Science divide in Europa groot vraagstuk voor de toekomst

Interview | de redactie
7 maart 2018 | Liefst acht jaar was Robert-Jan Smits de hoogste ambtenaar op het DG Research & Innovation van de Europese Commissie. Met ScienceGuide kijkt hij terug en vooral vooruit naar een Europa in een veranderend internationaal landschap. "Zolang we volop inzetten op onderzoek en onderwijs, redden we het wel, maar als het leefklimaat ook in China gaat veranderen, gaat het helemaal los.”
Robert-Jan Smits – Foto: EU

In zijn laatste dagen als DG ziet Robert-Jan Smits hoe de komende meerjarenbegroting van de Europese Commissie vorm aan het krijgen is. Dat ziet er wat hem betreft goed uit voor onderzoek en innovatie. Onlangs bracht Günther Oettinger, de begrotingscommissaris van de EU, een commissiemededeling uit waaruit blijkt dat er tussen de €120 en €160 miljard beschikbaar kan komen voor onderzoek en innovatie. “We zitten op pole position,” zegt Smits, “maar we zijn er nog niet.”

“Ik denk dat het komende weken heel spannend gaat worden. Houdt Oettinger zijn rug recht?” Het antwoord op die vraag hangt ook af van de lobby die Europese onderzoekers de aankomende tijd moeten gaan voeren. Smits wijst erop dat dit nog geen gelopen race is, andere sectoren hebben hun lobby om Europese gelden vaak een stuk beter voor elkaar. “Ik geef wel eens het voorbeeld van de melkboeren. Als die het ergens niet over eens zijn komen ze met hun tractor naar Brussel, gooien wat melk op straat, maken veel heibel en gaan ’s avonds met €500 miljoen naar huis.”

“Dat zie ik de wetenschappers nog niet doen,” lacht Smits. Het is derhalve nog geenszins gezegd dat het geld voor onderzoek en innovatie er ook daadwerkelijk gaat komen. Smits heeft niettemin veel vertrouwen in de Duitse Eurocommissaris. “Ik heb altijd gezegd dat als er iemand is die het kan, dan is hij het. Hij is een mannetjesputter, maar belangrijker, hij komt uit Baden-Württemberg en dat is een regio waar ze vijf procent van hun BBP uitgeven aan innovatie. Hij heeft dus gezien hoe die regio de meest welvarende van Europa is geworden. Dus hij kent de kracht ervan. Hij is de enige die de hervormingen kan doorvoeren in de begroting die noodzakelijk zijn.”

Smits wil benadrukken dat het er niet van af zal hangen of het departement onderzoek en innovatie of onderwijs overtuigd zijn dat er meer geïnvesteerd moet worden. Preken voor eigen parochie heeft geen zin. “Stuur die briefjes niet naar mij of naar Moedas, maar stuur ze naar Oettinger, naar Juncker of naar Timmermans. En richt je ook op het Europese Parlement en richt je daar op degene die besluiten nemen over het budget. De lobby richt zich nu teveel op de mensen die al overtuigd zijn.”

“Stuur die briefjes niet naar mij of naar Moedas, maar stuur ze naar Oettinger, naar Juncker of naar Timmermans."

Een ander punt is dat wetenschappers volgens Smits veel meer duidelijk moeten maken wat de impact van hun werk is. “Het is geen excuus om alleen maar te zeggen dat je alleen maar bezig bent met wetenschap. Als jij deel uitmaakt van deze samenleving heb je een verantwoordelijkheid naar deze samenleving. We zien dat burgers steeds mondiger worden en vragen stellen bij wat er onderzocht wordt. Ik vind dat de burger daar recht op heeft en dat het dus een belangrijke verplichting is dat de wetenschappelijke wereld daar verantwoording over aflegt.”

Volgens Smits heeft innovatiebeleid op dit moment Europees gezien de wind in de zeilen. “Kijk naar Macron, hij praat voornamelijk over innovatie. We hebben momenteel te maken met een generatie modernere politici. Dat zou ons enorm moeten helpen.” Hij hoopt dat er met name iets gedaan gaat worden aan de te grote kloof  tussen de wetenschappelijke prestaties van de landen in Oost-Europa en Noord-Europa. “Ik denk dat de zogeheten science divide in Europa een van de grote vraagstukken is van deze tijd.” Smits is wel helder, dit is een taak van de onderzoekers en respectievelijk de lidstaten zelf.

Excellentiebeleid ruim baan

Het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 loopt inmiddels tegen het einde en er wordt voorgesorteerd op een volgende ronde. Een punt van kritiek op de onderzoeksprogramma’s van de EU is dat de deelnemers hier niet evenredig van profiteren. Zo halen Zwitserland en Nederland bovengemiddeld veel beurzen binnen terwijl men in het voormalig Oostblok het nakijken heeft. “Ik heb altijd gezegd dat Horizon 2020 niet het middel is om dat te regelen. Wij doen geen missionarisbeleid, wij kiezen voor excellentie.”

Volgens Smits zijn de structuurfondsen het juiste middel om de innovatiecapaciteit op te bouwen in landen die nog achter liggen in de competitie. “Kijk naar Polen, dat krijgt €90 miljard uit het structuurfonds. Dat geld moet voor een deel naar de modernisering van universiteiten en het wetenschappelijk systeem gaan. Een mooi voorbeeld vind ik in dat geval Ierland. Dat was in de jaren zestig echt een ‘potato country’. Ze hebben niet alleen de structuurgelden ingezet voor snelwegen, maar ook voor de infrastructuur van universiteiten, science parks etcetera. Dat is echt fantastisch.”

“Men hoort het niet graag maar vanuit Brussel, en zeker niet van mij, maar als er iets nodig is dan zijn het hervormingen,” zegt Smits over de wetenschappelijke systemen in minder ontwikkelde landen. “Als er landen zijn waar er geen open recruitment is op universiteiten, als er geen NWO is die competitief geld verdeeld, als er landen zijn waar jonge onderzoekers nooit de kans krijgen om hun naam op publicaties te zien, omdat er nog een professor van in de negentig rondloopt die overal op wil staan, als er geen differentiatie is in salarissen tussen goede en slechte onderzoekers, denk dan niet dat je dan ooit een kenniseconomie kunt opbouwen. Dus die landen moeten aan de bak met hervormingen.

Horizon 2020 is – zo wil Smits maar zeggen – geen instrument om aan capacity building te doen in Oost-Europa. “Waar ik wel vind dat we een verantwoordelijkheid in hebben is om het systeem verder te openen, om elkaar zo verder te brengen. De meest briljante jonge mensen die ik in ben tegengekomen zaten veelal in Hongarije, Tsjechië, Roemenië en Bulgarije. Dus als je dan meedoet aan een Horizon 2020 call, zorg dat je hen meeneemt en dat doe je dan op basis van kwaliteit en niet uit liefdadigheid.”

China komt eraan

Terwijl er in Europa sprake is van een science divide, ziet Smits ook elders in de wereldeconomieen opkomen die de Europese positie bedreigen. Nederland geeft op nationaal niveau dan ook te weinig uit aan kennis, zo is Smits van mening. “Als je ziet dat we een begrotingsoverschot hebben, de economie draait als een tierelier, dan is dit toch het moment om vol in te zetten op kennis.” Hij haalt een krant tevoorschijn, de China Daily, en wijst op het voorpagina-artikel. “China kondigt aan gigantische bedragen te investeren in onderzoek en innovatie. Dat was weliswaar maar een klein berichtje in de media, maar dit moet voor ons allen toch een wake-up call zijn.”

China is op dit moment vol aan het inzetten op onderzoek en innovatie, merkt Smits. “Ze willen niet langer de maker van goedkope spullen zijn. Ze hebben er duidelijk voor gekozen een kenniseconomie te willen opbouwen. En ze zijn bereid daarin te investeren. Dat is iets waar we in Europa heel goed over na moeten te denken. We hebben nu met een goed draaiende economie de mogelijkheid daar keuzes in te maken.”

China kondigt aan gigantische bedragen te investeren in onderzoek en innovatie. Dat moet voor ons allen toch een wake-up call zijn.”

De enige reden dat China ons op dit moment nog niet op alle punten voorbijstreeft is het onaantrekkelijke vestigingsklimaat voor kenniswerkers. “Wie wil er nu in China wonen? Als je in Beijing bent zie je door de smog de overkant van de straat niet. De kwaliteit van leven die we in Europa hebben is daarentegen ontzettend hoog. Zolang we dat nog hebben en volop inzetten op onderzoek en onderwijs, redden we het wel, maar als het leefklimaat ook in China gaat veranderen, gaat het helemaal los.”

Ondertussen wordt China ook in Europa dominant. Zo groeit overal op Europese universiteiten het aandeel Chinese promovendi. Smits heeft daar niets op tegen, mits er beleid gevoerd wordt om ook deze kenniswerkers aan Europa te binden. “Wetenschap is iets globaals, dus je kunt niet zeggen dat ze niet mogen komen. Probeer de goede te houden en zorg dat de rest ambassadeurs worden voor je land.”

Tegelijkertijd snapt Smits het als een minister van onderwijs ervoor kiest om grenzen te stellen aan internationalisering als het ten koste gaat van de eigen studenten. “Dat vind ik ook reëel ten aanzien van de Nederlandse belastingbetaler. Maar ik vind dat je universiteiten dan ook de ruimte moet geven om te groeien zonder dat ze daarbij te groot te worden. Selectie aan de poort blijft belangrijk!” Smits zou graag meer ruimte willen zien voor de technische universiteiten “De economie snakt naar techneuten.”

Brexit biedt kansen

Een andere ontwikkeling die ook de Europese universiteiten met interesse volgen is de aankomende Brexit. Er worden steeds vaker Britse wetenschappers naar het vasteland gehaald en ook de Britten kijken hoe ze aanspraak kunnen blijven maken op de Europese fondsen. Ook Smits ziet hoe de Brexit het gesprek in Brussel domineert.

“Laat ik vooropstellen dat de Britse wetenschappelijke wereld de Brexit niet wilde. In Engeland stemde 90% van de academici voor ‘remain’. Zij wilden blijven en nu willen ze de relatie blijven houden met Europa. Ze zien wat de gevolgen zijn, ze willen in de netwerken blijven zitten.”

 “De Engelsen willen dolgraag geassocieerd worden met het nieuwe Kaderprogramma.” Die relatie is geen pure afhankelijkheidsrelatie volgens Smits. “Vergeet niet dat het ook voor ons belangrijk is, want de Engelsen leveren heel veel kennis. Het is dus een win-win, maar het moet in het globaal akkoord tussen Barnier en Davis [de Brexit-onderhandelaars EU en VK] worden meegenomen en ik heb geen idee wat daar uit gaat komen.”

“Theresa May heeft verschillende papers naar Juncker en Barnier gestuurd. Een daarvan gaat over onderzoek en innovatie. Ook de Zwitsers wilden destijds per se deel uit blijven maken van Horizon 2020. Het is allemaal gerelateerd aan buitenlandse investeringen. Het gaat om de toegang tot kennis, onderdeel uitmaken van netwerken. Grote bedrijven vestigen zich waar er toptalent is en waar er toegang is tot toptalent.”

Zwitserland mag weer meedoen aan Horizon2020

“Als jij niet als kennisland kan deelnemen aan de European Research Council, dan hoor je er gewoon niet bij. Als jij er niet bij zit, heb je een gigantisch probleem. Ook de Zwitsers hebben dat ervaren. Iedereen wil dan ook meedoen aan de Champions League, en dat is momenteel Horizon 2020. Ik denk dus dat als de Britten niet mogen deelnemen aan onze programma’s dan doet dat pijn. Niet alleen voor hun, maar ook voor ons want we willen ook met hen blijven samenwerken.”

Als een bulldozer aan het werk voor open access

Sinds vorige week heeft Robert-Jan Smits een nieuwe taak. Als special envoy Open Access van Jean-Claude Juncker moet hij de Europese ambitie gaan waarmaken om in 2020 alle wetenschappelijke publicaties 100% open access te laten zijn. Dit najaar presenteert Smits zijn plannen op dit punt. Volgens Smits gebeurt er op dit moment al heel veel om open access in Europa te organiseren, maar zijn er toch nog wel wat hobbels te overkomen.

“De Europese ministers hebben allemaal hun akkoord gegeven op deze ambitie, nu wordt het tijd om het ook in de praktijk te brengen.” Wat Smits betreft is de tijd van het vriendelijk vragen dan ook voorbij, en in zijn laatste nota die hij als DG stuurde kondigde hij dan ook financiële sancties aan voor die deelnemers aan Horizon 2020 die niet voldoen aan de open access voorwaarden. Dat typeert zijn inzet volgens Smits: “Ik ga er als een bulldozer tegenaan.”

Om de urgentie van de situatie te duiden refereert hij aan de jaarcijfers uit ‘17 van de uitgevers die recentelijk bekend werden. “Dan lees je over de enorme winsten. Dat geld hadden we ook uit kunnen geven aan onderzoek.” Wat Smits betreft is het nog steeds mogelijk om eruit te komen met de uitgevers maar hij schuwt alternatieven niet. “Als het niet lukt het met elkaar te doen, dan moeten we ook kunnen kijken naar alternatieven. Wij hebben voldoende instrumenten om open access af te dwingen”.

Het is wat Smits betreft wel zaak dat de Europese onderzoekers en de universiteiten zelf meer verantwoordelijkheid gaan nemen in het faciliteren van de overgang naar open access en open science. Datamanagement staat daarbij centraal volgens Smits. “Wat me mateloos ergert aan universiteiten is dat we in Europa nu op zoek zijn naar 400.000 data scientists, maar er is geen enkele universiteit waar je hierin een diploma kunt krijgen. Het moet een discipline worden waarop je kunt afstuderen.”

Opleidingen in het data-domein kunnen ook een welkome aanvulling zijn op het opleidingspalet van instellingen volgens Smits. “Bovendien is het ook gewoon een moneymaker voor universiteiten. Ik zou hier direct op inspringen, het is gewoon een markt. Universiteiten zouden sneller kunnen zijn in het omzetten van curricula.”

“Uiteindelijk bepaalt de financier wat er gebeurt. Als die zegt dat publicaties Open Access moeten zijn, dan gebeurt het.

Smits denkt niettemin dat er vanuit Europa wel degelijk kansen zijn om een omslag richting Open Access voor publicaties te bereiken. Het Kaderprogramma van de Europese Commissie kan daarin een breekijzer zijn. “Uiteindelijk bepaalt de financier wat er gebeurt. Als die zegt dat publicaties Open Access moeten zijn, dan gebeurt het. Het is een cultuurwijziging en die moet er komen.”

Ondertussen zijn uitgevers al lang en breed bezig met het volgende businessmodel: het optuigen van systemen voor het managen van onderzoeksdata. “Dat is inderdaad iets waar we heel erg voor moeten oppassen”, vindt ook Smits. “Het kan niet de bedoeling zijn dat we van de regen in de drup komen en straks heel veel gaan moeten betalen om toegang te krijgen tot de data die we met publiek geld hebben verkregen.”

Een voordeel van open data ten opzichte van het huidige publicatiesysteem is, volgens Smits dat we niet in een spinnenweb zitten waarin het publiceren in high impact journals samenhangt met hoe universiteiten scoren op de rankings. “Er is heel veel hypocrisie in het systeem wat ervoor zorgt dat mensen ook geen baat hebben bij verandering. Dat hebben we bij data nu niet, en dat is een groot verschil.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK