Hbo-docenten hebben minimale docentvaardigheden

Nieuws | door Frans van Heest
20 juni 2018 | Het hbo kan veel leren van het mbo om studiesucces te verbeteren. In het mbo worden docenten veel meer verantwoordelijk gemaakt voor de uitval van studenten, zegt Marcel van der Klink, lector onderwijsprofessionalisering van Zuyd Hogeschool.

Vorige week waren de Onderwijs Research Dagen aan de Radboud Universiteit. Hier vond ook een symposium plaats over praktijkgericht onderzoek naar studiesucces in het hbo. Verschillende Onderzoekers uit het hbo deelden hier kennis met elkaar om lessen te leren hoe het studiesucces in het hbo verhoogd kan worden. De discussieleider was Louise Elffers, lector beroepsonderwijs van de HvA.

Elffers zette uiteen dat het probleem met studiesucces in het hoger beroepsonderwijs onverminderd laag blijft. “Het hbo kampt met teruglopende studierendementen in eerstejaars uitval en switch, dat lijkt nu eindelijk een beetje te stabiliseren. De eerstejaarsuitval is nu ongeveer 15% en de switch 18%. Als je kijkt naar het vijfjarig diplomarendement dan zie je dat het nog steeds daalt.”

Kwalificatiefunctie van het hbo onder druk

Volgens de lector van de HvA komt hierdoor de maatschappelijke opdracht onder druk te staan en daar wil het hbo iets aan doen. “Studenten worden hierdoor onvoldoende voorbereid op de arbeidsmarkt. Maar ook de emancipatoire functie die van oudsher bij het hbo hoort met een opwaartse sociale mobiliteit komt hierdoor in het geding. Dit samen zorgt ervoor dat het hbo heel graag de belemmerende factoren in kaart wil brengen en ook aan interventies werkt om het studiesucces te verhogen.”

Ellen Klatter, lector studiesucces van de Hogeschool Rotterdam bepleitte dat er juist meer aandacht moet komen voor engagement in plaats van studierendement in het onderzoek rondom dit thema. “Bij onze lectorale rede hebben we ons de boodschap meegegeven van studierendement naar engagement. Daar bedoelen wij eigenlijk mee dat we ons heel erg op het rendement focussen. We moeten kijken wat gebeurt daaromheen. In hoeverre zijn we betrokken bij de studie? Daarvoor hebben we een programma opgezet en doen we onderzoek in hoeverre studenten zelf hun doelen stellen om hun opleiding succesvol af te ronden.”

Niet alle interventies zijn de juiste

Elffers gaf vervolgens aan dat zij onderzoek doet naar het voortraject van studenten op het hbo om zo het studiesucces te verbeteren. Zij constateerde wel dat bij dit type onderzoek niet altijd de juiste conclusies worden getrokken. “Wij hebben onderzoek gedaan met wat voor bagage studenten starten in het hbo. Om op die manier te kijken wat nu nodig is om succesvol te kunnen studeren in het hbo. We zien dat mbo’ers in het eerste jaar vaker uitvallen dan havisten. Het lage studiesucces van mbo’ers wordt aan uiteenlopende factoren toegeschreven. Dit is ook de basis voor tal van interventies. We stellen wel vast dat er niet altijd empirische evidentie is voor deze interventies.”

Elffers heeft in haar eigen studie vastgesteld dat mbo-studenten andere, maar niet altijd mindere studievaardigheden hebben in vergelijking met havisten of vwo’ers. “We zien dat mbo’ers lager scoren als het gaat om cognitieve vaardigheden en vooral wat we noemen de aangeleerde vaardigheden, zoals logisch redeneren. De mbo’ers scoren juist weer hoger op, vaardigheden zoals samenwerken. Ze zijn ook zekerder over hun studiekeuze. Ze scoren ook hoog op intrinsieke motivatie. Daar horen wij ook vaak andere verhalen over. Dan wordt er gezegd: ‘die mbo’ers komen alleen maar naar het hbo om veel geld te verdienen. Ze zijn juist heel intrinsiek gemotiveerd.” 

Ze komen hier alleen voor een dikke BMW

Om haar stelling kracht bij te zetten kwam Elffers met een anekdote van de jaarlijkse onderwijsconferentie op de HvA. “Op de HvA hadden wij een interne onderwijsconferentie waarbij een workshop ging over de motivatie van mbo’ers en de titel daarvan was: ‘ze komen hier alleen maar voor de dikke BMW.’ Om maar even aan te geven wat voor ideeën daarover zijn. Ik vind het fijn om met de data in de hand te kunnen zeggen dat dit heel anders ligt.”

Vervolgens was het woord aan Marcel van der Klink, lector professionalisering van het onderwijs van Zuyd Hogeschool. Het was aan hem om een korte reflectie geven en hij kwam met een aantal prikkelende observaties. “Het vraagstuk van studiesucces is eigenlijk iets waar alle hogescholen, maar ook alle andere onderwijssectoren echt mee bezig zijn. We zijn in Nederland voorbij het standpunt dat het jammer en zielig is voor studenten. We zijn inmiddels in het stadium aanbeland dat het zonde is dat er zoveel studenten niet in staat worden gesteld om hun capaciteiten optimaal te ontwikkelen. Dit is niet alleen maatschappelijk van belang, maar ook economisch.”

Laten we ons niet te veel leiden door het rendementsdenken?

Toch vroeg de lector van Zuyd Hogeschool zich af of er niet te veel focus is op het rendementsvraagstuk rondom studiesucces. “Zou het ook niet interessant zijn om onderzoek te doen met veel meer input vanuit studenten zelf? Wat vinden zij nou eigenlijk studiesucces? Wij vinden wel dat studenten na 4 of 5 jaar hun studie moeten afronden, maar zeggen studenten dat ook? Of zeggen ze: ik doe het eigenlijk liever in 7 jaar, of als ik halverwege met mijn studie stop en veel geleerd heb, dan is dat voor mij ook studiesucces.’ Kortom: laten we ons niet te veel leiden door het rendementsdenken?”

Daarnaast wees Van der Klink erop dat de heilige graal in al het onderzoek over studiesucces nog niet is gevonden. “De verklaarbare variantie van alle studies naar studiesucces blijft wel laag. We zijn toch met z’n allen nog op zoek naar de heilige graal, onderzoek waar al die elementen inzitten die het studiesucces echt kunnen gaan bepalen. We moeten echt verder zoeken naar de elementen die bijdragen aan meer studiesucces.”

Uit de vragenlijstmodus

De lector onderwijsprofessionalisering pleitte er daarom voor om een ander type onderzoek hier ook bij te betrekken. “Ik zou er juist voor willen pleiten dat we studies gaan doen met niet alleen vragenlijsten, maar dat wij meer onder de oppervlakte gaan kijken. We moeten daarom niet in die vragenlijsten-modus blijven, maar meer binnen instituten en met studenten en docenten het gesprek aangaan: wat draagt nu wel en niet bij aan studiesucces?”

Tot slot kwam de lector met naar eigen zeggen een prikkelende stelling aan het adres van docenten in het hbo. “Ik denk dat het heel belangrijk is om bij docenten aan verwachtingsmanagement te doen. Je merkt bij heel veel docenten dat het falen van de student wordt toegeschreven aan de student en de successen van de student komt door de opleiding. In die attributie moet iets veranderen, zodat docenten zich verantwoordelijk voelen voor studenten die het even niet kunnen. Docenten hebben daar een verantwoordelijkheid in.”

Het hbo moet leren van het mbo

Volgens Marcel van der Klink is dat in het hbo ook lastig om docenten daar verantwoordelijk voor te maken, dat komt omdat ze onvoldoende voorbereid zijn op hun vak. “In het hbo is dat ook lastig, omdat heel veel docenten over relatief minimale docentvaardigheden beschikken. Zeker als je dat vergelijkt met het mbo, daar zijn heel veel docenten die een volledige lerarenopleiding hebben doorlopen. Het mbo kent ook een veel langere traditie met het voortijdig schoolverlaten en het besef dat je daar als opleiding ook een verantwoordelijkheid in hebt te nemen. Daar moeten we als hbo ook echt wat van leren. We zouden daarom ook eens moeten kijken naar de successen in het mbo, waar op het gebied van studiesucces al veel gerealiseerd is.”

De lector studiesucces van de Hogeschool Rotterdam, Ellen Klatter kon dit beamen. “Het zijn ook de kwalificaties voor docenten in het mbo die daarin een rol spelen, daar is ook het team het uitgangspunt van de onderwijseenheid. In het hbo is dat helemaal niet zo en daar wordt ook helemaal niet de vraag gesteld: hoe krachtig is jullie teamcultuur en hoe is het met de saamhorigheid, of hebben jullie een gezamenlijke visie? Dat wordt nergens bevraagd.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK