De lector in 2018

Nieuws | de redactie
13 februari 2013 | Hoe zien lectoraten er over vijf jaar uit? Petra Oden (Hanze) blikt vooruit op de toekomst van haar professie. “Ik zie ons als lectoren niet meer als een lastige vlieg rondom de onderwijs-olifant. Juist docent-onderzoekers moeten op projectmatige wijze betrokken worden bij ons werk.”

In het kasteel van de stad Groningen buigt het Kenniscentrum Arbeid van de Hanzehogeschool Groningen zich over de vraag: ‘Waar sta je in 2018? Ook ik mag die vraag beantwoorden. Geweldig. Hopelijk sta ik in 2018 met beide benen op de grond van de Hanzehogeschool. Mijn stip aan de horizon, zoals dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt genoemd, is namelijk 1 juni 2015. Dan houdt mijn contract op. Prachtig dus dat ik mag praten over mijn virtuele toekomst, drie jaar na mijn huidige deadline. 

Er zijn drie onderwerpen die me bezighouden. Het eerste is: ‘Bij de RUG is alles beter’. Het tweede: ‘De Hanze is niet voor niks Excellent’ en het derde: ‘Lang leve de kenniscentra’. 

Bij de RUG is alles beter 

Ik werk nu anderhalf jaar bij de Hanzehogeschool Groningen en vanaf het begin valt het me op dat de hogeschool of de Hanze vaak wordt vergeleken met de universiteit. Vooral bij bijeenkomsten over onderzoek. 

De RUG, waar ik zo’n 25 jaar heb gewerkt, vergelijkt zichzelf nooit met hogescholen, laat staan met zijn kleine broertje de Hanze. De RUG is wel bereid tot samenwerking met de Hanze, maar binnen de perken. Dat komt omdat bij de RUG onderzoek voorop staat. De RUG spreekt in het Jaarverslag 2011 uit dat ze een Research universiteit wil zijn. En dat was ook jaren geleden de reden om niet te willen fuseren met een hogeschool, omdat de nadruk dan teveel op het onderwijs zou komen te liggen. Een instelling met 52.000 studenten is een onderwijsfabriek. 

Goed onderzoek wordt gewaardeerd binnen de RUG. Het maakt daarbij niet uit hoe groot de faculteit is die het onderzoek doet. Uiteraard worden de ontdekkingen bij de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, met 13 onderzoeksinstituten en in totaal 1300 medewerkers, zeer gewaardeerd.

Er stonden in 2011 2 onderzoeken van deze faculteit in een zelfde nummer van Nature. Maar ook het onderzoek bij de faculteit Theologie, met zo’n 40 medewerkers wordt zeer geprezen. Het gaat niet om de grootte van de groep, maar om de kwaliteit van het onderzoek. 

Samenwerken met de grote zus 

Bij de RUG behoort onderzoek echt tot het primaire proces. De positie van de hoogleraren en de onderzoekers is een heel andere dan die van de docent-onderzoekers en de lectoren hier. In de eerste plaats verdienen onderzoekers over het algemeen minder dan de hogeschooldocenten hier. In de tweede plaats hebben onderzoekers bij universiteiten bijna allemaal een tijdelijke aanstelling. Want de meeste faculteiten hebben het fenomeen Tenure Track ingevoerd. 

Dat betekent: eerst 5 jaar universitair docent, laat maar zien dat je het kunt en daarna wordt je, na een strenge beoordelingsprocedure, adjunct-hoogleraar. Als je na weer een aantal jaar hebt laten zien dat je goed bent in onderzoek dan mag je opgaan voor het hoogleraarschap. Niet alle universitair docenten hebben een tijdelijke aanstelling, maar wel alle hoogleraren hebben een vaste aanstelling. 

Ik begrijp heel goed wat het voordeel is van een tijdelijke aanstelling: je kunt vrij gemakkelijk afscheid nemen. Maar, als je eenmaal tot het niveau van hoogleraar of lector bent gekomen, heb je vaak al een hele werkgeschiedenis achter de rug. Dat heeft consequenties voor uitkeringsrechten, dus lange wachtgelden door de bovenwettelijke uitkeringen waar de lectoren recht op hebben. In dit opzicht vind ik dat de RUG het beter doet. 

Maar verder vind ik dat we niet afgunstig moeten kijken naar onze grote zus, de RUG. De hogeschool heeft een eigen rol. Het is wel belangrijk om goed samen te werken met die grote zus. Hiermee kom ik bij mijn tweede punt. 

De Hanzehogeschool niet voor niets Excellent

Er heerst bij de Hanzehogeschool Groningen een cultuur van: willen veranderen. Na jarenlang pionieren op het gebied van onderzoek begint de vervlechting van onderzoek in het onderwijs langzamerhand meer vorm te krijgen. In de notitie hierover van het Instituut voor Rechtenstudies, waaraan ik verbonden ben, hebben we gezegd dat onderzoek een vanzelfsprekend onderdeel moet uit maken van het onderwijs. 

Door de ervaringen met leerateliers en learning communities bij het Kenniscentrum Arbeid (KCA), waar ik deel van uitmaak, denk ik dat we al een heel eind op weg zijn. Zeker als ik het vergelijk met het verhaal van Petra Biemans van Inholland bij het afscheid van Ben Emans. Hoewel ik moest lachen om het beeld van een lector die als een vlieg om de olifant, het onderwijs, zoemt, zie ik ons als lectoren niet meer als een lastige vlieg rondom de onderwijs-olifant. Door onze eigen inzet is het KCA al veel beter ingebed in het onderwijs. Wij horen er gewoon bij in onze schools. 

Voor een goede inbedding van onderzoek in het onderwijs is het belangrijk dat er een goede samenwerking is met de hogeschooldocenten, de hsd’s. De hsd’s zijn de intermediairs tussen lectoren en het onderwijs. Dat hoeft zich niet te vertalen in een plek in de kenniskring van de lector. Ik denk dat we in 2018 het fenomeen kenniskring niet meer kennen. 

Kenniskring veronderstelt een vaste relatie met het lectoraat en ik vind nu juist dat docent-onderzoekers op projectmatige wijze betrokken moeten worden bij het onderzoek van lectoren. Kenniskring nodigt nu teveel uit tot: daar wil ik bij horen. In plaats van: aan dat onderzoek wil ik mee werken. Kenniskring nodigt uit tot passiviteit. 

Meer ruimte voor zoektocht naar onderzoek 

In 2018 heeft elke lector een team om zich heen van enkele medewerkers die verbonden zijn aan het onderwijs in de school, maar die voor minstens 3 dagen per week met de lector op zoek gaan naar nieuwe onderzoeksmogelijkheden. Grotere dienstverbanden voor docent-onderzoekers geven meer stabiliteit in het onderzoek. Soms word ik heel zenuwachtig als ik een onderzoeksvraag krijg waar ik nog geen onderzoeker bij heb gevonden. 

De vraag uit het veld ligt er. Het onderzoek is interessant, maar van korte duur. En dan moet ik een docent los zien te weken uit het onderwijs. Ik vind dat risicovol. Als we werkelijk oplossingen willen bieden voor problemen in de praktijk moeten lectoren kunnen beschikken over een blik onderzoekers waar ze zo uit kunnen putten. Daarom, grotere dienstverbanden voor onderzoekers. 

In 2018 heeft elke lector een vaste hsd die betrokken is bij de ontwikkeling van projecten en die als een intermediair fungeert tussen het lectoraat en de andere hsd’s in de school. Verder denk ik dat het goed is dat het team van de lector, heerlijk om zo te mogen fantaseren, wordt uitgebreid met een hogeschoolhoofddocent. De hshd moet gepromoveerd zijn en moet op niveau projecten kunnen aansturen. Misschien moeten we er op termijn zelfs naartoe dat elke hsd’er gepromoveerd moet zijn. Maar dat zal niet voor elke school gemakkelijk gaan. 

In ieder geval moeten de medewerkers in het team van de lector in de eerste plaats beschikken over onderzoekskwaliteiten en ze moeten daarnaast beschikken over kwaliteiten die in de school benut kunnen worden. We zijn dus op de goede weg. En dat komt wat mij betreft door de Kenniscentra. 

Lang leve de kenniscentra

Ik ga ervan uit dat kenniscentra in 2018 nog meer zullen bloeien dan nu. Misschien heten ze dan anders. En misschien hebben ze een andere samenstelling. Maar ik denk dat het voor onderzoek heel belangrijk is om met verschillende disciplines samen te werken.

Je ziet het ook in universiteiten (ik kan het toch niet laten om de vergelijking weer te maken): het onderzoek waar het meeste geld mee wordt binnengehaald gebeurt in interdisciplinaire groepen. GUIDE, CBN, het zijn de grote onderzoeksgroepen waar verschillende faculteiten in participeren. 

Het KCA zal onderzoek blijven doen met andere kenniscentra binnen de Hanzehogeschool Groningen, zoals het Kenniscentrum Ondernemerschap, het Energie Kenniscentrum en CaRES. En we doen dat niet alleen om geld binnen te halen, maar vooral omdat het ook leuk is om met andere disciplines te werken. 

De thema’s van 2018 

In 2018 werken we met internationale partners aan ongeveer dezelfde onderwerpen als nu. Ik denk dat Healthy ageing, Energie, Ondernemerschap en Excellentie in 2018 nog steeds thema’s zijn waarop we kunnen samenwerken met andere kennisinstellingen. 

Onze focus gaat nu al uit naar internationalisering. De Eemsdelta is een prachtig gebied om onderzoek te gaan doen. Laatst zag ik een documentaire (of een reclamefilmpje, daar wil ik even vanaf wezen) bij RTL Z. Daar worden gigantische gebouwen neergezet, daar moet gewerkt worden. Hoeveel mensen ze echt nodig hebben…dat zijn we nu aan het onderzoeken. De werkzaamheden die we nu verrichten gaan hopelijk leiden tot Europese projecten. Daarvoor is het nodig dat we onze contacten in Duitsland en België benutten. Logische partners zijn Oldenburg, Bremen en Leuven. 

De thema’s waar we nu mee bezig zijn, zijn heel relevant voor 2018. Ik verwacht dat er dan meer krimp is. De krapte op de arbeidsmarkt, vooral in de zorg en de ICT is dan manifest. Ons onderzoek naar oplossingen vanuit samenwerking met meerdere partijen via multi-level labour governance zal zijn nut dan bewijzen. 

Er zal nog meer dan nu behoefte zijn aan re-integratiemaatregelen. En aan maatregelen om medewerkers gemotiveerd aan het werk te houden en om ze geschikt te houden voor hun werk. Strategische planning zal meer dan ooit nodig zijn, bijvoorbeeld om steeds in beeld te houden welke kennis er nodig is op de arbeidsmarkt. 

Slimmer organiseren zal nog steeds op de agenda staan. Kortom, er zal genoeg stof zijn voor evaluatief onderzoek. En organisaties profiteren enorm van de digitale beschikbaarstelling van onze tips and tricks. Ik durf niet te zeggen dat iedereen onze apps dan zal gebruiken. Omdat ik niet zeker weet of apps dan nog bestaan. De wereld zal er anders uitzien in 2018. 

Dr.mr. Petra Oden is lector Juridische aspecten van de arbeidsmarkt aan de Hanzehogeschool 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK