Afstandsonderwijs kán wel succesvol zijn

Nieuws | de redactie
13 januari 2022 | Hoewel veel studenten erover klagen, lijkt afstandsonderwijs al bijna twee jaar lang de normaalste zaak van de wereld. Onderzoekers van het Education Lab denken dat afstandsonderwijs met de juiste interventies toch een succes kan worden.
Beeld: StockSnap via Pixabay

Onderzoekers van het Education Lab, een netwerk van onderzoekers uit verschillende disciplines en organisaties dat ontstaan is uit een samenwerking tussen de Inspectie voor het Onderwijs, de Universiteit van Maastricht en de Vrije Universiteit van Amsterdam, hebben onderzocht hoe onderwijs op afstand het best vormgegeven kan worden. Want hoewel afstandsonderwijs de laatste twee jaar meer een verplichting is dan een verrijking, kán het wel effectief zijn, schrijven de onderzoekers. Zeker in het hoger onderwijs: “daar lijken diverse vormen van afstandsonderwijs effectiever dan fysiek onderwijs.” 

Bij goed, effectief afstandsonderwijs zijn vier kenmerken doorslaggevend, schrijven de onderzoekers. Allereerst is de kwaliteit van het didactisch handelen belangrijk, oftewel de manier waarop docenten omgaan met de inhoud van een les, de betrokkenheid van studenten, en het geven van feedback. Deze kwaliteit is bij online onderwijs nog belangrijker dan bij fysieke lessen, schrijven de onderzoekers.  

De onderzoekers merken hierbij op dat docenten bij online onderwijs niet afhankelijk zijn van tijden en schema’s. Een goede instructie of uitleg kan ook vooraf opgenomen worden. Ook studenten kunnen hierop inspelen; als ze vooraf vragen hebben, kunnen ze die alvast opsturen. Dit kan dan meegenomen worden in de uitleg. 

Laat studenten ook zelf wat doen 

Vaak zijn studenten bij afstandsonderwijs sneller afgeleid dan bij fysieke lessen. Hiervoor is veel interactie de oplossing. Dit kan tussen studenten onderling zijn of tussen docent en student(en). Zo kunnen docenten buiten de les om studenten benaderen om de interactie te bevorderen. Tijdens de les kunnen docenten dit stimuleren door geregeld vragen te stellen, en kunnen ze studenten in groepjes laten werken. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de studenten meer verantwoordelijkheid krijgen.  

Dit hangt ook samen met het derde punt, zelfstandig werken. Ook tijdens afstandsonderwijs kan dit werken, schrijven de onderzoekers, hoewel daarin wel wat meer verwacht wordt van studenten dan bij fysiek onderwijs. Een docent kan bijvoorbeeld ondersteunend te werk gaan door instructie-video’s of online programma’s te gebruiken. Deze programma’s kunnen via pop-ups hints geven wanneer het nodig is. Online-programma’s blijken volgens de onderzoekers een significant positief effect te hebben op leerprestaties. 

Echter moeten docenten tijdens al deze activiteiten kwetsbare studenten goed in de gaten houden. Er zullen altijd studenten zijn die niet goed kunnen omgaan met de digitale omgeving, en hier moeten docenten kunnen inspringen. Dit kan door intensiever contact te onderhouden met deze studenten of door hen middels het gebruik van checklists meer ondersteuning te bieden voor de dagelijkse planning. 

Afstand vergroot ongelijkheid en druk 

Naast deze tips geven de onderzoekers ook nog enkele waarschuwingen. Er zitten namelijk ook risico’s vast aan afstandsonderwijs. Het belangrijkste risico voor het hoger onderwijs zit waarschijnlijk in wat de onderzoekers ‘beperkt welbevinden’ noemen. Studenten worden in hun welzijn hard getroffen, bleek in Nederland al eerder. Onderwijsprofessionals trekken al langer aan de bel, want sociaal isolement, eenzaamheid en onveiligheid komt allemaal vaker voor bij afstandsonderwijs. 

Dit komt echter niet evenredig voor; vaak is het juist voor de studenten die al niet zo goed in hun vel zaten nóg erger. Dit kan voor ongelijkheid in het onderwijs zorgen. Hetzelfde probleem zien de onderzoekers in de deelname aan onderwijs. Bij afstandsonderwijs neemt de motivatie van studenten vaker af, en er valt wat voor te zeggen dat dit deels komt door het gebrek aan sociale interactie. Verder worden ook leerlingen zonder ruimte of apparatuur om thuis te werken op een achterstand gezet. 

Deze risico’s onder studenten kunnen ook doorwerken naar docenten. Zij kunnen hogere werkdruk ervaren, terwijl die toch al niet laag was. Mede hierdoor ervaren docenten ook een lager welzijn en gevoelens van onveiligheid, schrijven de onderzoekers.  

Scholen doen al veel, maar professionalisering kan helpen 

Onderwijsinstellingen kunnen een rol spelen in de oplossingen van deze problemen. Zo zijn er scholen die apparatuur leveren aan studenten die hier geen beschikking over hebben of laten ze juist deze studenten wel toe op de fysieke locatie. Ook hebben al veel scholen extra geld aangevraagd voor ondersteuningsprogramma’s zoals tutoring en zomerscholen om achterstanden weg te werken. 

Natuurlijk hebben docenten een sleutelrol in het succes van afstandsonderwijs, dus docentprofessionalisering is volgens de onderzoekers ook een effectieve interventie. “Hierbij gaat het om extra begeleiding en ondersteuning bij het gebruik van nieuwe hardware en softwareapplicaties (…), het verkennen van de mogelijkheden om synchrone – en asynchrone communicatiemiddelen te combineren of het combineren van fysiek – en afstandsonderwijs.” 

De docenten kunnen op deze manier hopelijk vroegtijdig aan de bel trekken als studenten een achterstand oplopen. Naast het welbevinden van studenten en docenten is ook dat van instellingsleiders van belang. Immers staan ook leidinggevenden in deze situatie voor extra uitdagingen. Voor hen is het belangrijk om de situatie op de werkvloer goed aan te voelen, en zo de belangrijkste zaken de juiste prioriteit te geven. Dit kan voor zowel docenten als voor de leidinggevenden zelf rust en helderheid bieden.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK