Tweede Kamer wil dat taalgedragscodes geen dode letter zijn

Minister Van Engelshoven wil juist verantwoordelijkheid bij instellingen zelf leggen

Nieuws | door Frans van Heest
1 mei 2019 | De Tweede Kamer wil een aanscherping van het taalbeleid van universiteiten en hogescholen. Minister Van Engelshoven wil het taalbeleid echter zoveel mogelijk bij de instellingen zelf neerleggen.

De vrijdagavond voor kerst heeft minister Van Engelshoven een Inspectierapport naar de Kamer gestuurd over gedragscodes met betrekking tot het taalbeleid in het hoger onderwijs. Iedere instelling die anderstalig onderwijs aanbiedt moet een dergelijke gedragscode hebben.

Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt dat de helft van de instellingen – met name hogescholen en onbekostigde instellingen – niet in het bezit zijn van een dergelijke gedragscode. De minister heeft bij het openbaar maken van het Inspectierapport gezegd dat zij het onacceptabel vindt dat er instellingen zijn die niet in het bezit zijn van een gedragscode, zoals wettelijk is voorgeschreven.

Taalgedragscodes vaak te summier

Ook de Kamer uit kritiek op de huidige stand van zaken rondom taalbeleid en gedragscodes in het hoger onderwijs. VVD, CDA, D66, GroenLinks en SP hebben naar aanleiding van het rapport Kamervragen gesteld en die zijn onlangs beantwoord door de minister.

De Tweede Kamer is geschrokken van het Inspectierapport. Zo vindt de VVD dat de huidige wet niet dusdanig geïnterpreteerd kan worden, dat het Engels als voertaal wordt gebruikt om de instroom te vergroten. Daarnaast vinden de VVD en het CDA dat hoger onderwijsinstellingen ook meer verantwoordelijkheid moeten nemen om de beheersing van het Nederlands te bevorderen. De SP gaat nog een stap verder. Zij wil dat instellingen die niet in het bezit blijken te zijn van een gedragscode taalbeleid ook beboet worden. Ze overtreden namelijk de wet, zo is de gedachte.

Ruimte voor eigen invulling onderwijsinstellingen

De minister neemt in haar beantwoording alvast een voorschot op een nieuw wetsvoorstel taalbeleid dat zij voor de zomer naar de Kamer wil sturen. Het uitgangspunt daarbij lijkt te zijn dat er zo min mogelijk wettelijk wordt vastgelegd. OCW wil de verantwoordelijkheid voor taalbeleid vooral aan de hoger onderwijsinstellingen zelf laten. Zo wordt de wettelijk vastgelegde verplichting de taalbeheersing van het Nederlands van studenten te bevorderen niet meer dan een inspanningsverplichting. Instellingen zijn vrij om de invulling van die wettelijke opdracht zelf vorm te geven.

De instellingen die nog niet in het bezit zijn van een gedragscode taalbeleid zijn door de Inspectie aangeschreven. In september gaat de Inspectie een vervolgonderzoek doen om te kijken of de instellingen zich dan inmiddels wel aan de wettelijke voorschriften houden.

Engels als voertaal om zo de instroom te verhogen

Een van de zorgen die klinkt in de Kamer is dat onderwijsinstellingen kiezen voor het Engels als voertaal om daarmee de instroom te verhogen. De VVD wil van de minister weten of OCW middelen heeft om er op toe te zien dat dit niet het geval is. De minister is het met de VVD eens dat dit in geen geval de enige reden mag zijn om over te stappen op het Engels.

“In het wetsvoorstel waar ik aan werk ben ik voornemens de ‘herkomst van studenten’ in artikel 7.2 van de WHW, te laten vervallen als uitzonderingsgrond voor het kunnen afwijken van de hoofdregel. De enkele omstandigheid dat zich voor een opleiding (naar verwachting) veel buitenlandse studenten (zullen) aanmelden – vaak juist omdát een instelling deze opleiding in een andere taal aanbiedt – kan niet de enige reden zijn dat deze opleiding in een andere taal wordt verzorgd.”

De VVD en CDA vragen ook aan de minister hoe zij de Nederlandse taalvaardigheid bij studenten wil bevorderen, ook als die niet een Nederlandstalige opleiding volgen. De minister laat weten dat zij die verantwoordelijkheid vooral bij de instelling zelf wil leggen en ziet dat als een inspanningsverplichting.

“Wat betreft deze inspanningsverplichting kan een hoger onderwijsinstelling ervoor kiezen faciliteiten aan te bieden waarbij studenten de beheersing van de taal waarin het onderwijs wordt verzorgd kunnen ontwikkelen of op peil kunnen houden. Per instelling, per opleiding en per situatie kunnen de procedurele en inhoudelijke kaders verschillen. Ik wil daarom niet wettelijk voorschrijven hoe een instelling dit precies invult, maar wel dát inspanningen op deze aspecten overwogen worden.”

De minister wijst er daarbij op dat de VH en de VSNU in hun gezamenlijke internationaliseringsstrategie hebben aangegeven dat zij het Nederlands van studenten op peil willen houden.

Meer inspraak voor studenten bij wijzigingen in taalbeleid

Het CDA wijst er op dat de Onderwijsinspectie erop aandringt om heldere procedurevoorschriften op te stellen over wie er beslist over een taalwijziging. De minister geeft aan dat zij in het nieuwe wetsvoorstel hier een belangrijke rol ziet weggelegd voor studenten. “Ik ben voornemens in het wetsvoorstel taal en toegankelijkheid op te nemen dat in de OER moet worden opgenomen in welke taal het onderwijs en de examens worden verzorgd. Ook wil ik expliciteren dat de opleidingscommissie instemmingsrecht heeft op de OER ten aanzien van de taal van het onderwijs en de examens.”

In het verlengde daarvan wil het CDA ook weten of studenten altijd een verzoek kunnen indienen om een tentamen in het Nederlands af te leggen, ook als de voertaal van de opleiding Engels is. Ook hier wil de minister zich niet in mengen. Zij stelt dat instellingen zelf beleid moeten vaststellen op dit punt. “Dit betekent dus dat ook de keuze om examens af te nemen in een andere taal dan het Nederlands onderdeel moet zijn van een doordacht taalbeleid. Het is in dat kader dan ook niet aan mij maar aan de instelling om te beoordelen of studenten via de examencommissie een verzoek moeten kunnen indienen om een toets in het Nederlands af te leggen.”

Het CDA is altijd kritisch geweest op de verengelsing in het hoger onderwijs. Zij stelt daarom tevens voor om het bijzonder kenmerk ‘internationalisering’ van de NVAO af te schaffen. Dit omdat er nu er toch al zoveel Engelstalige opleidingen zijn.

De minister ziet daar geen aanleiding toe. “Het kenmerk kan alleen door de NVAO worden toegekend aan een opleiding, indien deze haar ambities, vastgelegd in internationaliseringsdoelen, expliciet heeft gedocumenteerd en in praktijk gebracht. Interculturele competenties maken een belangrijk onderdeel uit van de leeruitkomsten, en daar moeten studenten ook op getoetst worden. Voor het kenmerk wordt kortom een rijker palet aan aspecten geëvalueerd. Ik zie in de geschetste ontwikkelingen nu geen aanleiding om de beoordeling op dit kenmerk te beëindigen.”

Ook docent moet aan taaleisen voldoen

GroenLinks wil van de minister weten of er naast taaleisen aan studenten bij Engelstalige opleidingen ook taaleisen worden gesteld aan docenten. Ook hier ziet de minister geen aanleiding om dit wettelijk te verplichten en verwijst ze wederom naar de inspanningsverplichting van instellingen.

“Met het oog op de inspanningsplicht kan het van belang zijn dat een instelling zich ervan blijft vergewissen dat de taalbeheersing van docenten met betrekking tot de onderwijstaal, op peil is. Ik wil met het oog op de eigen verantwoordelijkheden van de onderwijsinstellingen niet wettelijk voorschrijven hoe een instelling dit precies invult. Daarbij heb ik er ook vertrouwen in dat het niet nodig is om dit wettelijk voor te schrijven.”

Tot slot vraagt de SP de minister strenger te handhaven. Zij wil ook dat de minister zich fermer uitspreekt tegen de overtreding van de wet. De SP vindt het teleurstellend dat de minister met de instellingen in gesprek gaat en dat het daar dan vervolgens bij blijft.

Uit het antwoord van de minister wordt duidelijk dat zij zich vooral wil inspannen om het goede gesprek te faciliteren. Zo is er een workshop georganiseerd waarbij studenten afvaardigingen van instellingen en de Inspectie met elkaar in gesprek zijn gegaan over taalbeleid in de praktijk. Ook gaat de VSNU en VH binnenkort een bijeenkomst organiseren voor hun achterban over taalbeleid, zo laat de minister aan de SP weten.

Frans van Heest : 

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK