OCW scherper op HO-beleggingen

Nieuws | de redactie
22 maart 2013 | Wat mogen HBO, WO en MBO nu wel of niet bij het gebruik van riskante financiële producten als derivaten? OCW geeft, geschrokken door een inventarisatie en de zaak-Amarantis, de Kamer nadere richtlijnen en ingrepen gemeld. De minister wil dat banken onderwijs “als niet-professionele belegger aanmerkt”

De Kamer had bewindslieden een reeks prangende vragen voorgelegd over het gebruik van onder meer derivaten universiteit, hogescholen en roc’s. Bij Amarantis bleek al sprake van grote risico met financieel nadelige gevolgen. Waar ScienceGuide-columnist Pieter Omtzigt al meer malen voor gewaarschuwd had, bleek bewaarheid. De minister antwoordt de Kamer en de meest opmerkelijke aspecten uit haar reactie leest u hieronder. Het complete stuk vindt u hier.

Ongelijke verhouding

“De leden van de SP-fractie vragen of met het toestaan van derivaten voldoende rekening is gehouden met de positie van onderwijsinstellingen. De leden van de SP-fractie vragen daarbij: Is deze verhouding niet te ongelijk, dat wil zeggen zijn onderwijsinstellingen voldoende bij machte zelf de risico’s in te schatten, terwijl de bank aan de andere kant zijn producten gewoon graag wil verkopen? Ik deel de zorg van de SP en wil graag dat onderwijsinstellingen door banken als niet-professionele belegger worden aangemerkt. Interdepartementaal wordt onderzocht hoe dit goed vorm kan worden gegeven.

Uit ervaring bij de casus Amarantis is gebleken dat het opsplitsen van een groot bestuur een omstandigheid is waarbij de instelling een derivaat moet afstoten. Verder kan afstel van een bouwproject of het vervroegd aflossen van een lening een reden zijn om een derivaat tussentijds af te stoten.

Hoe groot de kans is dat instellingen door omstandigheden worden gedwongen ‘in te breken’ in hun lopende derivaten, is geen onderdeel van het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs geweest en is niet eenvoudig te bepalen. Bovendien heeft de instelling in de meeste situaties ook de mogelijkheid om de looptijd van het derivaat uit te zitten. Dit veroorzaakt weliswaar bij een lagere marktrente hogere rentekosten gedurende de resterende looptijd van de lening dan nodig. Het voorkomt ook een groot verlies ineens.”

Lastig en duur

“De leden van de SP-fractie vragen hoe het mogelijk is geweest dat instellingen ondanks de regeling Beleggen en Belenen toch zogenaamde open posities en margin calls zijn aangegaan. Uit het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs is gebleken dat voor zover open posities zijn ontstaan, deze zijn veroorzaakt door uitstel dan wel afstel van bouwprojecten.

Het hebben van een open positie is op basis van de regeling Beleggen en Belenen niet toegestaan. Het aangaan van margin calls is in de regeling Beleggen en Belenen toegestaan. Uit signalen uit de praktijk blijkt dat het tegenwoordig lastig of duur is om een derivaat zonder margin call af te sluiten.

De leden van de SP-fractie stellen de vraag hoe het is te verklaren dat het advies om alleen tot derivaten over te gaan bij voldoende kennis niet in acht is genomen. Hier heeft de Inspectie van het Onderwijs geen onderzoek naar gedaan. In de handreiking bij de regeling Beleggen en Belenen wordt duidelijk geadviseerd om alleen te beleggen in producten die men begrijpt.

Met de leden van de SP-fractie ben ik van mening dat kennis over derivaten bij gebruik ervan geboden is. In overleg met de sectorraden wordt bepaald wat een effectieve manier van voorlichten is. De Inspectie van het Onderwijs heeft niet onderzocht hoe groot het aandeel door derivaten gedekte leningen is tegenover het totale bedrag aan leningen van onderwijsinstellingen.”

Lessen uit Amarantis

“In antwoord op de vraag van de leden van de VVD-fractie of ik instrumenten heb om in beleidsregels de risico’s van derivaten en financieringen vooraf af te bakenen, verwijs ik naar de regeling Beleggen en Belenen. In deze regeling worden de risico’s vooraf afgebakend door bijvoorbeeld het niet toestaan van een open positie. Daarna is het de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling om de risico’s (zoals tegenpartijrisico’s en investeringsrisico’s) te beperken.

Vanuit OCW geef ik de kaders waarbinnen onderwijsinstellingen kunnen opereren. Het is vervolgens aan de instelling, die geacht wordt de financiële kennis van zaken te hebben, om de risico’s al dan niet af te dekken. Naar aanleiding van het regeerakkoord en onder andere de casussen als Meavita, Vestia en Amarantis kijkt het kabinet ook sectoroverstijgend naar lessen voor financieel beheer, verantwoording en toezicht bij (semi-)publieke instellingen. De minister van Financiën zal uw Kamer hierover in april berichten.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK