Rutte III grabbelton voor onderwijs

Analyse | de redactie
25 oktober 2017 | Terwijl in Den Haag gesleuteld werd aan een regeerakkoord, was het onrustig in onderwijsland. Protesten tegen werkdruk en zorgen om tekorten. Wat betekent het regeerakkoord voor het primair en voortgezet onderwijs? “Het blijft allemaal tamelijk vaag”, zegt Inholland-lector Jeroen Onstenk.
(foto: Mundial Perspectives)

“Het is een goede zaak dat er geld geïnvesteerd wordt om de werkdruk te verlagen”, zegt Onstenk, die als lector pedagogisch-didactisch handelen in het onderwijs verbonden is aan Inholland. “Regeldruk terugdringen lijkt me een goede zaak, maar het blijft verder nogal onduidelijk waar dat geld dan precies naar toe gaat.”

Druppel op een gloeiende plaat

Wat Onstenk met name mist in het regeerakkoord is een visie op onderwijskwaliteit. “Het gaat over werkdruk, terwijl het juist meer algemeen zou moeten gaan over hoe we kwalitatief hoogwaardig onderwijs kunnen bieden.” Dat heeft volgens de Inholland-lector te maken met hoe je docenten van de toekomst opleidt, maar ook met hoe je hen begeleidt in hun professionele carrière.

Het neerzetten van een professionele organisatie is volgens Weishaupt één van de grootste uitdagingen waar het onderwijs voor staat. Weishaupt is lector professionele onderwijsorganisaties bij Stenden en directeur van het Roelof van Echten College een middelbare scholengemeenschap voor vmbo, havo, vwo en gymnasium.

Volgens Weishaupt is het geld dat nu wordt vrijgemaakt om de werkdruk tegen te gaan een druppel op een gloeiende plaat. “Als je echt iets wilt doen aan de werkdruk dan doe je dat niet door leraren extra geld te geven, maar door iets te doen aan verkleining van klassen en verbeteringen van de professionele organisatie. Dat kost heel veel geld en daar is heel veel onderzoek voor nodig.”

Ook Onstenk benadrukt dat de extra maatregelen om het lerarentekort op te vangen, zoals de halvering van het collegegeld in de eerste twee jaar van de Pabo, geen oplossing zal bieden. “Op zichzelf is het mooi meegenomen, maar eigenlijk komt het vooral goed uit dat je wat minder studieschuld opbouwt, omdat je vervolgens als leraar ook minder gaat verdienen.”

Differentiëren in de lerarenopleiding is mooi en nodig, maar “ik denk dat het maar zeer de vraag is of het de opleiding is die de beroepspraktijk daadwerkelijk gaat veranderen,” zegt Onstenk. “Volgens mij worden de tekorten in het onderwijs ook veroorzaakt omdat er zo veel mensen voortijdig uit het onderwijs vertrekken.”

Verbeter het onderwijs op basis van onderzoek

Weishaupt denkt dat onderzoek een belangrijke rol kan spelen bij het verbeteren van de onderwijspraktijk. Hij is dan ook blij dat er door het kabinet extra geld is vrijgemaakt voor praktijkgericht onderzoek. “We moeten weg van het politieke ‘ik geloof dat, jij gelooft dit’. We moeten op grond van bevindingen verbeteringen doorvoeren in de onderwijspraktijk.”

“Een professionele organisatie vraagt innovatie en een onderzoekende houding van docenten die reflecteren op hun eigen lesgeven, maar daar is ruimte en tijd voor nodig. Je hoort vaak dat docenten van alles willen, maar dat ze toch te horen krijgen dat ze niet moeten zeuren en gewoon aan de slag moeten. Op die manier gebeurt er niks, daar is echt een cultuurverandering nodig.”

Terwijl de werkdruk toeneemt en de regering wel degelijk de ambitie lijkt te hebben om leraren daarin tegemoet te komen, komen er ook weer nieuwe taken op hun bord te liggen. Zo moeten leraren in het kader van burgerschapsvorming kennis maken met het Wilhelmus, het parlement en de kunst van het Rijksmuseum. Onstenk doet op Inholland veel onderzoek naar burgerschapsvorming in het onderwijs. De plannen van Rutte III op dit punt noemt hij ‘een grabbelton’. “Er spreekt een weinig geïntegreerde, laat staan inspirerende, visie uit op wat men wil met het onderwijs.”

Rol voor burgerschap in curriculumherziening

De plannen van het kabinet met het onderwijs behelzen onder meer een verandering in het curriculum. In navolging van het advies Onderwijs2032 dat Paul Schnabel schreef is een stuurgroep die bestaat uit de Onderwijscoöperatie, PO-raad, VO-raad, AVS, LAKS en Ouders & Onderwijs bezig om onder de noemer Curriculum.nu de herziening van het onderwijscurriculum vorm te geven.

Over Onderwijs2032 is veel te doen geweest, veel groepen voelden zich in dit traject niet gehoord. In het regeerakkoord zijn daarom alle partijen rondom de herziening benoemd: “Samen met onderwijzers, leerlingen, ouders, het vervolgonderwijs en het beroepenveld wordt de afgesproken herziening van het onderwijscurriculum doorgezet.”

“We zetten wel duidelijk een streep onder 2032, maar natuurlijk zijn de twee met elkaar verbonden”, zegt Walter Snoeij van de stuurgroep daarover. Het plan moet in 2019 wettelijk in het onderwijs verankerd gaan worden.

Het is nog de vraag hoe de burgerschapsvorming in het curriculum wordt ingevuld. Het nieuwe kabinet trekt €80 miljoen extra uit voor activiteiten in het kader van cultuur (- en historisch democratisch bewustzijn). Opvallend genoeg worden die plannen in het akkoord niet onder de onderwijs- maar onder de cultuurparagraaf geschaard.

Nostalgische blik op burgerschap

Onstenk heeft op zich geen probleem met de plannen van het kabinet om leerlingen kennis te laten nemen met het Wilhelmus en de kunst van het Rijksmuseum, al zou het meervoud musea beter geweest zijn. Wel vindt hij de plek die de plannen krijgen in het regeerakkoord enigszins vreemd. “In combinatie met wat er in de onderwijsparagraaf wel staat over burgerschap getuigt het van een hele eenzijdige en nostalgische definiëring van burgerschap en cultuur.”

Volgens de Inholland-lector wijst ook de passage in het regeerakkoord rond een maatschappelijke diensttijd er op dat er meer over burgerschap wordt gesproken in termen van disciplinering. “Het lijkt er op dat het dit kabinet meer gaat over het invoegen van mensen in een heersende cultuur, in plaats van dat gesproken wordt over hoe we de maatschappij willen vormgeven.”

In die zin is het ook opvallend dat een term als vorming of Bildung geen plek meer heeft in de kabinetsplannen. “Het is de afgelopen jaren heel veel over Bildung gegaan. Nu wil ik niet per se bepleiten dat die term terugkomt, maar dat het helemaal niet meer over vorming gaat nu, vind ik wel een gemiste kans. Er lijkt een beetje een smalle, wat krenterige invulling aan burgerschap te worden gegeven. Het gaat eigenlijk meer over Nederlanderschap.”

Albert Weishaupt valt het op dat er ondanks de strijd tegen de werkdruk, wel degelijk extra druk op met name het passend onderwijs wordt gelegd. “Aan het begin van de passage over het onderwijs staat dat het nieuwe kabinet ruimte en verantwoordelijkheid aan de sector wil geven, maar vervolgens komt er een hele reeks gun- en verboden.”

Focus op meerwaarde van het leraarschap

De Stenden-lector wijst op de plannen van het kabinet voor extra toezicht op het gebied van passend onderwijs. “Ik snap waar het vandaan komt, er is de laatste tijd veel discussie geweest of het geld dat gereserveerd is voor passend onderwijs wel goed besteed wordt, maar ik denk niet dat dit een goede oplossing is. In feite komt er een toezichthouder van de toezichthouder bij.”

Zowel Weishaupt als Onstenk constateren dat er ondanks de inspanningen om de werkdruk te verlagen, in de kabinetsplannen juist ook weer nieuwe dingen gevraagd gaan worden. Met het oog op het dreigende lerarentekort is het dan ook de vraag of Rutte III de gewenste oplossingen gaat bieden.

Onstenk: “Er zou veel meer gedaan moeten worden om de maatschappelijke meerwaarde van het leraarschap te benadrukken. Dat is ook een beetje wat ik over de hele linie mis in het regeerakkoord: een samenvattende, inspirerende gedachte over wat leraarschap en onderwijs moeten zijn.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK