Vierde differentiatie van Veerman

Nieuws | de redactie
7 december 2011 | Profiel en differentiatie? Prima, maar het rapport-Veerman vergat “onderscheid te maken tussen bachelor en master, nota bene de HO-basis”, zegt excellentie-goeroe Hans Adriaansens. Dit wel differentiëren “haalt veel weg van het ‘anything-goes’-karakter van de aanbevelingen.”

Op het Nationaal Hoger Onderwijscongres nam Adriaansens pittigstelling in het debat over de kwaliteit in het HO. Met name de hogestudievertraging en grote uitval baren hem zorgen. “Met zulkecijfers van rendement en uitval zouden bestuurders in vrijwel elkesector naar huis gestuurd worden. Zo niet in het hoger onderwijs.Daar worden gewoon de statistieken aangepast: studierendementenworden berekend na vier jaar in plaats van drie jaarbacheloropleiding in het WO en daarbij wordt bovendien de uitval inhet eerste jaar nog niet eens meegerekend.”

Bachelor en master onderscheiden

Adriaansens noemt het Veerman-rapport daarom “een welkomebijdrage aan de verbetering van het hoger onderwijs.” De scheidendvoorzitter van de Roosevelt Academy had daar op basis van dedifferentiatie tussen bachelor en master nog wel een aantalaanbevelingen aan toe te voegen. Zijn startpunt was de titel vanhet rapport: Differentiëren in drievoud. Adriaansens wasverbaasd dat een vierde vorm van verscheidenheid daarinontbreekt.

Selectiviteit en verscheidenheid in het hogeronderwijs zijn volgens Adriaansens een groot goed, maardaarbij wil hij wel een belangrijk verschil aanbrengen tussen deomgang daarmee bij de bachelor en de master. “Overal in de wereldwaar het onderscheid tussen undergraduate en graduate bestaat wordtimmers geselecteerd voor de graduate fase.

“Voor de masterfase selecteren is dan ook een logisch gevolg vandit onderscheid in de studiefasen in het hoger onderwijs. “Aan hetbestaan van een in de wet vastgelegde ‘opvang-‘, ‘genade-‘ of’doorstroommaster’ heeft een zichzelf respecterend hogeronderwijssysteem geen behoefte.”

Voor de bachelor is selectie volgens Adriaansens een anderverhaal. “Niet vergeten mag worden dat in ons land selectie (voorde poort) voor een belangrijk deel wordt gerealiseerd door hetselectieve karakter van het voortgezet onderwijs.” Selectie voor degrote hoeveelheid aan bachelors in Nederland is volgens Adriaansensdan ook geen oplossing voor het probleem van uitval.

Snoeien in het bamboebos

Hij gispte de enorme hoeveelheid opleidingsstromen die in hethoger onderwijs wordt aangeboden, zowel in hbo en wo en zowel inbachelor als master. Die vorm van differentiatie inopleidingen is volgens Adriaansens juist het probleem. “Zelfheb ik nog nooit kunnen vaststellen dat een achttienjarigebinnenkomende student een geboren socioloog, sociaalgeograaf,fysicus of psycholoog zou kunnen zijn.”

“Het lijkt dan ook logisch om in dat bamboebos te snoeien eninstellingen te stimuleren om niet alles tegelijk te willendoen”, vindt Adriaansens, die daarbij pleit voorhet ontwikkelen van een bredere benadering alseen Liberal Arts en Sciences programma in de bachelor.”Daarmee is de studierichting niet langer door de instellingvoorgevormd en aanbod georiënteerd, maar wordt een door de studentzelf gekozen studiepad uit het totale gamma van wetenschappelijkedisciplines. Over profilering gesproken!”

De volledige speech van Hans Adriaansens leest u hier.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK