Van Engelshoven beklaagt zich over de afrekenmentaliteit van de VVD

Overheveling groen onderwijs naar OCW een jaar uitgesteld

Nieuws | door Frans van Heest
7 december 2017 | De minister voelt er niet veel voor om bij de kwaliteitsafspraken instellingen financieel af te rekenen. De VVD had gevraagd om dit wel op te nemen in de nieuwe kwaliteitsafspraken. De minister heeft ook bekendgemaakt dat de overheveling van het groen onderwijs en de € 50 mln, die daarmee gemoeid is opgebracht moet worden door de rest van het onderwijs.

Minister Van Engelshoven heeft in haar termijn bij de begrotingsbehandeling gereageerd op de vragen vanuit de Kamer op het gebied van hoger onderwijs en onderzoek. Zij gaf meer duidelijkheid over hij zij de nieuwe kwaliteitsafspraken wil vormgeven en ging ook in op de vragen over de invulling van de aangekondigde doelmatigheidskorting van € 183 mln. Tot slot bleef Roelof Bisschop (SGP) verbijsterd achter toen bleek dat de geplande overheveling van het Groen Onderwijs van Economische Zaken, die stond voor 1 januari 2018, nog een jaar wordt uitgesteld.

Internationalisering niet vanwege de concurrentie

Het eerste onderwerp dat de laatste tijd veel bediscussieerd werd was internationalisering en de verengelsing van het hoger onderwijs de minister zegde toe de aanbeveling van de KNAW over te gaan nemen. “De Nederlandse taal blijft overeind. De wet heeft het Nederlands als uitgangspunt, maar kent ook uitzonderingen en die uitzonderingen zijn er niet voor niets. Het is van belang dat er op het niveau van de individuele opleiding goede en zorgvuldige afwegingen worden gemaakt over dat taalbeleid.”

De minister benadrukte dat internationalisering niet is ingezet om de concurrentie tussen instellingen te stimuleren. “Het is een groot goed dat er internationale studenten instromen in het Nederlands hoger onderwijs, maar niet om de concurrentie tussen de verschillende instellingen van hoger onderwijs te stimuleren. We doen het wel om studenten te laten profiteren van een International Classroom, zeker ook als zij daarna in een heel internationale omgeving terechtkomen.”

Emancipatie, ook zonder financiële prikkel

Op vragen van de PvdA over vrouwenemancipatie onder hoogleraren ging zij kort in op de beurzen die door haar voorganger zijn geïntroduceerd. De minister had daarbij wel een waarschuwing aan het adres van de Universiteiten. “Universiteiten zijn nu met de benoemingsprocedure bezig. Naar verwachting zullen zij binnenkort hun voorstellen voor 100 extra vrouwelijke hoogleraren bij NWO indienen.”

De bal ligt wat Van Engelshoven betreft nu toch echt bij de instellingen. “Het is hun verantwoordelijkheid om te werken aan een evenwichtige man-vrouwbalans, ook, zeg ik erbij, als ze daarvoor geen extra subsidie krijgen. Het mag niet zo zijn dat extra benoemingen van vrouwelijke hoogleraren alleen gebeuren als daarvoor extra geld beschikbaar is. Ik verwacht ook van de universiteiten dat zij in hun benoemingsbeleid aandacht zullen besteden aan een evenwichtige man-vrouwbalans.”

Renteverhoging met oog op de toekomst

De volgende inbreng van de minister ging over de verhoging van de rente op studieleningen. “GroenLinks en DENK legde ten onrechte het verband tussen de verhoging van de rente op studieleningen en de verlaging van het collegegeld, maar het zijn toch echt twee zeer verschillende beleidsmaatregelen. De verlaging van het collegegeld is gericht op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. De verhoging van de rente daarentegen is gedaan voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn, zodat ook toekomstige generaties studenten gebruik kunnen blijven maken van de sociale leenfaciliteiten.”

Bij de behandeling van de rente op studieleningen viel op dat de minister niet inging op het argument dat Kamerlid Paul van Meenen (D66) gisteren inbracht voor de verhoging, namelijk het tegengaan van excessief leengedrag. Het Kamerlid stelde dat studenten excessief lenen om feestjes en vakanties te kunnen bekostigen. “Ik neem de terminologie die hier in de Kamer is gebruikt daarover niet over.” Zei de minister daarover die tevens tegenover van de SP ontkende dat er tussen de verhoging van de rente op studieleningen en de halvering van het collegegeld in het eerste jaar een verband bestaat. “Het frame dat u er overheen legt met een ‘sigaar uit eigen doos,’ dat is geenszins het geval. Ik begrijp dat u dat probeert, maar het ene gaat toch echt over de toegankelijkheid en het andere gaat over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.”

Te veel belemmeringen op doorstroom mbo-hbo

Een andere vraag vanuit de Kamer ging over de overgang tussen mbo en hbo een paar jaar terug zijn op verzoek van de Vereniging Hogescholen daar strengere eise voor gekomen, zodat studenten niet meer automatisch van een bepaalde mbo-opleiding door kunnen stromen naar ieder specifieke hbo-opleiding. Het CDA vindt deze generieke maatregelen te streng. De minister is het daarmee eens.

“De gemakkelijke overgang tussen mbo naar hbo is een terechte zorg. We moeten ook zorgen dat de overstap voor de jongeren die dat willen ook niet onnodig moeilijk wordt gemaakt. Als er belemmering liggen die eigenlijk niet uit te leggen zijn dan moeten wij daar wat aan doen. Mijn insteek hierbij is dat studenten die gemotiveerd zijn en heel graag die overstap willen maken, ook in de gelegenheid stellen omdat te kunnen doen. Soms zijn die eisen ook reëel om studenten te helpen bij de overstap tussen mbo en hbo.”

Vertrouwen voorop bij kwaliteitsafspraken

Het andere heikele punt waar heel de hoger onderwijssector al langere tijd naar uitkijkt is hoe de nieuwe kwaliteitsafspraken nu precies vorm gaan krijgen. Onlangs was het de fractievoorzitter in de Eerste Kamer van D66, Thom de Graaf en tevens voorzitter van de Vereniging Hogescholen die de minister-president vroeg om hier vanaf te zien.

Van Engelshoven legde bij het begrotingsdebat uit hoe zij deze afspraken voor zich ziet. “Bij de kwaliteitsafspraken wil ik eigenlijk het hele proces kantelen. Het gaat hier nadrukkelijk om kwaliteitsafspraken en niet om prestatieafspraken. Die kwaliteitsafspraken moeten van onderop komen en moeten het resultaat zijn van een samenwerking tussen bestuurders, docenten, studenten, onderzoekers en werkgevers.”

De minister benadrukte hierbij dat de politiek niet moet vergeten waar deze investering in kwaliteit vandaan komt. “Dat vraagt van ons allen om ruimte en vertrouwen te geven. Het gaat immers om geld van de studenten, waarvan beloofd was dat die ingezet worden voor kwaliteit. Ik vind het daarom ook heel belangrijk dat binnen de instelling afspraken worden gemaakt over hoe ze dat willen bereiken.”

Rudmer Heerema van de VVD wilde toch weten hoe de minister dit concreet voor zich ziet, ook met het oog op de financiële kant van de zaak. “Goed dat de minister benoemt dat daar ook externe partners bij worden betrokken, daar zijn wij blij mee.   Maar zitten er aan die kwaliteitsafspraken ook consequenties financieel gezien, heeft u daar ruimte voor? Als we die afspraken maken kunnen we daar dan ook een consequentie aan verbinden op het moment dat het niet gaat lukken?”

De minister vond dit een wat snelle redenering van de VVD. “Ik vind dat we in eerste instantie moeten uitstralen dat wij vertrouwen hebben dat op decentraal niveau er tot ambitieuze afspraken wordt gekomen. Ik vind het jammer dat u altijd zo de nadruk legt op dat als het dan niet goed genoeg is er sancties moeten komen.”

De minister verwees bij haar verdere antwoord op de pedagogische achtergrond van Rudmer Heerema als oud-sportdocent.   “Ik ben minister van onderwijs en u weet ook als pedagogisch werker dat belonen meestal beter werkt dan straffen. Ik wil nu vooral uitstralen dat ik dat vertrouwen wil geven. En ja, we hebben in het regeerakkoord afgesproken dat die afspraken onafhankelijk worden getoetst. Ik ben niet voornemens om daar een systematiek over te leggen van: als het niet goed gaat dan ga ik geld bij u terughalen. Maar wie dat wel heel goed doet die kan ook vertrouwen op een behoorlijk groot aandeel uit die studievoorschot middelen.

Een negatieve erfenis van €183 miljoen

De minister ging ook nog kort in op de doelmatigheidskorting die in dit regeerakkoord staat van € 183 miljoen en verwees daarbij naar het vorige kabinet. “We hebben helaas ook nog een erfenis meegekregen van het vorige kabinet. Een Taakstelling die het vorige kabinet voor zich uit heeft geschoven. We hebben deze taakstelling al fors teruggebracht en we hebben ook meer tijd gekregen om deze in te vullen. Deze korting gaat wel neerslaan in de onderwijssectoren en dat gaat ook ergens pijn doen.”

Van Engelshoven voelde dan ook wel iets voor het voorstel om te bezuinigen op de koepelorganisaties in het onderwijs, zoals Harm Beertema (PVV) voorstelde. “Ik ben het op dit punt ook wel eens met de heer Beertema dat we door het bestuurlijke bos in het onderwijs de bomen niet meer zien. Ik hoop dan ook dat bij het invullen van de korting winst te boeken valt bij het kappen in het woud van de vele onderwijsoverleggen. Ik daag onderwijsorganisaties ook uit om hier creatief met ons mee te denken.”

Toch is € 183 mln. een fors bedrag en de minister kon niet garanderen dat het primaire proces niet geraakt zal worden. “Wij willen dit zo min mogelijk laten neerslaan in het primaire proces, maar ik zie ook de getallen. Dus daarom wil ik graag met onderwijsorganisaties kijken waar we kunnen schrappen in zaken die niet het primaire proces raken. Ik kan dit echter niet aan de voorkant garanderen, daarvoor is het bedrag te groot.”

Overheveling Groen Onderwijs heeft een prijskaartje

De minister reageerde tot slot op de vragen van Roelof Bisschop (SGP) over de overheveling van het Groen Onderwijs van het ministerie van Economische Zaken naar OCW. Dit is afgesproken in het regeerakkoord. Het tijdspad van deze overheveling is van groot belang voor de sector, aangezien de bekostiging onder EZ lager is dan onder OCW. “De harmonisatie van de bekostiging vraagt om een zorgvuldig proces, die harmonisatie wordt een feit vanaf 1 januari 2019. Kamerlid Bisschop vroeg of dat dan voor 2018 gecompenseerd kan worden. “Dat kan helaas niet want daar heb ik de financiële ruimte niet voor, zei de minister.”

Bisschop vond dit antwoord niet bevredigend en wees de minister erop dat 2019 niet de afspraak was. “Er is met de sector afgesproken dat die harmonisatie zal plaatsvinden per 1 januari 2018, die afspraken liggen er. Dan vind ik dat je als overheid het niet kan maken om te zeggen: ‘we hebben het voor die tijd nog niet klaar’ en dus wordt het 1 januari 2019.

Bisschop wilde daarom ook weten of hier extra geld voor beschikbaar komt, de minister had hier wederom een teleurstellend antwoord op voor de SGP’er. “Volgens mij kan Bisschop heel goed getallenreeksen in het regeerakkoord lezen, en volgens mij heeft hij dan ook heel goed gezien dat er geen extra geld komt. We weten ook dat het harmoniseren van de bekostiging extra geld gaat kosten, maar daar heb ik geen extra middelen voor.”

Bisschop bleef daarom wat desolaat achter. “Dit betekent dus als ik de minister goed beluister, dat de andere onderwijssectoren in feite die €50 miljoen die nog tekort komt op moeten gaan hoesten om het groen onderwijs te harmoniseren. Ik vraag mij echt in gemoede af: waar-zijn-wij-mee-bezig? Dan kunnen we trots zijn dat het groen onderwijs bij het departement onderwijs komt, maar het heeft toch wel echt iets van kat in de zak hoor, neem mij niet kwalijk.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«