• A
  • A
  • Nederlands onderwijs zakt weg

    - Het hoger onderwijs levert nog. Maar veel kennistrends in Nederland staan op storm. Jongens zakken ernstig weg in niveau. Kennistoppers zijn er niet genoeg en risicomijding remt talent dat durft. Bron van hoop zijn de meisjes, de gretige promovendi en India.

    De cijfers en hun samenhang in 'De Staat van Nederland Innovatieland 2012' bevatten een schat aan inzichten en vooruitzichten. Over de middelmatigheid van ons kennissysteem, over de kwetsbaarheid van topsectoren, over de grote impact van internationale bedrijven als kennisaanjagers in Nederland. Ook over HBO en WO is veel te vinden dat dwingt tot grondige analyse en kritische doordenking. ScienceGuide presenteert de meest pregnante cijfers en conclusies.

    1)   HBO en WO leveren, nog wel

    Nederland heeft relatief veel hoogopgeleide mensen in zijn beroepsbevolking: 32%. Dat is zoiets als Zweden en Belgiƫ, maar onder het niveau van Finland, Denemarken, Zwitserland en de Britten. Wereldwijd is dit ver onder de prestatieniveaus van de USA en Japan.

    Groeit het aantal hoogopgeleide jongeren voldoende? Nee, de toename blijft achter bij landen als Finland en Denemarken en ook de Britten staan hier sterker. Niettemin waren de 'Balkenende-jaren' goed voor het HO-succes. Nederland steeg fors: het aantal mensen met een HBO/WO diploma steeg van 23% naar 33%. Maar bij de andere niveaus bleef ons land ernstig achter. Nederland heeft nu meer lager en middelbaar opgeleiden dan de andere topkennisnaties, terwijl dat rond 2000 precies andersom was.

    De prestaties van HBO en WO zijn dan ook aanzienlijk, maar beginnen steeds meer achter te lopen bij die van andere landen. Daar slaagt men er in, in steeds hoger tempo 'volksverheffing' te realiseren, terwijl in ons land de doorstroom gaandeweg stokt. Niet bij de jonge vrouwen, integendeel, maar bij de jongens zijn de resultaten alarmerend.

    2)   Jongens worden groot probleem

    Recent werd in het HBO al duidelijk dat de Fatima's de Jannen soeverein aan het inhalen waren. Het studiesucces van de allochtone studentes kwam hoger te liggen dan dat van de autochtone studenten. Dit blijkt een signaal met een veel bredere betekenis geweest te zijn.

    De 'forse inhaalslag onder vrouwen' is in ons land des te markanter, omdat de cijfers tegelijk laten zien dat de jonge mannen kwalitatief wegzakken. "Jongens blijkt niet alleen trager, maar kennen ook een hogere uitval." De verstrakkingen in de studieloopbanen in MBO, HBO en WO zijn juist voor hen daarom extra nadelig. Hun achterstanden zijn al groot aan het worden en worden "zo goed als onoverbrugbaar." Langstudeerboetes, inperkingen van studieleningen, MBO-verkortingen en dergelijke blijken kortompenny wise pound foolish.

    De gevolgen hiervan zijn nu al zorgelijk zichtbaar op de arbeidsmarkt, zo noteert TNO. Jongere vrouwen in de arbeidsmarkt zijn beduidend beter opgeleid, tot 45 jaar scoren zij duidelijk hoger dan mannen, tussen 25 en 31 jaar bijvoorbeeld ruim 10% hoger: 49% hoog opgeleid, bij mannen 38,5%. Het meest pregnant is dit in de jongste leeftijdsgroep en juist dit noemt het TNO-rapport extra zorgelijk.

    Opleidingsniveau werkzame beroepsbevolking naar geslacht en leeftijd, 2010

    Tussen 15 en 25 zijn de werkzame mannen slechts 10% hoger opgeleid en 39% laag geschoold. De vrouwen zijn 18%  hoger opgeleid en 27% lager. In het VO is dit ook merkbaar aan het worden. Veel jongeren volgen dit onderwijs, maar de slagingspercentages in het middensegment zijn lager dan gemiddeld in de EU. In het hogere segment daarentegen scoren de Nederlandse jongeren duidelijk hoger en juist daar zitten weer veel meisjes op school.

    De gevolgen hiervan zijn ernstig, waarschuwt het rapport. Een soort tweedeling tussen 'slimme meiden' en 'duffe knullen' gaat de arbeidsmarkt en kwaliteit van de productie en de economie dwars zitten en domineren, zoals prof. Dirk van Damme van de OECD al eerder op ScienceGuide gealarmeerd signaleerde. De "zo goed als onoverbrugbare achterstanden van jongens zullen '' al in de nabije toekomst" leiden tot "potentieel dramatische consequenties voor de kwaliteit van ht arbeidsaanbod."

    3) Onderwijs is goed, maar te weinig

    Nederland "scoort steevast hoog" als de OECD het niveau van jongeren evalueert en wereldwijd vergelijkt. Integreren en interpreteren zijn eigenlijk de enige wat zwakkere aspecten van hun kenniskwaliteiten. Toch slaagt Nederland er onvoldoende in dit aanwezige talent optimaal te ontplooien en in te zetten. Dat blijkt ook uit de zwakke cijfers die ons land weet te bereiken bij zowel de toestroom van internationaal talent naar ons HBO en WO - behalve in de kunstsector - als bij de internationale ambities van het eigen talent.

    He totaal aantal HO-deelnemers is internationaal gemeten in ons land relatief middelmatig. Nederlandse jongeren kiezen daarbij graag voor gammastudies en richtingen gericht op gezondheidszorg en welzijn. De betastudies zijn hier net als elders niet erg populair te noemen, maar in ons land bestaat hier een extra belastend knelpunt.

    De ambitieuze en hoog scorende vrouwelijke student mijdt juist opvallend sterk deze richtingen. Slechts 5% van hen kiest voor een studie in betatechniek sectoren, even laag als in Japan. In de OECD-naties als geheel is dit 13%. Ook niet glorieus, maar relatief wel fors meer.

    Aantal hoger opgeleiden gepromoveerd in exacte wetenschap en techniek per 1000 inwoners

    Het minder goede studieresultaat van de jongens raakt daarmee de beta-disciplines extra hard. Nederland kent hierdoor weinig afgestudeerden in deze studies: plaats 66 van de 67 gemeten naties in de wereldwijde Innovation Index. Daar komt nog bij, dat van de hoger opgeleide technici en betatalenten een opvallend groot deel gaat werken buiten de eigen sector en disciplines. Bijna een derde  zoekt en vindt zijn heil elders op de arbeidsmarkt en daardoor scoort ons land op dit segmentmet grote impact op de innovatie en economische groei extra zwak.

    4) Talent en broodjes aap

    Wie de kwaliteiten en motivatie hebben, laten zich ook bij ons in HBO en WO niet kisten. Die positieve boodschap laten de cijfers in De Staat van Nederland Innovatieland 2012 ook zien. Het aantal gepromoveerden neemt flink toe, maar Nederland komt van ver. Daardoor is het gat met de koplopernaties op dit terrein als Zwitserland, Finland en Duitsland nog aanzienlijk.

    Aantal gepromoveerden per 1000 inwoners in de leeftijd 24-34 jaar

    Omdat ook hier de prestaties in de betahoek niet zo omvangrijk zijn als elders, ligt Nederland "significant beneden" het niveau elders in Europa en de USA. De groei van het aantal kenniserkers in deze sector blijft daardoor achter. Het arbeidspotentieel op dit terrein "is daarmee kleiner dan elders" en de plaatsen op de arbeidsmarkt worden dus bekleed door meer kennismigranten en dor minder hoog gekwalificeerde Nederlanders. 

    De cijfers laten meteen zien, dat de Stammtisch verhalen over massa-immigratie naar ons land broodjes aap zijn. Nederland kende tussen 2000 en 2010 zelfs een sterk afwijkend  patroon: in geen EU-land was "de bijdrage van het migratiesaldo aan de bevolkingsgroei" zo gering. Nederland heeft hierdoor een slechts beperkte braingain weten te verzilveren. Het land waarvan deze gain het grootst van is? India. Dit is sinds 2005 al de koploper, gevolgd door de USA, China, Japan en Turkije. De kennismigranten die toch binnenkomen, zijn vooral veel beta's en technici.

    Het talent dat opkomt, durft en aanpakt, ontbreekt het niet aan ondernemerschap in ons land. Maar uit de cijfers blijkt, dat vooral de risicomijding elders - bij publieke en particuliere instituties - het lastig maakt voor startups en dergelijke om zich ten volle te ontplooien. Het aloude affect van het maaiveld is nog volop aanwezig in ons land.

    KNAW President Hans Clevers zei bij de presentatie van het rapport dan ook, dat hij de universiteiten en hun Tech Transfer Organisaties flink wilde aanspreken hierop. Want als we het talent hier ook nog onvoldoende stimulansen en ruimte bieden hun dromen, verbeeldingskracht en vindingrijkheid na te jagen, dan heeft ons land een paar dingen niet helemaal goed op een rijtje.