Wat is de waarde van robotchirurgie?

Interview | door Sicco de Knecht
19 februari 2018 | Er zijn inmiddels meer operatierobots in Nederlandse ziekenhuizen dan dat er vraag naar deze vorm van opereren is. UM-promovendus Payam Abrishami onderzocht waar dit vandaan komt. “Robotchirurgie verbaast me. De vraag neemt toe. De waarde blijft onduidelijk”.
@2018 Intuitive Surgical, Inc.

De DaVinci robot wordt hij genoemd door de ontwikkelaar van het apparaat en in 22 Nederlandse ziekenhuizen heeft men er inmiddels 24 staan. Ze werden oorspronkelijk ontwikkeld op initiatief van de Amerikaanse defensie. Deze voorzagen een uitgelezen kans om op afstand op het slagveld operaties uit te voeren. Zo ver is het tot nu toe niet gekomen, laat staan dat de apparaten ‘autonoom’ kunnen handelen als een echte robot.

Toch neemt het gebruik van de operatierobots toe, maar waarom dan toch? Die vraag stelde Payam Abrishami in zijn promotieonderzoek dat hij deed binnen een samenwerking tussen het Zorginstituut Nederland en Maastricht University. “Een praktisch voordeel schijnt voor de chirurgen zelf te zijn. Volgens de chirurgen is het gewoon ergonomisch voordelig.” Waar een chirurg aan de operatietafel soms urenlang over een patiënt heen gebogen moet staan kan deze met een operatierobot gewoon rustig in een goede stoel zitten.

“Het scheelt een hele hoop nek- en rugpijn, dat is wel een duidelijk voordeel.” Veel sneller gaat het er overigens niet door volgens Abrishami. “Wat je eigenlijk vaker hoort is dat het juist langer duurt, en dat artsen bovendien wel even flink moeten leren en oefenen om goede resultaten te behalen .” Ook is het erg duur apparaat, de prijzen liggen afhankelijk van de versie tussen de €1,5 en 2,5 miljoen, bovenop veel bijbehorende kosten zoals onderhoudskosten.

Etnografische schets van een nieuwe technologie

Om te komen tot een zo compleet mogelijk beeld van de beweegredenen achter de aanschaf en het gebruik van een operatierobot nam Abrishami interviews af en deed uitvoerig literatuuronderzoek. “Het is een etnografische benadering van de vraagstelling. Ik heb geprobeerd om met een multi-source en multi-cited benadering het discours rond het gebruik van dit apparaat in kaart te brengen.”

Hoewel er in de eerste jaren weinig bewijs bestaat dat robotchirurgie beter is, blijkt dat er een legio aan redenen is om een operatierobot aan te schaffen, maar niet allen zijn ze even voor de hand liggend. “Chirurgen willen bijvoorbeeld bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naast hun klinische werk.” Met het binnenhalen van een operatierobot wordt het ook mogelijk voor het ziekenhuis om meer onderzoeksfinanciering te krijgen. “Met name in het begin was er gewoon veel vraag naar ‘evidence’ voor het nut van dergelijke apparaten.”

“Een andere beweegreden is concurrentie.” Ziekenhuizen kunnen zichzelf op de kaart zetten als instelling waar met ‘state of the art’ apparatuur wordt gewerkt, “dat is interessant voor het profiel van het ziekenhuis. Het impliceert ook dat robotchirurgie dé richting is in chirurgie. Er zit ook een persoonlijke drive van chirurgen achter. Het is natuurlijk best vet om tegen een collega te kunnen zeggen: ik ben een robotchirurg, en jij?”

Daarnaast is er sprake van weinig financieel risico voor het betreffende ziekenhuis. In tegendeel stelt Abrishami: “De behandeling is gewoon verzekerde zorg, dus het risico voor de ‘return of investment’ wordt deels afgevangen door publieke middelen.”

Geen collectieve afstemming

In zijn onderzoek stuitte Abrishami voortdurend op tegenstrijdige perspectieven die geplaatst worden bij het gebruik van operatierobots. “Er zijn inmiddels veel studies uitgevoerd maar nog steeds onduidelijk is of het beter is. Er is controverse over alles. Over de toegevoegde waarde, over hoe je die zou moeten meten en hoe je dat aantoont.” Een punt dat zelfs hem het meest verbaasde was dat zelfs artsen/ziekenhuizen die recent een operatierobot hadden aangeschaft aangaven dat er te veel operatierobots in Nederland zijn.

Abrishami: “Heel opvallend is dat de verschillende chirurgen en ziekenhuisbestuurders die ik heb gesproken dachten dat hun ‘business plan’ wel gedekt is, alsof de ander geen overwogen plan heeft achter de aanschaf van de robot.” Of chirurgen zich met dit verwijt vooral beklagen over een gebrek aan collectieve afstemming of een betere concurrentiepositie zouden willen hebben kan Abrishami niet zeggen.

Zo kan het dus gebeuren dat er in feite momenteel meer aanbod is voor robot-chirurgische operaties dan dat er vraag is. “Je hoeft je alleen maar af te vragen of er eigenlijk wel voldoende patiënten in de regio zijn, maar die vraag wordt niet gesteld.” Dit laatste wijt hij aan het feit dat er ook niet of nauwelijks wordt afgestemd tussen beleidsmakers, ziekenhuizen, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties en financiers van medisch onderzoek over de aanschaf en het gebruik van de robot.

In het verlengde van zijn onderzoek heeft Abrishami onder het andere op het oog om een debat te organiseren. “Er zijn wel veel aparte discussies, bijvoorbeeld in wetenschappelijke congressen, over robotchirurgie en dergelijken, maar geen plek waar op collectief niveau overleg plaatsvindt over de publieke waarde van deze technologie.”

De toekomst biedt nog meer controverse

Waar de meest voorkomende operaties met de operatierobots momenteel nog prostaatverwijderen en operaties aan de baarmoeder betreffen, ziet Abrishami bewegingen richting andere vakgebieden met name in maag-darmchirurgie. Dit en ook ontwikkelingen op het juridisch vlak zullen de aankomende tijd veel invloed hebben op het gebruik van de operatierobot. “De komende tijd wordt spannend. Het patent van de fabrikant, die nu nog monopolist is, loopt binnenkort af. Er zijn natuurlijk al meer partijen bezig om hun eigen versie op de markt te brengen.”

“Ik wil benadrukken dat de huidige operatierobot geen echte robots zijn. Het gaat over apparaten die volgens het ‘master-slave’ principe werken. Echte automatisering is het dus nog niet, maar apparaten die je kunt voorprogrammeren zijn er al wel, maar die zijn dus semi-autonoom.”

Echte automatisering verwacht Abrishami niet op korte termijn. “Het wordt gewoon niet positief ontvangen in de chirurgische community.” Net als in andere beroepsgroepen houden ook medisch specialisten dan ook de oren gespitst voor de opkruipende ontwikkelingen. Daarbij kiezen ze bepaald geen ludditische houding. “Ze houden het zeker niet tegen, maar duidelijk is wel te zien dat chirurgen ‘de controle’ willen houden over deze ontwikkeling.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK