Geen beleid op enquêtes

Nieuws | de redactie
10 juni 2013 | De Nationale Studenten Enquête (NSE) kan over algemene 'tevredenheid' van studenten iets zeggen. Maar er beleid of 'lijstjes' op maken is onvoldoende gefundeerd, zeggen leden van de UvA-Centrale Studentenraad. "De opleiding kan niet worden afgerekend op groen-, sport- of woonvoorzieningen in de stad."

De Nationale Studenten Enquête (NSE) wordt tegenwoordig als heilige graadmeter gebruikt om ranglijsten op te stellen en beleid op te maken. Dit terwijl deze is ontwikkeld om toekomstige studenten de tevredenheid van de huidige studenten over hun opleiding mee te geven. Het gebruik van ranglijsten en de inzet voor beleid is gevaarlijk, omdat  er haken en ogen zitten aan de methodiek.

Alles op een hoop

Het eerste dat opvalt is, dat voor het HBO en het WO nagenoeg dezelfde vraagstelling gebruikt wordt. Dit is niet representatief. Een beroepsopleiding vraagt actiever om een degelijke beroepsoriëntatie dan een wetenschappelijke opleiding. In de enquête wordt een vraag gesteld over de kennis van docenten over de beroepspraktijk. Wat is echter de beroepspraktijk als het bijvoorbeeld gaat om een wetenschappelijke opleiding filosofie?

De NSE is als volgt opgebouwd: opleiding specifiek, instelling algemeen en de studeerstad. De resultaten worden uiteindelijk op één hoop geschraapt en op het bordje gelegd van opleidingen. Waar is de opleiding echter zelf verantwoordelijk voor?

De laatste vraag in de enquête is pas een vraag naar de tevredenheid over de opleiding, nadat studenten vijftig vragen hebben ingevuld over instellingsalgemene punten en hun studiestad. De opleiding kan niet worden afgerekend op groen-, sport- of woonvoorzieningen in de stad. Het antwoord op die laatste vraag, die naar de tevredenheid over de opleiding, wordt gebruikt in de Keuzegids, Elsevier en in andere media. Dit antwoord is niet de juiste representatie van de onderwijskwaliteit.

Net de Cito-toets

Het feit dat het schort aan de methode maakt het pijnlijk dat op basis van de uitkomsten ranglijsten worden gepresenteerd en aan de hand ervan beleid wordt gemaakt.

Ten eerste worden de resultaten gebruikt om opleidingen te rangschikken. De verschillen tussen opleidingen van verschillende universiteiten zijn minimaal, toch worden de cijfers in ranglijsten geplaatst zonder de cijfers. Daarmee wordt de NSE goed vergelijkbaar met de Cito-toets. Die wordt ook voor steeds meer doeleinden gebruikt, zoals het vergelijken van scholen, terwijl de toets ontwikkeld is als hulpmiddel voor de docent. Kritiek daarop barstte los, terwijl het omtrent de NSE akelig stil blijft.

Twee oproepen

Ten tweede wordt beleid gemaakt op grond van resultaten van de NSE. Zo scoort de Universiteit van Amsterdam slecht op het punt arbeidsoriëntatie, met als gevolg dat in opleidingen meer arbeidsoriëntatie moet gaan plaatsvinden. De vragen in de enquête zijn echter zo breed geformuleerd dat het praktisch onmogelijk is om daar überhaupt beleid op te maken.

Uit de vragen over communicatie wordt volstrekt niet duidelijk op welk aspect van communicatie (docent-student, onderwijsbalie-student, digitale leeromgeving-student) de vraag betrekking heeft. Het is dan pijnlijk als instellingen, om de resultaten van de NSE te verbeteren, studenten aan de lopende band gaan informeren terwijl daar het probleem van communicatie niet ligt.

Wij doen daarom twee oproepen. De eerste is aan initiatiefnemers van de NSE: herzie de vragenlijst door bijvoorbeeld meer specifiekere vragen in te voegen. Ten tweede aan de gebruikers van de resultaten: neem de uitkomsten met een korrel zout.  

Lucie Gooskens en Nick de Rooij, Centrale Studentenraad van de Universiteit van Amsterdam


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK