Turken in Nederland op uitwisseling met valse diploma’s

Nieuws | de redactie
11 november 2016 | Bij 19 Nederlandse onderwijsinstellingen zijn studenten uit Turkije gaan studeren met een vervalst diploma. De Universiteit Utrecht en de Technische Universiteit Eindhoven hebben aangifte gedaan van valsheid in geschrifte. OCW heeft een onderzoek ingesteld en komt met aanbevelingen om dit te voorkomen.

Binnen een onderdeel van het Europese studentenuitwisselingsprogramma Erasmus+, zijn signalen van onregelmatigheden aan het licht gekomen. Deze hadden betrekking op activiteiten met middelen die door de EU in het kader van Erasmus+ aan Turkije, in casu het Turkse Nationale Agentschap, zijn toegekend en door het Turkse Nationale Agentschap worden verdeeld. Het Nationale Agentschap van Nederland en Turkije zijn verantwoordelijk voor het toekennen van beurzen. Het EP-Nuffic voor het hoger onderwijs en CINOP voor het MBO vertegenwoordigen Nederland in het Nationale Agentschap.

Valsheid in geschrifte

Uit onderzoek van de Auditdienst Rijk (ADR) blijkt dat er bewust ‘creatief’ om is gegaan met regels waarbij ook valsheid in geschrifte aan de orde lijkt te zijn, zoals het namaken van certificaten van onderwijsinstellingen. Dit heeft plaatsgevonden buiten het directe zichtveld van de regisserende organisaties die bij de uitvoering en toezicht op het Erasmus+ betrokken zijn.

In verschillende projecten in het kader van Erasmus+ zijn Turkse mbo-studenten naar Nederland gekomen. Daarbij traden Turkse Nederlanders op als tussenpersonen (hetgeen is toegestaan). Deze tussenpersonen deden daarbij een beroep op bij hen bekenden bij Nederlandse (onderwijs)instellingen of deden alsof zij bij die instellingen werkten dan wel deze instellingen vertegenwoordigden.

Ook werden er namens die instellingen valse certificaten afgegeven aan de Turkse studenten. Bij het Nederlandse Nationaal Agentschap (NA) en de Nederlandse Nationale Autoriteit (NAU) is de sterke indruk ontstaan dat de activiteiten die aan de Turkse studenten zijn aangeboden, afweken van de initieel aangekondigde activiteiten waarvoor de middelen ter beschikking waren gesteld. Bovendien ligt ook het aantal geleverde activiteiten en de kwaliteit ervan vermoedelijk lager.

19 instellingen

Voor zover nu te overzien is, zijn bij deze casus 19 instellingen (onderwijsinstellingen en kleine privé-ondernemingen) betrokken. Voor zover bekend hebben 4 instellingen daadwerkelijk aangifte gedaan van valsheid in geschrifte waaronder de Universiteit Utrecht en de Technische Universiteit Eindhoven.

Het Turks Nationaal Agentschap is in deze casus primair verantwoordelijk, omdat het gaat om activiteiten die via het Turks Nationaal Agentschap zijn uitgevoerd met beschikbaar gestelde EU-middelen.

Nederlandse instellingen die mogelijk nadeel hebben ondervonden van de vermoedelijke onregelmatigheden is door het Nationale Agentschap gevraagd aangifte te doen bij de politie. Een aantal organisaties heeft daadwerkelijk aangifte gedaan, maar niet alle organisaties zijn daar toe bereid. Inmiddels heeft de politie de zaak overgedragen aan de FIOD.

Mogelijk aanvullende maatregelen

De reikwijdte en het effect van de maatregelen die in Nederland zijn ingezet naar aanleiding van de geconstateerde onregelmatigheden zijn soms niet helemaal duidelijk. Daarom heeft de minister de ADR gevraagd om vanuit een onafhankelijke blik te onderzoeken of Nederlandse betrokkenen, te weten de Nationale Autoriteit, het Nationaal Agentschap en de minister, gezien de omvang van het gehele Erasmus+programma en de bestuurlijke organisatie ervan, redelijkerwijze passende acties hebben ondernomen en of aanvullende maatregelen door Nederland gewenst zijn.

De minister schrijft aan de Kamer dat:  “De conclusie van de ADR luidt dat Nederland meer heeft gedaan dan redelijkerwijze verwacht zou mogen worden. De ADR adviseert om op basis van het nog te verschijnen audit-rapport in opdracht van de Europese Commissie met de Europese Commissie en andere deelnemende landen te bezien welke andere aanvullende maatregelen genomen kunnen worden. Dat advies neem ik graag ter harte. De ADR concludeert tevens dat het helemaal dichtregelen van Erasmus+ tot een zeer star en onwerkbaar programma zou leiden, ‘wat niet ten goede zal komen aan het realiseren van de beoogde doelstellingen’.”

Frans van Heest


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK