Wereldtop niet vanzelfsprekend

Nieuws | de redactie
26 mei 2014 | Het Nederlandse wetenschapsstelsel behoort tot de internationale wereldtop. Maar deze positie is niet vanzelfsprekend. Onderzoeksinstellingen ervaren financiële krapte en het wetenschappelijk onderwijs staat onder druk. Zo blijkt uit het IBO, uitgevoerd door het ministerie van Financiën.

Onlangs verscheen het langverwachte Interdepartementaal Beleidsonderzoek wetenschappelijk onderzoek (IBO). Dit is een inventarisatie bedoeld om de geldstromen in kaart te brengen en dient  ook als een structurele systeemanalyse van de financiering van het wetenschappelijk onderzoek. Daarom is het ook uitgevoerd door het ministerie van Financiën, die kijkt met een externe blik. In dit IBO staat de vraag centraal in hoeverre de huidige inzet van middelen voor wetenschappelijk onderzoek optimaal is voor een maximale maatschappelijke output.   

Gehele breedte hoogwaardig

In de verschillende internationale ranglijsten staat Nederland consequent in de top of subtop. Hoewel er ook kritiek is op het gebruik van dit soort ranglijsten, is er internationaal brede erkenning voor de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek. Waar in andere landen grote verschillen in kwaliteit tussen universiteiten en onderzoeksgebieden bestaan, worden de Nederlandse universiteiten en onderzoekinstellingen over de gehele breedte als kwalitatief hoogwaardig betiteld. 

Hoewel de totale rijksmiddelen voor wetenschappelijk onderzoek in reële bedragen gelijk zijn gebleven, ervaren universiteiten toenemende financiële krapte. De onderzoeksmiddelen binnen de eerste geldstroom zijn, in reële bedragen, de laatste jaren afgenomen, onder andere ten bate van de tweede geldstroommiddelen. De stijging van de tweede en derde geldstroommiddelen zorgen bovendien voor een verhoogde matchingsbehoefte binnen de eerste geldstroom. 

De druk op de vrije ruimte in de eerste geldstroom heeft vooral risico’s voor het langere termijn, meer risicovol onderzoek, het opbouwen en onderhouden van grote infrastructuur en datafaciliteiten en voor het kunnen aantrekken en behouden van (top)talent.  Voor het doen van lange termijn investeringen hebben universiteiten behoefte aan meer stabiliteit en voorspelbaarheid in de financiering. Van verschillende kanten wordt daarnaast opgeroepen tot een transparanter verdeelmodel op basis van toekomstbestendige criteria.

Inefficiëntie en frustratie

Er is een brede wens om versnippering van de middelen tegen te gaan en om voorstellen voor onderzoek, grote infrastructuur en datafaciliteiten meer in samenhang te beoordelen. Daartoe dienen de agenda’s van de instellingen beter met elkaar, met sectorplannen en met de Europese onderzoeksagenda’s (grand challenges) te worden verbonden.

Onderzoekers geven ook aan vaak veel tijd kwijt te zijn aan het indienen van onderzoeksvoorstellen bij NWO. In sommige vakgebieden wordt de kans op toekenning als zeer klein ervaren. Dit is een bron van inefficiëntie en frustratie.

Minder vanzelfsprekend

Internationaal nemen de investeringen in onderzoek toe, wat leidt tot een toename van internationale concurrentie. De goede positie van de Nederlandse wetenschap is daardoor steeds minder vanzelfsprekend. Deze ontwikkeling is relevant voor de aantrekkingskracht op talent, het werven van internationale onderzoeksmiddelen en de positie in internationale samenwerkingsverbanden. Dit vraagt, met het oog op de toekomst, om strategisch kiezen en slim samenwerken.

Een goede regierol van de overheid is wenselijk om de (interdisciplinaire) samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, onderzoekers, overheden en bedrijven te versterken en om versnippering tegen te gaan. Daarbij is een transparante besluitvorming belangrijk om tot legitieme en gedragen beslissingen te komen. Uit de analyse komt naar voren dat de transparantie over onder meer de verdeling van middelen binnen de instellingen kan worden verbeterd.

Onderwijs onder druk 

De balans tussen onderzoek en onderwijs staat aan twee kanten onder druk. Door een sterke verbinding met wetenschappelijk onderwijs vindt actuele wetenschappelijke kennis snel zijn weg richting de maatschappij.

Dit is een belangrijke waarde van het Nederlandse universitaire stelsel. Toegenomen studentaantallen hebben echter in onderwijsintensieve vakgebieden geleid tot een daling van de onderzoeksruimte per medewerker. Medewerkers in met name alfa- en gammavakgebieden zijn van oordeel dat onderzoeks- en onderwijstaken met elkaar concurreren.

Het wetenschappelijke karakter van het onderwijs komt hiermee onder druk te staan. Daarnaast zorgen de cultuur en de (financiële) prikkels binnen het wetenschappelijk onderzoeksstelsel ervoor dat onderzoek hoger gewaardeerd wordt dan onderwijs.

Hoewel onderwijsprestaties onderdeel uitmaken van de beoordelingssystemen binnen onderzoeksinstellingen, geven onderzoekers aan dat publicaties een veel grotere rol spelen bij de beoordeling dan onderwijsresultaten. De competitieve cultuur binnen de internationale wetenschap heeft als risico dat de aandacht voor het aantal publicaties en citaties ten koste gaat van de kwaliteit van onderzoek en onderwijs.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK