Bijscholing leraar niet geborgd

Nieuws | de redactie
12 december 2014 | Door financiële regels en voorwaarden voor het onderwijs beperkt de overheid kennisinstellingen in hun vrijheid. Dit belemmert hun innovatiekracht. De bijscholing van leraren blijkt in dit kader bovendien niet stevig geborgd, meent de Onderwijsraad in een rapport over een veerkrachtig stelsel.

De hoofdboodschap in dit rapport ‘Een onderwijsstelsel met veerkracht’ is dat instellingen meer ruimte nodig hebben om te kunnen innoveren. Hun vermogen tot aanpassing aan veranderingen en nieuwe ontwikkelingen kan op die manier verbeteren. Door de sturende rol van verschillende koepels als de MBO-raad en die voor HBO en WO vreest de Onderwijsraad “een suboptimale kenniscirculatie.” 

Gebonden aan beperkende regels 

De overheid benut naast wet- en regelgeving ook financiering als belangrijk sturingsinstrument, maar dit heeft negatieve bijeffecten. “Enerzijds krijgen de instellingen ruimte via de lumpsumbekostiging, anderzijds stuurt de overheid via de structurele bekostiging op gewenste ontwikkelingen.”

“Daarnaast worden instellingen geprikkeld via incidentele stimuleringsgelden (bijvoorbeeld het techniekpact) en de recente sectorale bestuursakkoorden. Om in aanmerking te komen voor middelen dan wel zich te kunnen verantwoorden over een juiste besteding, zijn instellingen bij de inhoudelijke uitwerking vaak gebonden aan allerlei beperkende regels. Deze komen het ontstaan van de nodige variëteit niet altijd ten goede.” 

De bestedingsvrijheid wordt ook door andere ontwikkelingen ingeperkt, noteert de Onderwijsraad. “Zo wordt in het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs het aandeel publieke middelen ten opzichte van de totale financiering kleiner. Private financiers stellen doorgaans aanvullende eisen aan de besteding van middelen. Daarnaast nemen prestatiebekostiging en outputfinanciering als financieringsprincipe van instellingen in belang toe.”

De overheid bemoeit zich zo dus wel degelijk en stevig met het beleid van instellingen. Daarom moet de verantwoording daarover gaan veranderen. “Met het beperken van de bestedingsvrijheid voor instellingen oefent de overheid direct en indirect, bedoeld en onbedoeld, invloed uit op de prioriteiten die instellingen stellen. Dit belemmert de innovatiekracht van instellingen en daarmee de veerkracht van het onderwijsstelsel. In de visie van de raad moet de overheid zich hiervan meer bewust zijn en meer gebruikmaken van vormen van integrale verantwoording achteraf.”

Suboptimale kenniscirculatie

Ook zijn de huidige koepels, hun structuur en werkwijze een belemmering voor kenniscirculatie, vreest de Onderwijsraad. “De in de loop der jaren opgerichte sectorraden (PO-raad, VO-raad, MBO Raad, Vereniging Hogescholen en VSNU) maken namens de schoolbesturen afspraken met de overheid en sluiten cao’s af met de vakbonden – per sector dus. Toekomstvisies en strategische plannen worden per sector ontwikkeld.”

“Hetzelfde geldt voor veel onderzoek. Hierdoor is sprake van suboptimale kenniscirculatie tussen sectoren en ontstaat het gevaar van niet of onvoldoende op elkaar afgestelde sectorwetten. Ook de wijze van (prestatie)bekostiging verschilt tussen sectoren.”

Voortdurende professionalisering 

Het rapport noteert dat de nascholing voor leraren de afgelopen decennia stevig is veranderd en niet altijd ten gunste van de kwaliteit. “Voorwaarde voor voortdurende professionalisering is een hoogwaardig en toegankelijk bij- en nascholingsaanbod. Om tot een doelmatige en effectieve schoolgerichte nascholing te komen heeft de overheid in de jaren negentig de primaire verantwoordelijkheid voor professionalisering neergelegd bij de schoolbesturen.”

“In het basis- en voortgezet onderwijs en het middelbaarberoepsonderwijs zijn de nascholingsgelden overgeheveld van de scholingsinstellingen universiteiten en hogescholen naar de schoolbesturen. Vraagfinanciering is zo in de plaats gekomen van aanbodfinanciering.” 

“Er is daarmee echter geen garantie meer dat er voor alle vakken en leergebieden een toereikend bij- en nascholingsaanbod beschikbaar is (vakinhoudelijk en vakdidactisch). Bij een uitblijvende vraag van schoolbesturen stagneert het ontwikkelen van aanbod. Dit brengt het risico met zich mee dat leraren de band met hun discipline en de ontwikkelingen daarin gaandeweg verliezen.” 

De kwaliteit van het aanbod waaruit scholen en leraren op deze manier kunnen gaan kiezen, is echter niet geborgd. Dat is tegen de achtergrond van de nadruk vanuit OCW op (verplichte)  deelname aan bijvoorbeeld het lerarenregister geen geringe “Nascholingsinstellingen verbonden aan de reguliere lerarenopleidingen hanteren kwaliteitsstandaarden” meldt de Onderwijsraad, maar door de vraagfinanciering is een nieuwe markt ontstaan van grote en kleine commerciële aanbieders.”

“Met allerhande cursussen kunnen deze aanbieders snel en flexibel inspelen op wensen en behoeften. Deze partijen vallen buiten het bekostigd onderwijsstelsel, waardoor ze niet hoeven te voldoen aan eisen van deugdelijkheid zoals die zijn vastgelegd in de sectorwetten.”

Het volledige rapport van Onderwijsraad leest u hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK