Repository route is een belangrijke loot aan open access boom

VSNU Taverne-pilot als aanvulling op big deal onderhandelingen en Plan S

Opinie | door Arjan Schalken
6 februari 2019 | Een alternatieve route naar open access blijft het vroeg beschikbaar stellen van artikelen via repositories. Projectleider van het VNSU 'Taverne' project Arjan Schalken (Vrije Universiteit) licht toe waarom deze aanpak kans van slagen heeft.
Foto: Legal Gavel and Open Law Book (CC BY 2.0)

Nederland gaat al sinds 2014 voor 100% open access in 2020. De teller voor de universiteiten staat nu op 50% dus de vraag is legitiem of dit ambitieuze doel haalbaar is. Met de start van de VSNU-pilot You Share, We Take Care! is realisatie in ieder geval een stap dichterbij gekomen. Kern van de pilot is implementatie van Artikel 25fa Dit artikel luidt als volgt: De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld. van de Nederlandse Auteurswet, ook wel amendement Taverne genoemd.

Dit amendement geeft makers van wetenschappelijk werk dat geheel of gedeeltelijk is gefinancierd met Nederlandse publieke middelen het recht om na redelijke termijn dit werk te delen. Daarbij gaat het zowel om artikelen als losse wetenschappelijke bijdragen die zijn gebundeld in ‘edited collections’. Voor een pilot is gekozen opdat universiteiten op een beheersbare manier onderzoekers kunnen ondersteunen bij het duurzaam en open delen van het werk via de instellingsrepository.

Embargotermijn van zes maanden

Het Nationaal Platform Open Science heeft de wettekst in 2018 uitgewerkt naar een set eenduidige uitgangspunten om onderzoekers een belangrijke steun in de rug te geven er in de praktijk gebruik van te maken. Op 31 januari 2019 is de VSNU vervolgens gestart met de invoering en alle universiteiten doen eensgezind mee.

Een belangrijk uitgangspunt is het werk in gepubliceerde vorm te delen. Daarbij wordt er een uniforme embargotermijn van zes maanden gehanteerd als balans tussen het belang van wetenschap en maatschappij om snel kennis te delen en het belang van uitgevers om gemaakte kosten in het publicatieproces terug te kunnen verdienen. In lijn met de amendementstekst wordt de datum van de eerste online verschijning op de website van de uitgever gehanteerd, niet de officiële publicatiedatum van de journal editie die vaak maanden later is.

Implementatie van Taverne vormt om meerdere redenen een belangrijke impuls in het streven naar 100% open access. Allereerst is het een waardevolle aanvulling op de ‘big deal’ strategie van de VSNU die zich richt op het open access maken van eigen artikelen en het verkrijgen van leesrechten voor alle andere publicaties in tijdschriften. Echter, niet alle tijdschriften vallen op dit moment onder deze onderhandelingen. Ook kan alleen van de open access afspraken gebruik worden gemaakt indien de onderzoeker van een Nederlandse universiteit de corresponderende auteur zijn. Met de internationalisering van het onderzoek is dit procentueel steeds minder vaak het geval. Dankzij het amendement krijgen co-auteurs eveneens het recht om het werk waaraan ze hebben bijgedragen in open access te delen en wordt het behalen van de 100% doelstelling dus minder afhankelijk van open access strategieën in het buitenland.

Juridisch vangnet

Daarnaast is het een vangnet voor het realiseren van open access als onderhandelingen met uitgevers onverhoopt niet tot gewenst resultaat leiden. Geen overeenkomst betekent immers steeds vaker zowel geen leesrechten als geen centrale financiering van publicatiekosten.

Met de komst van Plan S is het lastig te voorspellen hoe onderhandelingen de komende jaren gaan lopen. Hierdoor ontstaat extra onzekerheid of 100% open access voor alle Nederlandse publicaties vanaf 2020 duurzaam gerealiseerd kan worden. Het creëren van een alternatieve route die niet afhankelijk is van complexe onderhandelingen met uitgevers, is daarom belangrijk.

Zijn repositories de route naar open access?

Natuurlijk waren er al mogelijkheden om wetenschappelijk output te delen via de instellingsrepository maar een blik op het beleid van uitgevers met betrekking tot copyright en lokaal archiveren maakt duidelijk dat dit woud van regels, verschillend per uitgever en vaak ook nog per tijdschrift, voor onderzoekers eerder een horde dan een stimulans om te delen is.

Trendanalyses laten zien dat door uitgevers vastgestelde embargotermijnen slechts toenemen. Een embargotermijn van een jaar of langer en met een onderscheid per vakgebied is echter niet meer van deze tijd. Een tijd waarin van de wetenschap verwacht wordt dat via multidisciplinair werk een bijdrage wordt geleverd aan actuele maatschappelijke vraagstukken en een tijd waarin er dringend behoefte is aan snelle en brede toegang tot wetenschappelijke kennis in complexe en vaak polariserende debatten.

Maakt het project daarmee bestaande publicatiesystemen overbodig? Zeker niet. De VSNU focust met ‘You share, we take care!’ op het duurzaam delen van werk via de instellingsrepository na een embargotermijn van zes maanden. Voor bereik van maatschappelijke doelgroepen inclusief onderwijs is Taverne aldus een belangrijk instrument voor kennisdeling.

De meeste onderzoekers willen echter zo snel mogelijk toegang tot actuele onderzoeksresultaten van hun vakgenoten en met de opkomst van datagedreven onderzoek het liefst in een ‘machine readable’ formaat. Daarom zijn de ambities van bijvoorbeeld de VSNU en cOAlition S om output direct open access te publiceren met behoud van copyright en stimulering van hergebruik (CC-BY) belangrijk voor een echte systeemverandering. Maar met de roep om een zorgvuldig transitieproces en aandacht voor de verschillen in publicatieculturen per onderzoeksgebied is de ‘You Share, We Take Care!’ pilot een waardevolle extra loot aan de open access boom.

Extra open access optie

Onderzoekers komen steeds vaker bij bibliotheken met de vraag ‘ik wil mijn artikel in open access publiceren’. Met Taverne is het aanbod van mogelijkheden verder verbreed en kan op basis van de wensen van de onderzoeker, eventuele eisen van de financier, beschikbaar budget en voorhanden zijnde tijdschriften bepaald worden welke open access oplossing het beste past.

Geen “one size fits all” dus maar maatwerk en een werkbare manier om duurzaam tot 100% open access te komen. Onderzoekers werkzaam aan een Nederlandse universiteit die mee willen doen met de pilot kunnen zich aanmelden bij hun universiteitsbibliotheek.

Arjan Schalken :  Projectleider VSNU Pilot

Arjan Schalken is adjunct-directeur van de universiteitsbibliotheek van de Vrij Universiteit Amsterdam en projectleider van de VSNU pilot ‘You share, we take care!’ dat beoogt om Artikel 25fa van de Nederlandse Auteurswet (amendement Taverne) te implementeren.

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK