‘Massaal Engelstalig onderwijs is geen juiste besteding van belastinggeld’

Nieuws | de redactie
17 juli 2023 | Overmatig Engelstalig onderwijs, zoals nu het geval is, vormt een ondoelmatige besteding van overheidsgeld. Daarom wil de minister de verengelsing bij bacheloropleidingen middels een nieuwe wet aan banden leggen. Hij laat wat ruimte voor uitzonderingen, maar waakt voor een overmaat daaraan.
Beeld: Tranmautritam

Vorige week opende de internetconsultatie van de wet die de internationalisering van het hoger onderwijs weer beheersbaar moet maken. Het is de vraag of dit gevoelige wetsvoorstel, dat tot veel weerstand leidt bij met name universiteiten, controversieel wordt verklaard door de Kamer nu het kabinet demissionair is.  

Toen de minister deze wet aankondigde, leidde dit tot grote onrust. Die blijkt vooralsnog niet onterecht te zijn. Zowel bestaande als nieuwe bacheloropleidingen gaan getoetst worden op het gebruik van het Engels. De verwachting is dat veel bacheloropleidingen het Engels weer moeten inruilen voor het Nederlands, gezien de strenge normen die minister voor ogen heeft. De autonomie van instellingen is daarbij niet heilig, aldus de minister. 

Geen doelmatige besteding 

De afgelopen jaren is er weinig gedaan om de verengelsing van het hoger onderwijs beheersbaar te houden, constateert de minister. De NVAO heeft de verengelsing oogluikend toegestaan door hierop veel te weinig te controleren. Daarom is het aantal internationale studenten de afgelopen jaren in rap tempo gestegen. Dat is geen doelmatige besteding van belastinggeld, zo zegt de minister in zijn nieuwe wetsvoorstel.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

“De individuele autonomie van onderwijsinstellingen staat echter niet boven de houdbaarheid van het onderwijsstelsel op de langere termijn, de toegankelijkheid voor de student en een doelmatige besteding van publieke middelen. Het past binnen de stelselverantwoordelijkheid van de minister van OCW dat de bredere maatschappelijke effecten van het onderwijsbeleid worden meegewogen”, aldus Dijkgraaf. 

De minister moet kunnen bijsturen 

De minister stelt dat op zichzelf verantwoorde keuzes van individuele instellingen op stelselniveau tot ongewenste omstandigheden kunnen leiden. “Meer regie op de opleidingstaal is nodig. Het heeft de voorkeur dat de instellingen die in gezamenlijkheid nemen door onderlinge afstemming en coördinatie, maar als sluitstuk daarvan is een vorm van externe, onafhankelijke toetsing nodig waarbij een breder perspectief kan worden betrokken”, schrijft hij. “De minister van OCW moet als stelselverantwoordelijke in de positie zijn om te kunnen (bij)sturen op het aantal anderstalige opleidingen.” 

Zijn wetsvoorstel bevat ook een uitbreiding van de plicht van instellingen om buitenlandse studenten in aanraking met de Nederlandse taal te brengen. “De instellingen voor hoger onderwijs hebben, naast een verantwoordelijkheid jegens de Nederlandstalige studenten, een verantwoordelijkheid ten aanzien van de socialisatie van anderstalige studenten. Die verantwoordelijkheid is erin gelegen dat zij studenten voorbereiden op een goede aansluiting op de Nederlandse arbeidsmarkt en dat zij de studenten in staat stellen om te participeren in de Nederlandse samenleving. Kennis van de Nederlandse taal en cultuur versterkt hun binding met Nederland en bereidt hen voor op toetreding tot de Nederlandse arbeidsmarkt.” 

Momenteel vormt een gebrek aan kennis van het Nederlands een belangrijke reden waarom buitenlandse studenten na afronding van hun studie weer vertrekken uit Nederland, zo blijk uit stukken die werden vrijgegeven na de val van kabinet Rutte-4. 

Geldt niet voor de masters 

Voor studenten in de anderstalige Associate degree- en bacheloropleidingen wordt het volgen van een minimumaantal onderwijsuren ter bevordering van de Nederlandse taalvaardigheid een verplicht onderdeel van het curriculum. Dit geldt overigens niet voor de masters.  

Het wetsvoorstel concretiseert de plichten van instellingen op dit gebied, aldus Dijkgraaf. Zo is voor studenten en de inspectie duidelijker hoe de instellingen aan die plicht moeten voldoen. De regering stelt zich ten doel de taalvaardigheid in het Nederlands bij zowel Nederlandstalige als anderstalige studenten te bevorderen. 

Gelijke kansen onder druk door verengelsing 

Ook vanwege de kansengelijkheid in het hoger onderwijs wil de minister het Nederlands een prominentere plaats geven. “Engelstalig onderwijs kan ook negatieve effecten hebben, bijvoorbeeld op de toegankelijkheid en kansengelijkheid. Voor sommige studenten vormt Engels als onderwijstaal een (onbewuste) drempel om zich aan te melden voor een studie, met onbedoelde zelfselectie als gevolg. Het behouden van de Nederlandse taal zorgt ervoor dat mbo-studenten, havisten en vwo’ers die minder affiniteit met, kennis van of aanleg voor vreemde talen hebben, minder drempels ervaren om in te stromen op de opleiding van hun keuze in het hoger onderwijs”, schrijft hij 

Dit heeft de minister tot het inzicht gebracht dat de huidige wet niet meer voldoet. De WHW zegt nu dat anderstalig onderwijs de uitzondering is, maar Engelstalig onderwijs is juist de norm geworden. Het nieuwe wetsvoorstel moet het Nederlands weer als norm stellen. Evenwel ontstaat er voor iedere opleiding de mogelijkheid om een derde van het totale aantal studiepunten van een opleiding te verzorgen in een andere taal dan het Nederlands. 

Bestaande aanbod eenmalig getoetst 

Bij de keuze van de instelling voor een anderstalige Associate degree- of bacheloropleiding is in de meeste gevallen een Toets anderstalig onderwijs vereist. Ook het bestaande anderstalige opleidingsaanbod zal eenmalig aan deze toets moeten worden onderworpen. 

De minister wil hoger-onderwijsinstellingen eerst zelf de kans geven om het mes in hun Engelstalige aanbod te zetten. “De instellingen krijgen de gelegenheid om een gezamenlijk, dit wil zeggen geclusterd, voorstel aan de minister van OCW te doen voor de bestaande opleidingen en trajecten die naar het oordeel van de instellingen in een andere taal dan het Nederlands moeten worden gecontinueerd. Anderstalige opleidingen en trajecten waarvan zij concluderen dat deze niet (langer) doelmatig zijn, worden door de instellingen op eigen initiatief omgezet naar Nederlandstalige opleidingen of trajecten.” 

De Toets anderstalig onderwijs moet uitwijzen of het verdedigbaar is dat met publieke middelen een bachelor- of Associate degree-opleiding in een andere taal wordt bekostigd. Een op te stellen beleidsregel moet verduidelijken in welke gevallen het doelmatig is om een opleiding of traject in een andere taal te verzorgen. 

Krimpregio is op zichzelf geen rechtvaardiging 

De minister kan een uitzondering toestaan voor opleidingen in een krimpregio. In dat geval kan een kennisinstelling met een internationale aantrekkingskracht juist zeer welkom zijn. Niettemin is de gesitueerdheid in een krimpregio op zichzelf geen rechtvaardiging voor anderstaligheid, zegt de minister.  

Er zijn enkele sectoren waar de tekorten aan arbeidskrachten uitzonderlijk groot zijn, namelijk de zorg, het onderwijs, de techniek en de ICT. Er zal echter niet op voorhand een uitzondering worden gemaakt op basis van gehele sectoren, tempert de minister alvast de verwachtingen. Zo zijn er banen in de zorg (zoals bij laboratoriumonderzoek) waar de beheersing van het Nederlands van minder belang is, maar zijn er ook banen in de zorg waar deze beheersing van groot belang is – bijvoorbeeld bij patiëntcontact. Hetzelfde geldt voor andere tekortsectoren. Ook de opleidingen in tekortsectoren zullen dus de Toets anderstalig onderwijs moeten doorlopen. 

Tijdelijke vrijstelling 

Ook als er onvoldoende Nederlandstalige docenten zijn, kan de minister een tijdelijke vrijstelling van de plicht tot het verzorgen van een Nederlandstalig opleidingsaanbod geven. Al deze en andere uitzonderingsgronden moeten nog wel nader worden uitgewerkt, houdt de minister een slag om de arm. 

Sommige opleidingen hoeven geen toets te doorstaan. Dat zijn de opleidingen in een andere taal en cultuur, Joint Programma’s met buitenlandse instellingen en opleidingen die het NVAO-kenmerk ‘Kleinschalig en intensief onderwijs’ hebben. Voor die opleidingen wordt ook een verhoogd collegegeld betaald: maximaal vijf keer het reguliere bedrag van 2314 euro.   

Twee jaar de tijd voor omzetting naar het Nederlands 

Opleidingen krijgen zo’n twee jaar de tijd om hun Engelstalige opleiding weer om te zetten naar het Nederlands, schrijft de minister. “Als de instemming voor anderstaligheid wordt geweigerd of ingetrokken, stelt de minister van OCW een datum vast waarop de anderstalige opleiding of het anderstalige traject omgezet moet zijn naar het Nederlands. Voor de omzetting krijgt de instelling een redelijke termijn. Daarbij wordt gedacht aan een termijn van twee jaar. Bij het bepalen van deze termijn wordt onder andere rekening gehouden met de belangen van de zittende studenten, die immers hebben gekozen om een opleiding of traject in een bepaalde taal te volgen.” 

In geval van een negatief besluit over verengelsing wordt van de instellingen verwacht dat ze geen nieuwe studenten werven voor niet-Nederlandstalige opleidingen en de verplichte omzetting naar het Nederlands duidelijk communiceren naar studenten. 

Tot slot wil de minister een noodfixus invoeren voor opleidingen die overlopen worden door internationale studenten van buiten de EER. Het is echter nog maar de vraag of instellingen daarvan veel gebruik zullen maken nu de internationale instroom door de andere maatregelen fors zal teruglopen. 

Tot medio september kunnen alle burgers van Nederland en ver daarbuiten hun commentaar leveren op dit conceptwetsvoorstel. Vervolgens is het de vraag of dit wetsvoorstel al dan niet controversieel wordt verklaard door de Tweede Kamer. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK