Een living lab is eigenlijk een soort plant

Nieuws | door Ramon van Doorn
17 februari 2021 | Het Urban Living Lab in Breda probeert stedelijke problemen op te lossen door het gesprek aan te gaan met verschillende partijen. Dit netwerk is vanaf de grond opgebouwd en moet een voedingsbodem zijn voor onder andere onderwijsinnovatie.
Beeld: Pexels via Pixabay.

Het leven in de stad gaat gepaard met vele uitdagingen. Sociale ongelijkheid, duurzame transitie, huizentekorten; allemaal problemen die niet vanuit één sector op te lossen zijn. Om uit te zoeken hoe deze uitdagingen optimaal kunnen worden aangepakt, zijn samenwerkingen tussen verschillende partijen nodig. Een publiek-private samenwerking (pps) is hier een voorbeeld van, maar ook living labs zijn in veel steden in ontwikkeling.

Marcel Kesselring is docent bij de opleiding Communicatie van Avans Hogeschool in Breda en  daarnaast een zogenaamde kwartiermaker van het Urban Living Lab Breda. Volgens hem lijkt een living lab op een pps, maar zijn er toch enkele belangrijke verschillen. “Een pps wordt in het onderwijs meestal vanuit een bestuur van een hogeschool geregeld, dus van bovenaf, maar ons living lab niet. Wij maken gebruik van een bottom-up design.”

Hogescholen denken vaak vanuit hun eigen koker

Zo is het Urban Living Lab Breda ontstaan uit de ideeën van vier docenten van Avans Hogeschool. Zij zijn de founders, oftewel de oprichters van dit project. Medeoprichter Raymond Sparreboom zei eerder dat zijn grote missie met het Urban Living Lab Breda is om bij te dragen aan de ontwikkeling van een nieuwe stadse samenleving, waarin ieder individu kan en wil meedoen en een bijdrage levert bij het oplossen van maatschappelijke en sociale uitdagingen.”

“Het lab is echt ontstaan vanuit een intrinsieke motivatie vanuit docenten”, zegt Kesselring. De docenten voelden zich namelijk beperkt door het eigen curriculum en de geringe koppeling met maatschappelijke vraagstukken. “Hogescholen denken vaak vanuit hun eigen koker, terwijl ze eigenlijk wat vaker over de eigen schutting heen zouden moeten kijken.”

De onderwijssector is dan ook snel aangehaakt bij het project. “Zowel lectoren als andere docenten van beide hogescholen in Breda (Avans Hogeschool en Breda University of Applied Sciences) waren er enorm snel bij. Lectoren doen bijvoorbeeld vaak onderzoek in de regio. Als ze bevindingen uit dat onderzoek vervolgens als onderwijsinnovaties willen doorvoeren in het bestaande curriculum, hebben ze vaak moeite om die open te breken. Met het living lab kunnen ze meer inspraak krijgen en meer invloed uitoefenen op het onderwijs.”

Naast een andere, platte vorm van bestuur heeft het living lab ook meer deelnemers dan een pps. Een pps bestaat namelijk uit een zogenaamde triple helix, die uit drie partijen bestaat: onderwijs, overheid en ondernemers. Het living lab heeft daarentegen een quadruple helix; hier doen ook inwoners van een stad of gebied actief mee.

“Dit verschil merk je ook aan onze projecten”, zegt Kesselring. “Normaal doet een lectoraat een onderzoek met een groep mensen, en als dat onderzoek klaar is, gaat ieder zijn eigen weg. Na onze onderzoeken blijven lectoren echter verbonden aan de inwoners door middel van de communities die we in co-creatie met inwoners opzetten.”

Geen vast thema maar wel duidelijke programma’s

Deze gemeenschapszin past ook bij het thema van het living lab in Breda. “In Breda hebben we er bewust voor gekozen om ons niet vast te pinnen op één onderwerp als duurzaamheid of sociale ongelijkheid, wat bij een pps vaak wel gebeurt. Die zijn veelal echt gericht op één thema, één project. Het thema van ons living lab is ‘urban’, waarbij dus eigenlijk alles hoort wat in de stad plaatsvindt.”

Wat maakt Breda dan zo geschikt voor dit thema? “Niets eigenlijk,” antwoordt Kesselring, “dit kan in elke stad. Wat het in Breda zo speciaal maakt is echt de intrinsieke motivatie en inspanning van iedereen die eraan meewerkt. Ik zou echter het liefst zien dat dit overal gebeurt.” De groei van het living lab gaat dan ook gestaag door, en al hebben ze het niet zelf opgezet, ook in de directies van de verschillende partijen is men enthousiast.

Studenten draaien volop mee

Voor studenten vormen de living labs een goede leeromgeving, denkt Kesselring. “Studenten kunnen bijvoorbeeld afstuderen in een living lab door onderzoek te doen in de omgeving.” Het voordeel hiervan is dat dit soort onderzoek interdisciplinair kan worden ingericht, en de inwoners bovendien graag meedoen. Het gaat immers om hun stad. “We willen de inwoner van de stad graag een gelijkwaardige positie geven, meer inspraak geven. Dit doen we door bestaande communities verder uit te bouwen en nieuwe communities op te starten. Een goed voorbeeld hiervan is de opleiding Social Work; studenten daarvan zitten echt middenin de wijk en hebben veel contact met inwoners.”

Daarnaast helpen studenten van zowel hbo- als mbo-opleidingen met praktische zaken van het living lab. “We hebben een weelde aan kennis in het living lab. Je kan bijvoorbeeld heel goed communicatiestudenten inzetten als netwerkers. En waarom zou je mensen inhuren om een evenement te organiseren als je een opleiding Eventmanagement hebt? Het is zowel voor ons als voor de studenten een heel nuttige manier om dat zo op te lossen.”

Het bottom-up design heeft in Breda dus goed uitgepakt, en Kesselring is er een groot voorstander van. Toch hoeft dit niet voor iedereen een succesformule te zijn. “Je moet wel de juiste faciliteiten zien te regelen. En dan is het natuurlijk de vraag wie dat moet betalen, en wie de uiteindelijke beslissingen neemt. Er gaat veel tijd in zitten, dus de omgeving moet ook een beetje geduld hebben. Verder is het belangrijkste dat je goede netwerkers als kwartiermaker hebt, die echt vanuit hun intrinsieke motivatie kunnen werken. Anders kom je nergens.”

Living Lab is geen einddoel

Ondanks het succes is er nog steeds niet een duidelijke definitie voor een living lab, dus Kesselring legt het uit met een metafoor. “Stel dat het living lab een plant is. De bloemen die bloeien aan deze plant zijn de communities, en de plant stopt veel energie in de groei van die bloemen. Om al die bloemen omhoog te houden, is echter wel een stevige stengel nodig.” Dat is in dit geval dus het netwerk van de verschillende partijen. “Die stengel komt voort uit een rijke bodem, namelijk de energie die de kwartiermakers in het netwerken stoppen. Deze bodem zorgt ervoor dat de hele plant kan blijven groeien.”

Met deze metafoor probeert Kesselring ook aan te geven dat een living lab niet een einddoel op zich is. “Het living lab is een manier om maatschappelijke problemen aan te pakken en innovatie te bewerkstelligen. Het is een instrument dat ervoor zorgt dat al die verschillende partijen gehoord kunnen worden en invloed kunnen hebben.”

Ook in een aantal andere steden zijn er living labs. De verbinding en kennisuitwisseling tussen die living labs is echter nog niet optimaal vindt Kesselring. “Het kan zomaar zo zijn dat in elke stad het wiel opnieuw wordt uitgevonden.” Het verbinden van die verschillende kennisnetwerken is volgens Kesselring dan ook nog een doel voor de lange termijn. “Volgens mij kunnen we nog een hoop van elkaar leren.”

Ramon van Doorn : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK