt en ik heb mijn moed verzameld en hem in de pauze aan zijn jasje getrokken: ‘Ik wacht op antwoord van uw ministerie.’ Hij vond het zo goed dat wij zelf als student iets wilden doen! Heeft meteen de link gelegd tussen het Platform Bèta Techniek en ons en sindsdien liep het enorm goed. Dat hielp ons direct, we konden een echt plan de campagne maken en dat kreeg binnen een week akkoord.

We vonden dat we de Bètadagen in de lente moesten doen, dit jaar nog, voordat de nieuwe studentenbesturen er waren en de scholieren hun keuzes nog aan het bepalen waren. En we wilden het decentraal uitwerken, in elke stad de studenten de eigen studies en sfeer laten uitstralen. Het liep uitstekend. Enschede, Leiden, Groningen, daar kwam een volle bak er op af. In Amsterdam wat minder, maar ook daar maakten ze er wel wat van. Komend voorjaar gaat Delft meedoen, Utrecht waarschijnlijk ook en Eindhoven willen aanhaken nadat dit voorjaar hun lustrum eerst alle aandacht moest krijgen.

Succes is volgens mij simpel te definiëren. Er zijn drie criteria: 1) maximaal aantal scholieren dat er in kan is aanwezig, zo’n honderd vijftig tot tweehonderd. 2) ze zijn 90% achteraf heel enthousiast 3) de studenten die mee doen zijn zo enthousiast dat zij de volgende aflevering willen organiseren.

Dat is bij ons met de 8 verenigingen in Groningen gelukt. We zijn naar de scholen gegaan en hebben verteld over het plan en de scholieren uitgenodigd. De zaal was overvol. Een complete 3 VWO-groep van een van de scholen kwam rondneuzen, dat waren er al veertig tot vijftig tegelijk.

De rompslomp er omheen was heel nuttig. Het was ook voor ons een leerjaar. Nu weten we hoe je het snel en slim aanpakt. We willen het een jaarlijks evenement maken. De Nationale Bèta Dag. Waar het NOS Journaal mee hoort te openen.”

Het bleef niet bij de Bètadagen. Peter begon ook met een Science Café in Groningen. Dat had onverwachte gevolgen.

“We zijn in de kroeg De Drie Gezusters op dezelfde dag als die Bèta Dag begonnen. Sommige van de scholieren kwamen daar ook weer op af. We deden er allerlei proefjes, geweldige sfeer natuurlijk. Maar de gewone bezoekers van het café vonden het zo apart wat we deden, dat zij er bij gingen zitten, mee wilden doen. Vanaf januari gaan we dit daarom om de maand doen in Groningen en in allerlei steden doen ze zulke Science Cafés ook.

Het lastigste voor Peter zal zijn om zijn initiatieven te leren loslaten, op eigen benen te laten staan, erkent hij. Zeker als ScienceGuide student van 2006 zal men hem nog regelmatig lastigvallen.

“Ik moet nu wel weer studiepunten gaan halen, er zit niks anders op. Maar bij het Science Café blijf ik meedenken en ik ben ook voorzitter van de nieuwe studievereniging voor de brede ‘science’ bacheloropleiding. Die begint met alleen eerstejaars als leden, dus het is de kunst deze club goed van de grond te trekken en vol te houden.

Volgende week hebben we trouwens overleg met alle clubs in het land die de volgende serie Bètadagen gaan organiseren. De kennisoverdracht naar hen is erg belangrijk nu. Daar zal ik zeker weer bij zijn.

En dan? Waar zou je met je studie nog heen willen?

“Een master in Parijs en onderzoek doen op CalTech… ook voor de taal, de stad.”

En dan?

“Directeur van Shell, dat lijkt me wel wat!”

Na de ‘Lieve Maria’ brief zou je als ScienceGuide student van 2006 eigenlijk best nog een wens bij de nieuwe minister van OCW mogen neerleggen. Wat zou die wens, dat idee zijn?

“Overtuig ook de anderen dat de prioriteit voor de bètastudies blijft omdat ze leuk zijn en veel meerwaarde hebben. Voor iedereen, niet alleen de student zelf. Zulke dingen als Bèta 1 op 1 van het Platform Bèta Techniek daar moet je mee doorgaan. Want dat straalt uit dat het echt leuk is en heeft niet als image ‘het is zo moeilijk…’

Is dat ook wat je moet doen om vooral meer meisjes voor deze studies en vakken enthousiast te krijgen?

“Nederland scoort daar heel laag, hè? Daar zullen we vooral de cultuur in het onderwijs en keuze van studies voor moeten veranderen. Dat idee dat alfa of gamma vrouwenstudies zouden zijn. Dat is in andere landen vaak heel anders. En ook moet je eerlijk kunnen zeggen dat de prestatiedrang bij veel scholieren niet wordt aangemoedigd. Presteren, leren zou ‘niet cool’ zijn. Die sfeer zou precies omgekeerd moeten en kunnen zijn. Presteren is heel erg cool.”

En wat is de raarste, niet-bèta hobby die jij hebt?

“Ik ben een vreselijke taalpurist. Het Groot Dictee, dat soort dingen. Ik corrigeer mijn medebestuursleden altijd, moet ik niet doen, weet ik. Vinden ze niet zo leuk van me af en toe. Rare hobby, ik kan het niet laten, ben ik bang.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK