Een cultuur van geven

Nieuws | de redactie
26 maart 2008 | “Mensen geven niet aan mensen. Mensen geven aan mensen met idealen. Mensen geven aan mensen die om middelen vragen ten behoeve van idealen. En van een dergelijke vraag gaat een dusdanig appèl uit op de mogelijke gever dat deze zijn bijdrage aan het goede doel als onontbeerlijk beschouwt en dat daarom hij ook werkelijk een donatie doet”, zo stelt Geert Sanders in zijn tiende gebod.



Het tiende gebod ‘Creëer een cultuur van vragen en bevorder een cultuur van geven: waar alles om draait, is een cultuurverandering op Europees niveau ten gunste van universitaire fondsenwerving’.

Bij de voorafgaande negen geboden zijn de hoofdingrediënten voor een succesvolle fondsenwerving aan de orde gesteld. Zo zijn de principes van fondsenwerving behandeld (de eerste drie geboden). Vervolgens stonden de condities bij de universiteit als voedingsbodem voor fondsenwerving centraal (geboden 4 tot en met 6). Daarna ging het over de maatschappelijke condities als voedingsbodem voor fondsenwerving (geboden 7 tot en met 9). Het tiende gebod betreft het metterdaad realiseren van een cultuur van geven en vragen.

Het gaat hier om een oproep tot actie. In het licht van al hetgeen dat vanuit internationaal perspectief over effectieve fondsenwerving bekend is en dat in de voorgaande negen geboden is samengevat, staat elke hierin geïnteresseerde universiteit nu een begrippenstelsel ter beschikking dat zij voor haar dagelijkse conversaties kan gebruiken. De ervaring leert dat dergelijke conversaties rondom fondsenwerving een bewustzijn bij de deelnemers oproept van reeds bij hen aanwezige ideeën, verlangens, kennis en inzichten. Dit geldt bijvoorbeeld voor alle onderzoekers die betrokken zijn of die ooit betrokken waren bij intensieve samenwerkingsprojecten met Amerikaanse en Europese private kennisinstellingen.

Om een cultuur van vragen te creëren en om een cultuur van geven te bevorderen, is het essentieel om te weten dat mensen niet aan mensen geven. Mensen geven aan mensen met idealen. Mensen geven aan mensen die om middelen vragen ten behoeve van idealen. En van een dergelijke vraag gaat een dusdanig appèl uit op de mogelijke gever dat deze zijn bijdrage aan het goede doel als onontbeerlijk beschouwt en dat daarom hij ook werkelijk een donatie doet.

Welke acties kunnen universiteiten zoal ondernemen? En binnen welke context?

Om met de laatste vraag te beginnen: elke kennisinstelling bevindt zich in een of ander Europees samenwerkingsverband met andere universiteiten. Het is zaak om bij deze partnerinstellingen na te gaan welke zich als het meest professioneel kwalificeren als fondsen wervende universiteiten; en om deze vervolgens als positieve referenties (rolmodellen) te nemen. Het is dan een kleine stap om via een persoonlijke benadering, over en weer kennis van elkaars situatie te nemen en om, op tijdelijke basis, professionals op sleutelposities uit te wisselen.

Zo zijn de volgende acties met betrekking tot het creëren van een cultuur van vragen, interessant om te worden overwogen:

·          Het systematisch mensen aan de universiteiten bewust maken van de rol die fondsenwerving kan spelen bij de ondersteuning van onderzoeksprojecten en het hen wegwijs maken in het ontwerpen van programma’s voor fondsenwerving. Leiders van onderzoeksprojecten dienen te beseffen dat partnerships met donoren (individuen, fondsen of organisaties) alleen lukken op basis van er echt voor gaan. Zij dienen er steeds op voorbereid te zijn dat hen door de externe partij de maat op de meest kritische wijze wordt genomen.

·         Rapporteer meer systematisch en transparant over behaalde resultaten en moedig geefgedrag aan. Maar hier gaat een heel proces aan vooraf van het tot stand brengen van een effectieve samenwerking. Dit vereist van de kant van de universiteit de bereidheid en vaardigheid om zich in de positie van de ander te verplaatsen en de ontvankelijkheid voor het ontwikkelen van gedragspraktijken die gekenmerkt worden door resultaatgerichtheid, openheid en klantgerichtheid; de universitaire onderzoekers zijn vanuit een houding van ‘stretch’ constant gericht op zelfverbetering.

·           Lanceer campagnes voor fondsenwerving op nationale schaal. Het zou in Nederland bijvoorbeeld een ambitie van de VSNU kunnen zijn om hiervoor draagvlak te kweken bij universiteitsbestuurders. Aangezien relatieontwikkeling en fondsenwerving op de meeste universiteitsagenda’s een eigen plaats innemen, liggen hier gerede kansen op succes. Onder het motto ‘door samenwerking, een ieder sterk’, zouden de gezamenlijke universiteiten jaarlijks, in een hiervoor bepaalde maand, een grote campagne kunnen voeren, waarvoor elke universiteit een eigen grootschalig onderzoek inbrengt.

·          Introduceer op nationale schaal of op Europese schaal loterijen waarvan de inkomsten (mede) ten goede komen van academisch onderzoek ter leniging van maatschappelijke noden. Deze kunnen liggen op sociaal-economisch, medisch of technologisch vlak. Hiertoe zijn een versterking en een professionalisering nodig van een reeds langer bestaande ontwikkeling waarin academische onderzoekers, via allerlei nieuwsmedia, hun wetenschappelijke inzichten beschikbaar maken voor het grote publiek.

·         Definieer nationale of EU- labels met betrekking tot excellentie bij fondsenwerving door universiteiten. Vanwege het snel groeiende aantal van Europese universiteiten dat zich als lid heeft aangesloten bij de Council for Advancement and Support of Education (CASE), ligt hier voor haar mogelijk een belangrijke rol inzake de beoordeling van de prestaties van de universiteiten die mededingen voor het behalen van dergelijke onderscheidingen. In de Verenigde Staten heeft CASE hiermee al meer dan dertig jaar expertise opgebouwd.

Met betrekking tot het bevorderen van een cultuur van geven zijn de volgende acties aan te bevelen:

·         Doe onderzoek naar houdingen van mensen jegens het doen van donaties aan universiteiten en achterhaal de factoren die zowel stimulerend als belemmerend werken met betrekking tot donaties aan de universitaire sector. Dit onderwerp zou bijvoorbeeld een onderdeel kunnen uitmaken van enquêtes die universiteiten periodiek bij hun alumni houden omtrent de aard van de bestaande en van de door hen gewenste relatie met hun universiteit. De verkregen inzichten vanuit dergelijke enquêtes zouden kunnen worden aangescherpt, doordat aan een aantal hiervoor geselecteerde alumni diepte-interviews worden afgenomen.

·         Doe onderzoek naar het geefgedrag van mensen jegens universiteiten. In navolging van Giving USA waarin sinds vijftig jaar schattingen van de filantropische geldstromen worden gemaakt, wordt sinds 1997 eens per twee jaar het onderzoek Geven in Nederland uitgevoerd. Geven aan onderwijs en onderzoek vormt hierin een aparte focus. Er wordt in Geven in Nederland 2007 gesteld dat het onderzoek naar het geefgedrag van huishoudens en naar vrijwilligerswerk nu redelijk op orde is, maar dat nog wel meer informatie is gewenst over het geefgedrag van vermogende particulieren.

·           Breng fora tot ontwikkeling voor universiteitsbestuurders en grote donoren om good practices met elkaar te vergelijken en om hun filantropische prestaties te analyseren. Het belang hiervan is gelegen in het feit dat het engageren van filantropische middelen voor academisch onderzoek een ambacht is waarin veel universiteiten zich (verder) dienen te bekwamen. Maar ook aan de kant van de verschaffers van de filantropische middelen is er in het algemeen geen of weinig ervaring met universitaire onderzoeksprojecten. Vanuit de hier voorgestelde fora zouden aan de deelnemers verbeteringssuggesties kunnen worden gedaan inzake het opzetten, onderhouden en afronden van samenwerkingsverbanden.

·           Draag zorg voor een grotere erkenning van donoren (zie bijlage): organiseer ter gelegenheid van de toekenning van een aanzienlijke donatie, telkens een passende viering en geef hierbij ook een rol aan mensen die vanwege hun algemeen gewaarde publieke functioneren, extra glans aan het speciale evenement kunnen geven. Te denken valt aan de participatie van een Eurocommissaris, een Commissaris van de Koningin, een burgemeester, een uitermate succesvolle ondernemer of een internationaal gerespecteerde weldoener.

·         Bewerkstellig nationale gelegenheden waarbij waardering en erkenning worden geuit jegens donoren. In de Verenigde Staten hebben weldoeners zoals Bill Gates en Warren Buffett hier al heel lang ervaring mee. In Europa dient een dergelijke traditie nog tot stand te worden gebracht.

·          Lanceer campagnes om het belang van behaalde resultaten van universitair onderzoek te vieren met betrekking tot de verbeteringspotentie hiervan voor de burgers in de EU. Eis met dergelijke campagnes opnieuw de eervolle en aloude traditie van filantropie op ten behoeve van universitair onderzoek in Europa en blaas de genoemde traditie nieuwe energie in met het oog op actuele noden en behoeften zoals deze in Europa bestaan.

Tot zover de lijst van mogelijke acties. Het moge duidelijk zijn dat de cultuur van vragen en de cultuur van geven te beschouwen zijn als de twee zijden van eenzelfde munt. Naarmate de kwaliteit van het proces van het vragen toeneemt, zal de respons in de vorm van het geven alsmaar krachtiger worden. Zo treedt een zichzelf versterkend proces in werking.

Zowel een cultuur van vragen als een cultuur van geven ontstaat door de wijzen waarop alle hierbij betrokkenen met elkaar praten. Wil je een cultuur veranderen, verander dan je conversatie!

Aan universiteiten die succesvol zijn in fondsen werven, hebben mensen het met elkaar regelmatig en op een vanzelfsprekende manier, over de overall strategie die hun universiteit onderscheidend maakt van andere instellingen; zij schuwen niet het inwinnen van extern advies, indien zij dit nodig achten voor het ontwikkelen van nieuwe, extern gerichte competenties; zij verzekeren zich van de aanwezigheid van competenties op het terrein van relatieontwikkeling en fondsenwerving bij de voorzitter van het College van Bestuur; zij zetten zich in voor transparante management- en accounting-praktijken; zij stimuleren bij de onderzoekers competenties op het terrein van intrapreneurship; zij denken na over de mogelijkheid van matching funds vanuit de overheid, in het geval dat zij succesvol zijn in het werven van filantropische middelen; en zij zijn op zoek naar fiscale mogelijkheden inzake schenkingen, ook waar het grensoverschrijdende transacties betreft.

Op 4 december 2007 bracht de EU Expert Group on Fundraising by Universities from Philanthropic Sources haar eindrapport uit. Professor Geert Sanders (RuG), een van de leden van de Expert Group, vat de essenties van het rapport ‘Engaging Philanthropy for University Research’ samen in een speciaal voor Science Guide gemaakte reportage onder de titel ‘De tien geboden van fondsenwerving’.

Als directeur van de Stichting Ubbo Emmius Fonds voor relatiebeheer en fondsenwerving van de RuG introduceerde hij tussen 1998 en 2007 de relatiegerichte fondsenwerving in Nederland. In 2006 verscheen van zijn hand het boek ‘Fondsen werven: de relatiegerichte aanpak’ bij Koninklijke Uitgeverij Van Gorcum in Assen. Als bestuurder is Geert Sanders o.a. actief als voorzitter van SER Noord-Nederland.

Dit is aflevering 10 van De tien geboden van fondsenwerving. Volgende week sluit Geert Sanders de serie af met een epiloog.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK