De student in kaart gebracht

Nieuws | de redactie
22 juni 2011 | Wat weten we eigenlijk van onze studenten? Een groot Europees onderzoek laat zien waarin Nederlandse studenten scoren en tegenvallen. Inkomensgelijkheid en sociale doorstroom onder studerende jongeren zijn bij ons hoog, maar op andere punten laat Nederland forse steken vallen.

Under the headline Eurostudent IV, the German agencyHochschul-Informations-System (HIS) conducted the so far largestsystematic research into the demographics of European students.Institutions from 25 countries collected data from tens of thousandof students in order to get a clearer picture of the studentlandscape in Europe. Both European Union and the 47 countriesinvolved in the Bologna process supported this initiative. Thefinal report concluded that the “most strikingfeature of the results brought together in this report is thedemonstration of the heterogeneity of the student population”.

From Life Long Learning to Feminisation

The report highlights a number of issues where the Netherlandsshow great deficits in living up to their higher education targets,while other areas show the impact of implementing more effectivepolicies in the past. Most striking is the fact that theNetherlands lack massively behind in fostering Life Long Learning.This topic has been on the agenda of Dutch politicians for a whilenow (see the interview with former Prime Minister Jan Peter Balkenende, on this agenda and thenew Limburg-governor and LLL-promotor Theo Bovens).

Nevertheless, Life Long Learningpolicies apparently have failed to stimulate adults to participatein university and hogeschool education and training: the data showthat only 9% of Dutch students are aged 30 and older. Norway (31%),Portugal (23%), England/Wales (23%) have much greater shares ofstudents over 30. Taking all 25 countries as a whole, 2/3 of allstudents are aged 24 or younger.

At the same time, the data from the HIS shows that thefeminisation of higher education advancessignificantly. By now, 65% of Romanian and 63% of Estonian studentsare female. This trend is not limited to the Eastern Europeannations, as Norway (61%) and Malta (59%) are particularly standingout.

The Netherlands follow closely with a share of 54% while Germanycomes in last with 49% female students. Meanwhile, young Dutchacademics seem to be rather careful with their family planning.Only 6% of all students have children which stands in starkcontrast to the shares of Norway (26%), Estonia (23%) and Denmark(16%). Earlier research by Afke Theunissen (Inholland) showed thatstudents with children are especially likely to be indebted. Thelow number for the Netherlands could then be explained by the lackof financial support for this specific group.

Income and inclusion

The Eurostudent IV report puts special emphasis on thefinancial situation of students aroundEurope. Most students who are not living with their parents fundtheir studies through a combination of funding from family andself-earned income (3/4 on average in Europe). The variationbetween the countries, however, is extraordinarily large.

Studiefinanciering and other public funds make up 46%of the income of Dutch students. Countries like Denmark (60%),Sweden (57%) and Malta (57%) have even higher contributions fromthe public. The report suggests that this has to do with a commonunderstanding that students should be financially independent fromtheir parents. Students from Eastern Europe, on the other hand,rely heavily on income from jobs next to their studies, e.g. CzechRepublic (67% of income self-earned) and Estonia (59% of incomeself-earned).

On average, a Dutch student has 822 Euros available per month.Swiss, Norwegian and Irish students are the richest Bachelorstudents with monthly incomes from family and public funds and awage income between 1200 and 1600 Euros. This contrasts withstudent incomes in Turkey (250 Euros), Lithuania (276 Euros) andLatvia (300 Euros).

A category where the Netherlands score extraordinarily well isthe one of income diversity.  The following graph shows howequally or unequally distributed the income of students is, usingthe Gini coefficient scores of all participating countries. Thelower the score, the greater the income equality.

The Netherlands have the lowest score of 0.15. Other countrieswith similarly low scores are Germany, Malta and Denmark. Bycontrast, the income of students in Estonia, Ireland and the CzechRepublic show the most inequality.

A closer look at the social background of students all overEurope shows that higher education in the Netherlands is also moresocially inclusive compared to theEuropean average. 43% of all Dutch students come from a familywhere their parents did not receive any higher education. This isremarkably high compared to other highly developed countries, suchas Denmark (21%) and Germany (31%).

Gini-coefficienten


Reactie Jet Bussemaker

“Als je studiesucces wilt verhogen moet je alleen nog maarmeisjes aannemen,” lacht Jet Bussemaker als haar gevraagd wordtnaar hoe de typische HvA-student er volgens haar nu uitziet. Ook opde HvA lopen veel meisjes rond. “Als je kijkt naar de verklarendefactoren voor studiesucces zie je dat sekse daarbij met stip op 1staat. Dat verklaart denk ik ook voor een deel het succes vande zorgopleidingen van de HvA. Veel meisjes.”

Opvallend is volgens Bussemaker de grote diversiteit op degrootste hogeschool van Nederland. Een belangrijk kenmerk volgensBussemaker. “Diversiteit in achtergrond, diversiteit in leeftijd,we hebben studenten van boven de 30 en studenten van net 17.Studenten uit Amsterdam, maar bijvoorbeeld ook uit Nibbikswoud ofHoorn. En die wonen dan dus ook nog thuis.”

Studenten hebben houvast nodig

“Wat me opvalt is dat studenten tegenwoordig ontzettendmultitasken. We moeten alleen heel erg oppassen met denken dat zedaardoor dus helemaal geen houvast meer nodig hebben.” Studentendie net van de middelbare school op de HvA nodig hebben, moetenabsoluut nog bij de hand worden genomen, vindt Bussemaker. Daardoet het feit dat ze beter dan hun ouders in staat zijn om te gaanmet de nieuwe technieken van vandaag niets aan af.

“Mijn dochter van 10 heeft me binnen 2 seconden uitgelegd wat ermis is, als ik even niet snap hoe mijn iPad werkt. Ze zei laatsttegen me: “Mam, je bent wel intelligent, maar ook een beetje dom”.Ik heb er best lang over na moeten denken wat ze daar mee bedoelde,maar ik denk dat ik het snap.” Het is die ontwikkeling naar slim énintelligent, waarin jongeren vandaag de dag nog best wat sturing inkunnen gebruiken. Houvast heeft dus wel een duidelijk doel in hethoger onderwijs.

De grenzeloze generatie

Bussemaker geeft daarbij het boek ‘De grenzeloze generatie’ vanFrits Sprangenberg en Martijn Lampert als voorbeeld. “Studentenmoeten hun grenzen leren kennen. Sprangenberg en Lampert halenvoorbeelden aan als grote schulden, obesitas en overmatigdrankgebruik en hebben het over ‘collectieveonverantwoordelijkheid’. Dat vind ik wel erg zwaar, maar het geeftwel aan dat jongeren die houvast nog wel nodig hebben.”

Voor het onderwijs ligt er wat dat betreft een taak, om dieverantwoordelijkheid te stimuleren en helpen ontwikkelen, zo zietBussemaker. “Studenten moeten zich gekend en gemist voelen. Eenstudent moet geen nummer zijn, dat ook gewoon verdwijnen kan. Alseen student weet dat we haar of hem missen in het onderwijs danweten ze dat ze erbij horen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK