Een cultuur van fierheid in vmbo tot en met hbo

Nieuws | de redactie
8 april 2009 | Bij de opening van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs in Utrecht heeft Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, Frank Vandenbroucke, zijn visie geven op kwaliteit en betekenis van goed beroepsonderwijs. Het gaat hem daarbij vooral om de ontwikkeling van een attractieve en hoogwaardige kolom van opleidingen, van vmbo tot en met topopleidingen in het hbo, en om de hechte band die nodig is tussen onderwijs en bedrijfsleven. Vandenbroucke pleit ook voor een eigen cultuur hierbinnen. Niet een aftreksel van de academische sfeer en benadering, maar "een positief leerklimaat, met fierheid over het eigen kunnen."

Niet iedereen metéén naar het HO

“Het professioneel onderwijs moet niet enkel bestaan op de lagere niveaus. Het moet een zelfstandige pijler zijn in het secundair en tertiair onderwijs. En er moeten genoeg kansen zijn om op te stromen,”  onderstreept de Vlaamse minister. “Maar dat betekent niet: ‘iederéén naar de universiteit, of, iederéén naar de hogeschool. En zeker niet: iedereen metéén naar de hogeschool.”

“In onze kennismaatschappij is het goed dat iedereen zo hoog mogelijk kan klimmen op de onderwijsladder. Door de sporten op de onderwijsladder tussen secundair onderwijs en hogeschool te versterken, kunnen leerlingen en studenten ook kiezen voor een interessant tussenniveau dat veel kansen biedt op een job. Wie ontdekt dat hij nog meer in zijn mars heeft en zin heeft om verder te studeren, vindt er een ideale opstap naar de bachelors in de hogescholen.”

Net als in ons land bij de associate degrees is de positionering van opleidingen op ‘tussenniveau’s’ tussen mbo en hbo ook een vraagstuk in Vlaanderen. “Vandaag hebben de opleidingen tussen het secundair en hoger onderwijs nog een onduidelijke plaats in het Vlaamse onderwijslandschap. Het gaat bv. om opleidingen van het zevende jaar technisch en de vierde graad beroepssecundair onderwijs. Nochtans hebben de jongeren die daar afstuderen veel kans op een job. Het gaat vaak om wat wij in Vlaanderen knelpuntberoepen noemen: beroepen waarvoor de vacatures ook in tijden van werkloosheid moeilijk ingevuld raken.”

Alle talenten een kans geven

Het nieuwe HO-bestel van Vandenbroucke wil een duidelijker structuur aanbrengen en ook deze opleidingen toegankelijker en interessanter maken. Het ordent opleidingen tussen secundair en hoger onderwijs in twee niveaus. Opleidingen die leiden tot een kwalificatieniveau 4 volgens het Europese raamwerk, worden ondergebracht in het secundair-na-secundair. Dit betreft opleidingen waarin na een ‘mbo-traject’ gespecialiseerd kan worden, doorgaans 1 à 1,5 jaar. Voorbeelden daarvan zijn apotheekassistent, industriële onderhoudstechnieken, en internationaal transport. Nieuwe opleidingen die momenteel worden voorbereid zijn vliegtuigtechnieken en integrale veiligheid, zo meldde de minister.

Met de sociale partners heeft de Vlaamse regering in dit verband ook een Competentieagenda opgesteld. Dit is vertaald in “een pakket maatregelen voor de beleidsdomeinen werk en onderwijs dat de competenties van het Vlaamse arbeidspotentieel op peil moet houden. Twee jaar geleden sloot ik over deze agenda een overeenkomst met de interprofessionele sociale partners, zes maanden later ook met de onderwijsnetten. Alleen zo kunnen we alle talenten een kans geven. Precies daarom pleit ik voor een hecht bondgenootschap tussen de wereld van werk en de wereld van het onderwijs. Niet opdat de ene de dienstmaagd zou worden van de andere.” Volgens Vandenbroucke kan een gedegen en in een ‘beroepskolom’ coherent bijeengebracht professioneel onderwijs zowel de kwaliteit van de opleidingen als die binnen de bedrijven nog veel verder verhogen.

Fierheid als motivatie

Dit moet zich ook uiten in een eigen cultuur van deze sector van het onderwijs, inclusief de top in het hbo. “Omwille van de aard van dat onderwijs, moeten we niet streven naar een academische cultuur maar we moeten er wel voor zorgen dat er een positief leerklimaat heerst, met fierheid over het eigen kunnen als motivatie.” De volledige rede van Vandenbroucke leest u hier.

Ecbo, zijn gastheer te Utrecht, is door de overheid en de sector opgericht om via onderzoek een bijdrage te leveren aan de verbetering van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Het onderzoeksprogramma van ecbo richt zich op het MBO, maar betrekt daarbij ook de aanpalende sectoren in de beroepskolom: het voorbereidend en het hoger beroepsonderwijs. Het is een samenwerking tussen twee organisaties: het Max Goote Kenniscentrum van de UvA en het Expertisecentrum van CINOP.













ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK