Van Engelshoven gaat inzetten op internationalisering en gelijke kansen

Nieuws | de redactie
16 november 2017 | Het kabinet gaat in de Europese Unie inzetten op meer internationalisering en gelijke kansen in het onderwijs. In de Kamer klonken zorgen over de overdracht van onderwijsbevoegdheden aan de EU.

Alleen de VVD, SP en de PVV waren afgekomen op het overleg met de minister over de inzet van Nederland voor de Europese Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport. Het eerste Kamerlid die zijn inbreng mocht geven was Harm Beertema (PVV). Beertema was tegen ieder overleg in de EU ten aanzien van onderwijs en wees op het subsidiariteitsbeginsel waarin is geregeld is dat lidstaten zelf over onderwijs gaan.

“Er worden maatregelen voorgesteld vanuit de EU om te werken aan betere scholen en effectievere en efficiëntere sturingsmechanismes binnen de onderwijsstelsels, hoe zit dat met subsidiariteit? We doen het zelf en we doen het goed, zeker als het gaat om toegankelijkheid loopt Nederland voorop.”

Onderwijs taak van lidstaat zelf

De onderwijswoordvoerder van de VVD, Bente Becker waarschuwde ook voor een toenemende Europese invloed op het onderwijsbeleid, maar was genuanceerder dan haar collega van de PVV. “Het is niet verkeerd dat lidstaten met elkaar van gedachten wisselen over onderwijs. In tegenstelling tot wat de heer Beertema zegt dat de EU daar helemaal geen in rol zou moeten hebben. Maar het is wel de vraag of de EU zo ver zou moet gaan om maatregelen te nemen ten aanzien van onderwijs en jeugd, of dat dit een rol is van lidstaten zelf?”

Deze vraag was een retorische en het VVD-Kamerlid vroeg aan minister Van Engelshoven hoe zij hierin stond. “Zijn de bewindspersonen het met de VVD eens dat men binnen de EU best practices mag uitwisselen, maar niet gaat over het wat en het hoe van ons onderwijs? Zijn de bewindslieden het niet met de VVD eens dat de EU wel een rol te spelen heeft waar zij ook echt een toegevoegde waarde heeft? Bijvoorbeeld op het gebied van het verbeteren van de interne markt voor onderwijs en jeugd.”

De VVD doelde bij die interne markt op meer studentenuitwisseling en ook op het inzetten op wetenschappelijk onderzoek. “Wat de VVD betreft moet de EU wel diploma’s voor de verschillende landen beter erkennen en studeren in het buitenland makkelijker maken. Daarnaast moet grensoverschrijdend wetenschappelijk onderzoek worden gefaciliteerd. Dat zijn de punten waar de EU betekenis kan hebben, hoe staat het met deze dossiers en hoe gaat het kabinet de OJCS Raad gebruiken om die zaken verder verbeterd te krijgen? Zouden de bewindspersonen kunnen toezeggen dat zij snel met een uitwerking naar de Kamer kunnen komen van de afspraken in het regeerakkoord over de verbetering van de internationalisering in het hoger onderwijs.

Ook Frank Futselaar drukt de minister op het hart dat onderwijs een nationale bevoegdheid is. “Het is mooi om te zien dat de drie partijen die hier aanwezig zijn onderwijs in Europa wel belangrijk vinden. Al begrijp ik wel dat de OJCS wordt gezien als een minder belangrijke raad omdat onderwijs een nationale verantwoordelijkheid is en dat het ook zou moeten blijven. Dat betekent niet dat er geen overleg zou moeten. Dat is op zich prima maar we moeten wel bewaken dat wij  gaan over het eigen onderwijs, zoals Europees ook is afgesproken.“

Europese samenwerking cruciaal

De minister poogde de enigszins EU-kritische partijen in de Kamer gerust te stellen. “Laat ik vooropstellen dat ik zelf handel binnen het uitgangspunt dat onderwijs en cultuur nationale bevoegdheden zijn en dat ik daar de subsidiariteit in moet bewaken. Dat is de algemene inzet van de Nederlandse regering en is een heel belangrijk uitgangspunt.”

Daar wilde de minister nog wel een ‘maar’ aan toevoegen. “Europese samenwerking en internationalisering zijn van cruciaal belang voor onze maatschappij en ook voor ons toekomstige generaties. Docenten, studenten, wetenschappers en kunstenaars maken Europa slimmer, innovatiever en creatiever als zij de onbegrensde mogelijkheden krijgen om te leren en om hun talenten te ontwikkelen en te inspireren.”

Een belangrijk uitgangspunt van de Europese inzet is volgens de minister het belang van studentenuitwisseling. “Zoals ook in het regeerakkoord is opgenomen willen wij sterk inzetten op die internationalisering van het onderwijs. Een heel mooi voorbeeld is het Erasmus+ programma. Een Europees programma dat sterk bijdraagt aan de kwaliteit van onderwijs en ook aan het functioneren van de arbeidsmarkt en de maatschappij. In Nederland wordt er heel goed gebruik gemaakt van dat Erasmus+ programma ik ben dan ook blij dat het budget in 2018 stijgt met 15%, naar bijna €60 miljoen om op die manier tegemoet te komen aan het hoge aantal aanvragen van studenten en docenten.”

Internationalisering vormgeven met hbo en wo

De minister gaf aan dat zij samen met hogescholen en universiteiten snel om tafel wil om die internationalisering verder vorm te geven.Onze inzet is het versterken van de aantrekkelijkheid voor buitenlandse studenten met behoud van toegankelijkheid. Daar ligt voor de overheid een rol als ook voor de instellingen zelf. Ik ga op korte termijn het gesprek aan met hogescholen en universiteiten hoe we in de toekomst een gedragen strategie zullen komen om de kans die er Europees is volop te benutten.”

Bente Becker ging al dat overleg met hogescholen en universiteiten allemaal niet snel genoeg. “Kan de minister de Kamer zo snel mogelijk informeren over die gesprekken. Uiteraard is het belangrijk om in het veld gesprekken te voeren hoe de hogescholen en de universiteiten daar tegenaan kijken. Maar mij moet dan wel van het hart dat het wel vrij lang duurt voor dat wij als Kamer over dit belangrijke onderwerp kunnen spreken.”

Tijd nemen voor gesprek over internationalisering

De minister had begrip voor de haast van de VVD maar wees ook op de kwaliteitsafspraken die nog gemaakt moeten worden. “Ik begrijp dat u zo snel mogelijk iets wil hebben. Ik hoop dat u zich ook realiseert dat met de hogescholen en universiteiten ook een gesprek gevoerd moet worden over bijvoorbeeld de nieuwe kwaliteitsafspraken. Er ligt in die gesprekken een hoop op ons bordje. Ik vind het van belang dat ik als met een internationaliseringsaanpak kom die gedragen wordt door studenten, hogescholen en universiteiten. Zo’n proces kost tijd.”

Tot slot wees de minister op het belang van gelijke kansen voor haar boodschap in de EU, maar ook als minister. “Ik vind het zorgwekkend om te zien dat sociaaleconomische status, migratieachtergrond en gender nog steeds bepalend kunnen zijn voor de mate van succes in het onderwijs. Ik zal de komende tijd ook veel aandacht geven aan kansengelijkheid in het onderwijs, om de grote wordende kloof te dichten. Die kloof zien we specifiek terug in het mbo. Ik zal in de EU aandacht vragen voor het beroepsonderwijs ik zal daar ook het Associate Degree noemen. Waardoor jongeren uit het mbo een kans krijgen om door te stromen naar een hoger niveau.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK