Doelmatigheid miljardensteun voor onderwijs niet te controleren

Nieuws | de redactie
13 januari 2022 | Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) kent onvoldoende duidelijk geformuleerde maatschappelijke doelstellingen. Dat concludeert de commissie voor de Rijksuitgaven nadat de Kamer de Algemene Rekenkamer vroeg inzicht te bieden in de behaalde resultaten van het NPO.
Arie Slob en Ingrid van Engelshoven die in een videoboodschap hun steun uitspreken voor het onderwijs tijdens Corona

Het Nationaal Programma Onderwijs is een steunpakket van 8,5 miljard euro dat oud-ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven bijna een jaar geleden invoerde om leerachterstanden als gevolg van corona te herstellen. De commissie voor de Rijksuitgaven schrijft echter in een brief aan de vaste Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat het niet mogelijk is om de resultaten van het steunpakket te beoordelen.

Concrete en maatschappelijke doelstellingen van het NPO ontbreken

De Vaste Kamercommissie voor OCW had om onderzoek gevraagd omdat men zich zorgen maakt over de doelmatigheid van deze miljardenuitgaven. Volgens de commissie voor de Rijksuitgaven is echter niet duidelijk welk doel het steunpakket van vele miljarden beoogt te behalen. “Concrete en maatschappelijke doelstellingen van het NPO ontbreken”, schrijft commissievoorzitter Joost Sneller (D66). ”Het onderzoek waarom verzocht wordt zou antwoord moeten geven op iets dat ontbreekt, dat is een probleem”, aldus Sneller.

De Commissie Rijksuitgaven deelt de zorgen over het snel uitgegeven steunpakket; de 8,5 miljard euro moet binnen twee jaar worden gebruikt. “Alhoewel de commissie begrijpt dat dit voortkomt uit een afweging tussen snelheid en zorgvuldigheid, zijn onduidelijke doelstellingen en het gemis van bijbehorende indicatoren een obstakel om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het programma vast te stellen. Daarbij komt dat er in het NPO is gekozen voor een verantwoordingsregime dat weliswaar de regeldruk vermindert maar het ook lastig maakt om inzicht te verkrijgen in de besteding van de gelden.”

Onderzoek is niet uit te voeren

Volgens Sneller is voor de Rekenkamer kortom niet vast te stellen of de uitgaven doelmatig zijn. “In afwezigheid van duidelijk geformuleerde doelstellingen en bijbehorende indicatoren is doeltreffendheid- en doelmatigheidsonderzoek niet uit te voeren.” Volgens hem vraagt het onderzoek om de beantwoording van iets dat ontbreekt, “namelijk de concrete en geoperationaliseerde maatschappelijke doelstellingen van het NPO.”

Waar de OCW-commissie daarom niet slaagt in haar doel, namelijk te laten onderzoeken of na de beëindiging van het NPO de gelden doelmatig zijn besteed, is het volgens Sneller noodzakelijk om nu al actie te ondernemen. “Tegelijkertijd is het verzoek gemotiveerd door de, in onze ogen, terechte zorg om inzicht in de doeltreffende en doelmatige besteding van de gelden die lastig is vast te stellen vanwege de tekortschietende formulering van de maatschappelijke doelstellingen. Wachten met actie ondernemen op dit aspect vergroot juist het risico op ondoelmatige besteding en tekortschietende verantwoording.”

De commissie voor de Rijksuitgaven adviseert de vaste commissie voor OCW daarom om met de nieuwe bewindspersonen in beraad te gaan over het beoogde plan van het steunpakket en over het geld dat tot nu toe is uitgegeven. Het is de vraag hoe de vaste commissie voor OCW dat gaat vormgeven en welk concreet maatschappelijk doel aan het NPO zal worden verbonden.

Studentenwelzijn

Het herstelprogramma voor specifiek het hoger onderwijs is gericht op de snelle aanpak van coronagerelateerde studievertragingen en verbetering van het studentenwelzijn. Onderwijsinstellingen mogen in hoge mate zelf beslissen waaraan zij de gekregen miljoenen uitgeven.

Dat die laatste doelstelling van het Nationaal Programma Onderwijs nodig is, blijkt wel uit recent verschenen onderzoek naar de mentale gezondheid van studenten. Mede door de coronacrisis en de invoering van het leenstelsel ervaren veel studenten psychische klachten. Het onderzoek, uitgevoerd door de GGD, het RIVM en het Trimbos Instituut, laat zien dat de helft van de 28.000 onderzochte studenten angst en somberheid ervaren. Twaalf procent van hen ervaart de psychische klachten in ernstige mate.

Oud-minister Van Engelshoven noemde deze uitkomsten twee maanden geleden ‘zeer zorgwekkend’. Met het Nationaal Programma Onderwijs is volgens haar een eerste stap gezet om de mentale gezondheid van studenten te verbeteren.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK