Nieuwe aanpak werkt in Rotterdam

Nieuws | de redactie
11 november 2016 | Het Instituut Commercieel Management van Hogeschool Rotterdam voerde verschillende maatregelen in om studiesucces te verhogen. Onderwijsgemeenschappen met de nadruk op academische en persoonlijke binding tussen studenten onderling, docenten en de opleiding. Dat blijkt te werken.

De Hogeschool Rotterdam heeft Risbo Research-Training-Consultancy van de Erasmus Universiteit laten onderzoeken in hoeverre de maatregelen die in het studiejaar 2015-2016 zijn doorgevoerd effect sorteren. Een jaar na de invoering van de onderwijsvernieuwingen zijn de resultaten positief te noemen.

Hoger propedeuserendement

“Na de invoering van de onderwijsvernieuwingen is het propedeuserendement na één jaar studeren van studenten van de opleidingen van het Instituut COM verbeterd. Voorheen rondde tussen de 30% en 40% van de studenten de propedeuse binnen één jaar af. Na invoering van de onderwijsvernieuwingen ligt het propedeuserendement op ongeveer 70%,” is in het rapport te lezen.

Een belangrijke onderwijsvernieuwing die het instituut Commercieel Management, waar de opleidingen al langer te kampen hebben met hoge uitval en lage doorstroom, heeft doorgevoerd is dat studenten beperkt mogen herkansen en er een bindend studieadvies van 60 EC wordt gehanteerd. Daar staat tegenover dat binnen bepaalde randvoorwaarden onvoldoendes in het curriculum mogen worden gecompenseerd.

Fred Feuerstake, directeur van het instituut Commercieel Management, benadrukt het tegen ScienceGuide zeer belangrijk te vinden dat studenten in een jaar hun propedeuse kunnen afronden. “Daardoor kunnen zij in het tweede jaar zonder achterstanden starten aan de postpropedeutische fase en zich focussen op hun studie.”

De lat juist omhoog

De mogelijkheden om toetsen te compenseren worden door studenten benut. “Uit analyses over de mate van het gebruik van de compensatieregeling blijkt dat bij elk van de vijf opleidingen een ruime meerderheid van de studenten met 60 EC aan het eind van het eerste jaar minimaal één cijfer lager dan een 5,5 heeft gecompenseerd op vakken binnen de kennislijn. Een ruime meerderheid (meer dan 70%) van studenten met 60 EC aan het eind van het eerste jaar heeft geen enkel cijfer lager dan een 5,5 op de praktijklijn behaald.”

In het verleden was er wel eens kritiek op instellingen die ten behoeve van het studiesucces een vergelijkbare compensatieregeling introduceerden in hun onderwijs. Die zou namelijk ten koste gaan van de kwaliteit. Feuerstake is het niet eens met die kritiek als hij kijkt naar hoe er op de Hogeschool Rotterdam gewerkt wordt. “Studenten moeten bij ons een  6.0 gemiddeld halen en hebben een stuk minder herkansingen dan voorheen het geval was. Ik denk eigenlijk dat we de lat juist heel hoog leggen. Ik denk dat het in het kader van talentontwikkeling past als/dat  studenten binnen de gestelde kaders op specifieke punten excelleert.. Normaal gebeurt dat al binnen een toets waar een student de ene vraag met de andere compenseert. Dit is volgens mij niet wezenlijk anders.”

Ruimte voor eigen invulling docent

Waar de Hogeschool Rotterdam ook nadrukkelijk aandacht aan heeft besteed, is de binding tussen student en docent: onderwijs in kleine groepen, activerend en met aandacht voor de link tussen praktijk en theorie. Studenten zijn positief over die nieuwe benadering, zo blijkt uit het Risbo-rapport.

Wat opvalt is dat ook de docent duidelijk meer tevreden is met het de vernieuwingen in het onderwijs. “Docentrespondenten van cohort 2015 waarderen hun eerstejaarsprogramma (het programma na invoering van de onderwijsvernieuwingen) beter dan docentrespondenten van cohort 2014, die les gaven in het eerstejaars studieprogramma voor invoering van de onderwijsvernieuwingen. Dit komt in algemene zin tot uiting in het rapportcijfer dat wordt gegeven: gemiddeld een 7,3 door docentrespondenten van cohort 2015 en een 6,6 door docentrespondenten van cohort 2014.”

Die hogere waardering heeft te maken met de kwaliteit van het geboden onderwijs, zo blijkt uit het rapport. Het curriculum is beter opgebouwd qua samenhang, logische doorvertaling van leerdoelen en via werkvormen naar toetsing. Ook de relatie met de beroepspraktijk, beschikbaarheid van genoeg goede stageplaatsen, verscheidenheid aan werkvormen, activering van studenten om kennis en vaardigheden te verwerven en de geboden ruimte om in te spelen op individuele leerbehoeften van de studenten worden door docenten gewaardeerd.

Volgens instituutsdirecteur Fred Feuerstake laat het rapport zien dat ze bij Commercieel Management op de goede weg zijn. “Docenten laten weten blij te zijn dat er zo veel ruimte is om mee te denken over de invulling van het onderwijs en de aanpassingen die worden gedaan om het studiegedrag te beïnvloeden. We zijn er natuurlijk nog niet, maar ik denk dat al wel te zien is dat we op de goede weg zijn.”

U leest de rapportage hier

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK