Open onderwijs in hbo en wo loopt tegen barrières aan

Nieuws | door Frans van Heest
7 augustus 2018 | De vrees voor het overtreden van auteursrecht en gebrek aan visie en beleid op instellingen houden open onderwijsinnovaties tegen. Dit is een gemiste kans zeggen onderzoekers van Fontys en komen met een aantal aanbevelingen voor hoe dit beter kan.

Robert Schuwer en Ben Janssen van Fontys Hogeschool hebben onderzoek gedaan naar het delen van open onderwijsmaterialen binnen het hoger onderwijs. Het onderzoek toont aan dat er veel bereidheid is om onderwijsmateriaal met elkaar te delen. Wat vaak ontbreekt is beleid en regie op een instelling. Ook wordt er weinig gemerkt van het beleid van OCW op het gebied van open onderwijs. Dat is een gemiste kans zeggen de onderzoekers van Fontys en komen met aanbevelingen voor hoe dit beter kan.

In 2015 heeft voormalig minister Bussemaker haar strategische visie hoger onderwijs naar de Kamer gestuurd met onder andere de opdracht om meer open onderwijsmaterialen met elkaar te delen. Robert Schuwer en Ben Janssen van Fontys Hogeschool hebben onderzocht wat de stand van zaken is op het gebied van Open Education Rescources (OER). Zij hebben daar recent over gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift ‘International Review of Research in Open and Distributed Learning.’ Deze studie is uitgevoerd met een beurs van SURF, de ICT-samenwerkingsorganisatie van het onderwijs en onderzoek in Nederland.

Gratis beschikbaar

Open Educational Resources worden gekenmerkt door hun gratis beschikbaarheid. Ook is er de mogelijkheid voor de gebruiker om onder voorwaarden de materialen aan te mogen passen aan de eigen context en voor verdere verspreiding. OER kunnen bestaan uit losse lesmaterialen en open cursussen. Open onderwijsmateriaal kan gedeeld worden op websites van onderwijsinstellingen of op Youtube of ITunes. 

Schuwer en Janssen constateren dat de TU Delft in Nederland altijd voorloper is geweest op het gebied van open en digitaal onderwijs. Toch is van de rest van de Nederlandse universiteiten en hogescholen weinig bekend wat de stand van zaken is. Uit een eerder Fontys-onderzoek bleek dat er op tien universiteiten, twaalf hogescholen en vier UMC’s ook daadwerkelijk sprake is van enige vorm van het gebruik van open onderwijsmaterialen.

Regelen van licenties

Wat ook blijkt uit het onderzoek is dat de implementatie vaak afhangt van individuele docenten. Zij zijn cruciaal voor het up-to-date houden van het open onderwijsmateriaal en voor het regelen van de rechten en licenties. Waarom docenten dit doen en onder welke voorwaarden daar is eigenlijk weinig over bekend. Dit was aanleiding voor nader onderzoek. De Brabantse onderzoekers hebben de vraag gesteld wat er nodig is om de acceptatie en gebruik van open leermiddelen en open online cursussen te stimuleren.

De onderzoekers hebben gegevens verzameld door diepte-interviews af te nemen met docenten, ondersteunend- en leidinggevend personeel afkomstig van verschillende afdelingen. In totaal zijn er 55 interviews afgenomen, waarvan 30 bij universiteiten en 25 bij hogescholen. Daarbij is onder andere gekeken naar de ambitie van de geïnterviewden op het gebied van OER, maar is ook gekeken naar het beleid, de motivatie, de randvoorwaarden de eventuele barrières en de ondersteuning. De deelnemers moesten wel ervaring hebben met OER en of het delen en hergebruiken van onderwijsmaterialen. Daarnaast is er naar een breed scala aan domeinen gekeken van de sociale wetenschappen, ict, bèta- en businessstudies.

Ontbreekt aan een licentie

In de dagelijkse praktijk blijkt dat de geïnterviewde docenten veelvuldig gebruikmaken van gedeelde onderwijsmaterialen. Ondersteunend personeel en management constateerden ook dat er volop onderwijsmateriaal gedeeld wordt. Wel blijkt dat het onderwijsmateriaal op een dusdanige manier gedeeld wordt waardoor het niet altijd voor iedereen toegankelijk is. Ook ontbreekt er vaak een licentie om het open te kunnen delen en wordt er niet altijd op de juiste manier omgegaan met licentieovereenkomsten.

Als motivatie om open onderwijsmateriaal te delen worden ook marketingvoordelen genoemd door het management. Het is een andere en makkelijke manier om als instelling nieuwe doelgroepen te bereiken, zoals mensen met een baan. Voor het management dat geïnterviewd is, is het delen van open onderwijs geen doel op zich, maar vaak staat het in dienst van een grotere strategische doelstelling. Zo wordt open onderwijs vaak gebruikt om de internationalisering te simuleren.

Ook worden er onderwijskundige en didactische redenen genoemd, en wordt het gezien als een manier om de onderwijskwaliteit te verhogen. Tot slot zijn er ook idealistische motieven en willen docenten op deze manier tegenwicht bieden tegen de commerciële uitgevers.

Bij een klein aantal instellingen is er ook daadwerkelijk sprake van zichtbaar beleid bij het delen van open onderwijsmaterialen. Dit beleid stelde de betreffende docenten in staat om de tijd te nemen om het onderwijsmateriaal te ontwikkelen en was er ook zichtbaarheid en waardering voor.

Angst voor auteursrechten

Toch is het zo dat bij veel instellingen waar wel beleid wordt gevoerd de individuele docenten vaak niet op de hoogte van hoe dit beleid in de praktijk vorm krijgt. Als de docenten wel bekend zijn met het beleid dan blijkt dat het vaak lastig te vertalen is naar de werkvloer. Naast onduidelijkheid over beleid is er bij docenten ook vaak de angst dat men auteursrechten overtreedt, en is men daarom terughoudend om materiaal vrij toegankelijk te maken, om zo de instelling niet in de problemen te brengen.

Binnen universiteiten laten geïnterviewden weten dat er veel meer waardering en aandacht is voor onderzoek dan voor het onderwijs. Dit belemmert de innovatie op het gebied van open onderwijs. Zoals een geïnterviewde het verwoorde: “Een uitstekende onderzoeker die minder bekwaam is in lesgeven wordt veel meer gewaardeerd dan andersom.” Daarnaast ontbreekt het vaak aan veilige experimenteerruimte.

Interne beurzen voor open onderwijs

Tenslotte bleek uit het onderzoek dat zowel leidinggevenden als docenten eigenlijk weinig merken van nationaal beleid op het gebied van open onderwijs. Het huidige subsidieprogramma van de overheid om open onderwijs te stimuleren wordt als onvoldoende geacht om de ambities te kunnen realiseren. Wel wordt het gewaardeerd door sommige managers dat er vanuit OCW aandacht is voor dit onderwerp omdat het debat en discussie stimuleert.

De onderzoekers van Fontys concluderen dan ook dat de praktijk omtrent open onderwijs heel divers is, maar de realiteit is dat open lang niet altijd zo ‘open’ is als men zou mogen verwachten. Licenties verkrijgen om het materiaal ook daadwerkelijk te mogen en kunnen delen op het internet blijkt vaak nog problematisch. De meeste geïnterviewden hebben daarom nogal een smalle blik op wat open is en daardoor blijven er veel kansen en mogelijkheden ongebruikt. De meest genoemde barrière is de onbekendheid met het auteursrecht.

Goede voorbeelden uitlichten

Schuwer en Janssen komen daarom ook met een aantal aanbevelingen. Een voor de hand liggende aanbeveling is om de mogelijkheden en innovatieve functies van open onderwijs meer onder de aandacht te brengen. Een belangrijk onderdeel hiervan kan zijn is het laten beoordelen van het open onderwijsmateriaal door collega’s. Daarbij past het ook om goede voorbeelden van docenten uit te lichten binnen en buiten de onderwijsinstelling.

Daarnaast moet er meer gefaciliteerd worden, zo moeten er goede ICT-voorzieningen zijn, juridische expertise en niet onbelangrijk voldoende tijd en ruimte om te kunnen experimenteren. Om tot dergelijk beleid te komen binnen een instelling moet er zowel op instellings- als faculteitsniveau beleid komen dat het delen van open onderwijs verbindt met bredere onderwijskundige ontwikkelingen. Dit beleid moet ook daadwerkelijk leiden tot beter onderwijs. Er zouden bijvoorbeeld interne beurzen kunnen worden ingesteld om het OER te stimuleren binnen een instelling. Ook zou er door directe collega’s meer feedback kunnen komen op het onderwijsmateriaal. Dit kan volgens een aantal geïnterviewden een grote stimulans zijn om het materiaal met elkaar te delen.

De onderzoekers van Fontys waarschuwen wel voor overhaaste beslissingen. Ze raden aan om  geen commissie in te stellen met een evenredige vertegenwoordiging vanuit de instelling. Dit is de natuurlijke reflex in het onderwijs om een innovatie door te kunnen voeren, maar volgens de onderzoekers contraproductief. Een betere manier is om alleen een commissie te vullen met early adopters, want dan is de kans groter dat het delen van open onderwijsmaterialen beter wordt verspreid binnen de instelling.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK