NWO wil meer zijn dan alleen een geldkraan

Analyse | door Sicco de Knecht
18 april 2018 | Het roer gaat om, maar niet helemaal. In de onlangs gepresenteerde visie maakt NWO een ongekend scherpe beweging richting open science, interdisciplinariteit en team science. NWO gaat zich zelfs expliciet bezighouden met personeelsbeleid. Daarmee trekt de organisatie steeds meer beleidsterreinen naar zich toe in de nieuwe strategie. De vragen hoe en met welke urgentie dit gaat gebeuren worden in de nieuwe visie echter niet beantwoord.
Voorzitter van NWO Stan Gielen – Foto: ScienceGuide

NWO wil meer aandacht voor vrij, open en onafhankelijk onderzoek. Daarnaast wil zij maatschappelijk relevant onderzoek stimuleren en gaat zij zich meer bemoeien met personeelszaken. Dat en meer blijkt uit de NWO-strategie 2019 – 2022 Verbinden van wetenschap en samenleving, die vorige week werd aangeboden aan de minister. Het is voor het eerst dat NWO in haar strategie zo expliciet inzet op deze thema’s, alhoewel het roer nog niet helemaal om lijkt te gaan.

Een andere vraag die de nieuwe visie, met onder meer aandacht voor interdisciplinariteit en team science, oproept is hoe de organisatie de uitvoering voor zich ziet. In andere woorden: welke maatregelen gaat NWO doorvoeren om te komen tot Science 2.0, en lukt het ook om deze tot aan de beoordelingscommissies door te laten vloeien? Want concrete nieuwe maatregelen blijven uit in deze strategische visie.

Nieuwe visie langs oude meetlat?

Het nieuwe NWO heeft vijf centrale ambities geformuleerd voor de komende jaren. De organisatie wil in de eerste plaats een knooppunt, een ‘nexus’, zijn voor wetenschappelijk onderzoek en tevens meer doen met kennisbenutting. Een belangrijke doelstelling van NWO, naast het behouden van de toppositie van Nederland als kennisland, is het aantrekkelijk blijven voor wetenschappelijk talent.

Vooropgesteld constateert NWO dat het huidige onderzoekstelsel goed functioneert en dit is volgens de organisatie te danken aan het excellentiebeleid dat de afgelopen jaren is gevoerd. “Mede dankzij deze competitie en internationale beoordelingen is de Nederlandse wetenschap van wereldniveau.”

Alhoewel een groot deel van het plan zich bezighoudt met het (her)definiëren van impact is duidelijk dat NWO bij het meten van succes nog steeds terugvalt op oude indicatoren. Zo is de inleiding die onder meer verhaalt over een ‘effectief wetenschapsstelsel’ nog altijd doorspekt met indicatoren als: “Nederland is een grote producent van peer reviewed wetenschappelijke artikelen,” en “Nederlands onderzoek heeft veel impact in de wetenschap: we scoren veel citaties […].”

Het interview met José van Dijck en Wim van Saarloos over het recente KNAW essay.

Hoe de beoordeling van impact dan wel moet, wordt uit de bijna honderd pagina’s tellende visie nog niet heel duidelijk. Wel verkent NWO een aantal mogelijke richtingen, waaronder het beoordelen van impact ex ante Dat wil zeggen dat “financieringsaanvragen voor onderzoek naar maatschappelijke doorbraken vooraf aan de hand van een goed onderbouwde projectie van de beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact” worden getoetst. en voorwaarden voor inbedding van onderzoek. Verder wordt er in de visie gesproken over kennisdeling, publiek-private samenwerkingen en institutionele samenwerkingsvormen. Momenteel wordt er in verschillende commissies gesproken over de (her)definiëring van impact Momenteel loopt deze discussie onder andere in een KNAW commissie (Impact in Kaart), binnen het Nationaal platform Open Science (Erkennen en Waarderen) en ook de VSNU beraadt zich op dit onderwerp. , hoogstwaarschijnlijk zal NWO hier uit putten wanneer deze visie uitgewerkt wordt in beleid.

Open Science

NWO lijkt er van doordrongen te zijn dat de wetenschap in beweging is en dat er een transitie nodig is naar open science. In deze ontwikkeling wil NWO in de eerste plaats een faciliterende rol spelen. Zo zal er extra geïnvesteerd worden in de ICT-infrastructuur en heeft NWO “oog voor de noodzaak van extra investeringen” voor de taken die belegd zijn bij SURF, het Netherlands eScience center en DANS.

Interview met Robert-Jan Smits

Een van de belangrijkste argumenten voor deze radicale ruk naar open science ligt voor NWO bij het vertrouwen van de burger in de wetenschap. Zo komt de volgende bespiegeling langs aan het einde van het hoofdstuk ‘maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen’ die de visie van NWO op wetenschap an sich lijkt te verwoorden: “Het is […] de rol van de wetenschap om via observaties en metingen de feiten vast te stellen. In de 21e eeuw staat de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van de wetenschap echter in sommige delen van de maatschappij ter discussie.”

Voor de grote vraagstukken in de maatschappij ziet NWO transparantie, en dus ook het doen van onderzoek volgens de FAIR principes als noodzakelijk. Daarnaast zet NWO de tering naar de nering door de verplichting op te leggen dat alle door hen gesubsidieerde projecten “zowel de publicaties als de onderzoeksgegevens via trusted repositories voor algemeen gebruik beschikbaar te stellen.” Hiermee wordt de aansluiting gevonden met de eveneens harde Europese lijn dat publiek gefinancierd onderzoek publiek beschikbaar moet zijn. NWO weet ook te melden dat de organisatie gevraagd is om op Europees uniforme richtlijnen op zal gaan stellen ten aanzien van research data management.

Steun voor jonge onderzoekers

In mei 2017 organiseerde NWO een werkconferentie met wetenschappers en beleidsmakers om oplossingen voor de hoge aanvraagdruk en lage honorering te bespreken. Lang niet alle opgehaalde ideeën uit die middag haalden het tot de onlangs aangekondigde maatregelen, maar het maakte wel duidelijk dat de organisatie iets met dit probleem wil doen.

In de nieuwe strategie erkent NWO openlijk dat het excellentiebeleid ook donkere kanten heeft. Zo worden zowel de voor- en nadelen van het Mattheüs-effect In de woorden van NWO: Naarmate een onderzoeker meer subsidie ontvangt, neemt de kans toe om ook in de toekomst subsidies te ontvangen. genoemd en wordt vermeldt dat de organisatie onderzoek doet naar “de omvang ervan in Nederland”. Dat laatste is opmerkelijk te noemen aangezien er toch al bijna een half decennium over dit fenomeen, ook binnen de Nederlandse wetenschap, gesproken en geschreven wordt.

NWO tussen competitie en integriteit

In diezelfde maatregelen uit oktober schemerde al door dat de NWO zo langzamerhand begon te erkennen dat het stelsel van (persoonsgebonden) subsidies stevig doorwerkt in het personeelsbeleid van instellingen. In de tweede paragraaf van de ambities erkent NWO nu openlijk deze rol en zet belangrijke stappen om deze ook vorm te geven. Dit wil de organisatie voornamelijk doen binnen een “gemoderniseerd Talentprogramma” waar meerdere vormen van “doctorates” mogelijk zijn.

Het is duidelijk dat NWO niet zomaar het oude model van financiering wil laten varen, maar dat men wel vooruit wil. Zo blijft NWO vasthouden aan de huidige programma’s zoals Rubicon, Veni, Vidi en Vici, maar wil het tegelijkertijd “getalenteerde onderzoekers de kans bieden om zich alleen of met een team verder te ontwikkelen door een bijdrage te leveren aan een bestaand onderzoeksprogramma met langere looptijd.” In een vergelijkbaar licht wil de organisatie meer aandacht voor interdisciplinair onderzoek “mits de disciplinaire basis sterk en gezond is”. Ook wil zij kleine projecten en high-riskprojecten stimuleren “via trapsgewijze financiering met verschillende ‘go/no-go’-momenten”.

De cruciale vraag die opkomt in het licht van al deze voornemens is hoe NWO ervoor gaat zorgen dat onderzoeksvoorstellen met dergelijke elementen ook daadwerkelijk worden gehonoreerd. Daarvoor zal deze nieuwe visie door moeten dringen tot de leden van beoordelingscommissies, die veelal via de ‘traditionele’ programma’s carrière hebben gemaakt. Over de organisatie, de samenstelling en de werkwijze van die NWO-commissies valt echter niets te lezen in de nieuwe strategie.

Aansluitend op dit onderwerp is de paragraaf over diversiteit opvallend. NWO geeft hier duidelijk te kennen dat er binnen de cultuur van de organisatie “geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd.” Op dit punt zegt de organisatie haar subsidie-instrumenten, procedures en werkwijzen aanpassen om dit te garanderen. Op welke manier wordt in de strategie niet besproken.

Centrale rol voor NWO?

Ten slotte ziet de wetenschapsfinancier zichzelf in deze nieuwe visie duidelijk als meer dan een geldschieter alleen. De organisatie wil een “centrale, onafhankelijke, transparante en betrouwbare partner” zijn voor onderzoek, een intermediair. Waar dit concreet op neerkomt schemert door in de volgende uitspraak waarin NWO zichzelf een centrale rol in de financiering toewenst. “NWO is bij uitstek in staat om in samenspraak met de kenniscoalitie en met de kennisinstellingen de eerste en tweede geldstroom optimaal op elkaar af te stemmen om daarmee de basis van onderwijs en onderzoek te versterken”.

En daar wil de organisatie het niet bij laten. Ook op Europees vlak wil NWO “een proactieve rol spelen in de afstemming van het internationale kennisbeleid van de rijksoverheid, Nuffic en de kennisinstellingen.” Het enorme succes van Nederlandse onderzoekers bij het verkrijgen van Europese beurzen onderstreept wat dat betreft dat afstemming van het onderzoeksbeleid – met name langs de as van excellentie – zijn vruchten afwerpt.

Of de rest van de sector zit te wachten op een centrale rol voor NWO is uiteraard niet aan NWO om te beantwoorden, maar deze uitspraak komt niet uit het niets. In de onlangs gepresenteerde maatregelen tegen aanvraagdruk werd al in een bijzin verwoord dat NWO mee gaat doen bij de beoordeling van aanvragen binnen het topsectorenbeleid. Ook de integratie van de oude organisaties in het nieuwe NWO, op het recente stopzetten van de fusie tussen ZonMW en NWO na, bestendigt deze centrale rol.

Als de matching van onderzoeksgeld wordt meegerekend blijkt NWO al reeds een flinke stempel te drukken op de bewegingsvrijheid van instellingen. Zo blijkt uit een onlangs gepubliceerde factsheet van het Rathenau dat de cofinanciering inmiddels al meer dan de helft van de onderzoeksfinanciering van instellingen in beslag neemt. De vraag waarom NWO meer regie moet krijgen wordt in deze visie niet helder beantwoord.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK