Leerlingen geven elkaar betere feedback als daarvoor instructievideo’s worden gebruikt

Nieuws | de redactie
6 december 2021 | Het geven van feedback na het bekijken van videorubrieken levert betere resultaten op dan het geven van feedback aan de hand van tekstuele rubrieken, blijkt uit onderzoek van de Open Universiteit.
Beeld: Pexels via Pixabay.

Uit recent onderzoek blijkt dat leerlingen meer feedback aan andere leerlingen geven na het bekijken van video dan aan de hand van tekstuele rubrieken. Daarbij is ook de bewoording van de feedback minder “naïef”, oftewel minder vaak bestaand uit niet-specifieke woorden zoals ‘goed’, ‘slecht’ en ‘beter’. Het onderzoek komt van de Open Universiteit, hoewel twee van de auteurs ook deels werkzaam zijn bij respectievelijk de TU Delft en Zuyd Hogeschool. Dit onderzoek is onderdeel van PhD-onderzoek van Kevin Ackermans, en werd gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).

Feedback van medescholieren wordt tegenwoordig vaak ingezet in het voortgezet- en hoger onderwijs, schrijven de onderzoekers. Kwalitatief goede feedback kan zowel voor de ontvanger als de uitdeler nuttig zijn in het leerproces, omdat zo duidelijk wordt wat iemand al kan en waaraan juist meer aandacht gegeven moet worden. Daarnaast neemt het werkdruk weg bij de docent, die lang niet altijd tijd heeft om elke leerling van individuele feedback te voorzien.

Bij het geven van feedback worden regelmatig rubrics, oftewel rubrieken, ingezet. Deze tekstuele tabellen geven handvatten aan feedbackgevers, zodat ze weten waarop ze moeten letten. Rubrieken zijn continu in ontwikkeling, schrijven de onderzoekers, die daaraan toevoegen dat rubrieken alleen nuttig zijn wanneer feedbackgevers weten hoe het beoogde resultaat eruitziet. Hier kan video een uitkomst bieden; volgens de onderzoekers zijn voorbeelden makkelijker te geven in videovorm dan in tekst.

Video laat het goede voorbeeld zien

In dit onderzoek, waaraan 103 leerlingen uit vier verschillende klassen van twee Nederlandse middelbare scholen meededen, werden het gebruik van videorubrieken en geschreven rubrieken direct met elkaar vergeleken. Bij de tekstuele variant worden de videorubrieken vervangen door tekst, maar verder bleef alles hetzelfde. Per participerende hogeschool gebruikte één klas de videovariant en één klas de tekstuele variant. Zo kon in het onderzoek simpel onderscheid gemaakt worden tussen de twee varianten.

Bij het werken met videorubrieken bekijkt de leerling meerdere video’s waaruit stap voor stap duidelijk wordt wat geleerd moet worden. Deze kennis gebruikt de leerling in opdrachten. Daarna kan de videorubriek weer gebruikt worden om de eigen prestatie te beoordelen en om beoordeeld te worden door medeleerlingen en docenten. Deze beoordelingen worden vervolgens gevisualiseerd, waardoor de leerling deze kan gebruiken om nieuwe leerdoelen te formuleren.

‘Goed’ is geen goede feedback

Uit het onderzoek bleek dat de leerlingen die gebruikmaakten van de videorubrieken veel uitgebreider feedback gaven dan de studenten die tekstuele rubrieken gebruikten. Er werden meer woorden per commentaar gebruikt. Daarnaast bleek de videogroep bijna driehonderd keer minder – negenhonderd tegen 608 – een niet-specifiek woord te gebruiken. Een rubriek werd door deze groep dus minder ingevuld met woorden als ‘goed’, ‘leuk’ of ‘prima’.

Deze twee factoren geven aan dat het gebruik van videorubrieken de kwaliteit van feedback kan verbeteren. Toch durven de onderzoekers nog niet te stellen dat dit definitief het geval is. Dit ligt aan de manier waarop kwaliteit van feedback gedefinieerd wordt.

Kwaliteit van feedback wordt door de onderzoekers namelijk aan de hand van nog drie andere variabelen gedefinieerd; de hoeveelheid niet-constructieve feedback, de hoeveelheid feedback gericht op het gedrag en het proces, en de consistentie tussen feedback van leerlingen en de docent. Oftewel, goede feedback is uitgebreid, opbouwend, specifiek, en gericht op zowel de uitvoering van een opdracht als de zelfreflectie op het proces. Daarnaast moet er ook sterke overlap zijn tussen feedback die door een medestudent en feedback die door een docent gegeven wordt.

Meer training kan uitkomst zijn

Hoewel de eerste en derde van deze factoren dus inderdaad verbeterd waren, bleven de andere factoren ongeveer gelijk. De onderzoekers speculeren dat dit te maken kan hebben met de beperkte tijd die leerlingen hadden om vaardig te worden in het geven van feedback. Daardoor kan het zo zijn dat de leerlingen zich vooral gericht hebben op het geven van meer feedback, en niet op het geven van betere feedback.

De onderzoekers zoeken de verklaring voor de betere feedback deels in het feit dat de leerlingen die gebruikmaakten van videorubrieken hiertoe eerst een workshop volgden.  Tegelijkertijd vermoeden de onderzoekers dat de betere feedback niet geheel daardoor wordt verklaard; de workshops werden namelijk aan elke groep op dezelfde manier gegeven, en toch zat er verschil in de uitkomsten van de videogroep en de tekstgroep. Wellicht zou het gebruik van videorubrieken met meer of met een anders ingerichte training ook op de andere factoren een positief effect kunnen hebben, stellen de onderzoekers.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK