“Fundamenteel onderzoek is niet alleen nieuwsgierigheid”

Interview | door Sicco de Knecht
24 januari 2020 | Filosoof Hans Radder pleit voor een brede opvatting van valorisatie. “Natuurlijk moeten we aandacht hebben voor de maatschappelijke relevantie van onderzoek, maar dan wel met het oog op publieke waarden.”
De Presidio Modelo gevangenis in Cuba – Foto: Frima

Hij studeerde natuurkunde en filosofie en tot voor kort was Hans Radder (1949) hoogleraar filosofie van wetenschap en technologie aan de Vrije Universiteit. In zijn werkende leven boog hij zich geregeld over de vraag hoe de universiteit eruit moet zien, en hoe deze zich verhoudt tot de samenleving in veranderende tijden.

Nu, in zijn emeritaat, heeft hij eindelijk de tijd gehad om zijn oeuvre samen te vatten in een laatste werk: ‘From commodification to the common good: Reconstructing science, technology, and society’. Het boek behandelt een breed aantal filosofische en maatschappelijke onderwerpen. Maar het gaat ook geregeld in op Nederlandse debatten over wetenschap en technologie, zoals open access en de Nederlandse Wetenschapsagenda.

Hij noemt het zelf een constructief boek. “Ik schets de problemen, maar wil ook uitleggen wat we eraan kunnen doen.” Radder ziet dat de universiteit, net als veel andere publieke instellingen, sinds de jaren ’90 steeds meer op een bedrijf is gaan lijken en dat het te gelde maken van onderzoek een steeds grotere rol is gaan spelen. “Valorisatie is een wettelijk verplichte taak geworden van wetenschappers en we weten eigenlijk helemaal niet goed hoe daarmee om te gaan.”

Wie is er nu tegen wetenschappelijke integriteit?

Radder beschrijven als een pietje precies is ook volgens hemzelf redelijk accuraat. “Je kunt niet altijd volstaan met een snel voorbeeld. Als je een eigen visie neerlegt, en dat is wat ik doe in dit boek, dan moet je deze theoretisch maar ook praktisch uit kunnen leggen. Je hebt hele groepen filosofen die alleen maar op abstract niveau blijven redeneren. Die zeggen: dat is de empirische kant, dus daar gaan wij niet over. Dat is niet hoe ik erin wil staan.”

Het Nederlandse kennisbeleid is een geliefd studieobject van Radder. Met grote zorgvuldigheid toetst hij de idealen die worden geuit over de academie aan de dagelijkse praktijk. “Neem wetenschappelijke integriteit, wie is daar nu op tegen? Totdat je de principes die daarachter schuilgaan legt naast de manier waarop we onderzoekers beoordelen en beurzen toekennen.”

Hans Radder

Het valt hem op dat de manier waarop kennisinstellingen momenteel worden geacht te opereren in het licht van valorisatie bepaald niet strookt met normen voor de moderne wetenschap. “De in Nederland geldende gedragscode wetenschappelijke integriteit is sterk geënt op Mertoniaanse normen, waaronder die van gemeenschappelijkheid en belangeloosheid. Maar die zijn niet te rijmen met de nadruk op het privatiseren van wetenschappelijke kennis.”

Tegenstrijdigheden in waarden

Radder kijkt in zijn boek uitgebreid naar onder andere het patentrecht in relatie tot de publieke waarden van de universiteit. “Bij het verstrekken van een patent geef je de eigenaar het monopolie dit te gelde te maken. Het patenteren van publiek betaalde wetenschap is dan ook direct in strijd met de ethische codes die de KNAW, NWO en VSNU zelf hanteren.”

Conflicten rond intellectueel eigendom en wetenschappelijk onderzoek halen met enige regelmaat het nieuws, maar tot nu toe lijken ze niet aan te zetten tot een herbezinning op de gangbare praktijk. “Men wil de structurele rol van commercie in de academie niet publiekelijk bespreken. Die tegenstrijdigheid tussen de waarden waar we zeggen voor te staan en de praktijk van het onderzoeksysteem is iets waar men weigert naar te kijken.”

NWO huilt krokodillentranen om open access

Dichter bij huis is het volgens Radder al problematisch dat het verkrijgen van een onderzoeksbeurs inmiddels praktisch voorwaardelijk is geworden voor het voorzien in het eigen levensonderhoud van onderzoekers. “Dat is een vorm van doorgeschoten concurrentie. En die kan heel direct zijn. De wetenschap draait op samenwerken, maar wat nu als je door te helpen bij het schrijven van een artikel je collega een voorsprong geeft ten opzichte van jezelf?”

"Het wetenschapsbeleid creëert zelf prikkels om tegen de gedragscode integriteit in te gaan."

Wetenschappers wijzen op hun individuele verantwoordelijkheid is niet slecht, maar het is volgens Radder niet het hele verhaal. “Wat bij het schrijven van de gedragscode totaal genegeerd lijkt te zijn, is dat er een structurele kant aan het verhaal zit. Het wetenschapsbeleid creëert zelf prikkels om tegen die code in te gaan. Onderzoekers opereren binnen een structuur waar ze niet individueel verantwoording voor kunnen nemen.”

NWA heeft belofte niet waargemaakt

De Nederlandse Wetenschapsagenda (NWA) is volgens Radder een schatkamer aan voorbeelden waar het verschil tussen intentie en praktijk duidelijk wordt. “Er is veel misgegaan in de uitvoering van de NWA. Het idee was dat de wetenschap hier breder van zou worden en er meer democratie zou worden toegelaten, maar dat is absoluut niet gebeurd.”

Op de vraag of het idee achter de operatie niet belangrijker is dan de precieze uitkomst reageert hij resoluut. “Je kunt niet zeggen dat als het algemene idee maar deugt, je daarna kunt doen wat je wilt”. De vragen uit de NWA zijn dan wel breed uitgezet over een scala van alle wetenschappen, van toegepast tot fundamenteel. “Maar als je vervolgens een studie maakt van de zeventien projecten die tot nu toe zijn toegekend, dan moet je vaststellen dat er absoluut niets is overgebleven van dat brede scala.”

"Het idee was dat de Nationale WetenschapsAgenda de wetenschap breder zou maken en er meer democratie zou toelaten, maar dat is absoluut niet gebeurd.”

De menswetenschappen komen er volgens Radder – maar ook in analyse van anderen – uiterst bekaaid vanaf, net als het aantal fundamenteel wetenschappelijke vakgebieden. Is er geen ruimte meer voor nieuwsgierigheid gedreven onderzoek? “Ik verzet me tegen het idee dat fundamentele wetenschap alleen maar om individuele nieuwsgierigheid draait. Naast toegepaste wetenschap is ook fundamentele wetenschap van groot maatschappelijk belang. Wat betreft maatschappelijke relevantie suggereert het spreken over fundamenteel en toegepast een tegenstelling die er niet is.”

Technologie vereist discipline

De notie dat (nieuwe) technologie, in de breedste zin van het woord, ‘neutraal’, zou zijn is volgens Radder onhoudbaar. Technologie kan immers niet werken als mensen niet meewerken of tegenwerken. “Als technologie moet werken, dan moeten mensen specifieke dingen doen én laten. De normativiteit zit dus al ingebakken.” De meest kernachtige wijze om dit voelbaar te maken is door te stellen dat technologie een bepaalde mate van discipline vereist. “Het is de toewijding die je vraagt om een techniek te laten werken, als persoon en als maatschappij.”

Radder noemt kernenergie als een voorbeeld hiervan. “Het afvalprobleem van kernenergie is onoplosbaar. Het veronderstelt dat we 10.000 jaar in de toekomst kunnen kijken, niet alleen die van de natuur, maar ook die van de cultuur. Je zou moeten kunnen zeggen: over 10.000 jaar zullen er mensen leven die zo gedisciplineerd zijn dat ze om kunnen gaan met dat afval. Dat is een idiote toekomstvoorspelling – wie dat zegt is niet goed bij zijn hoofd.” Toch is het wel een impliciete aanname bij het huidige gebruik van kernenergie.

In zijn boek haalt hij verschillende interviews met kernwetenschappers aan die stellen dat de kans op een incident zoals in Tsjernobyl of Fukushima ‘nul’ zou zijn. “De stelligheid waarmee dit gesteld wordt vind ik stuitend. En als dan de vraag wordt gesteld: wat nu als er een terroristische aanslag komt op zo’n installatie? Dan zeggen ze dat dat probleem niet hun vak is. Maar dat hoort het wel te zijn, zeker als ze een verantwoorde claim willen maken. Als je die vraag niet kunt beantwoorden, dan kun je dus ook niet met stelligheid stellen dat het veilig is.”

Wat heet een maatschappelijke bijdrage?

Terugkomend op de vraag welke maatschappelijke bijdrage Radder van universiteiten verwacht, verwijst hij naar de recente oproep van het Rathenau Instituut. Bij de opening van het academisch jaar maande de directeur van dit instituut de universiteiten zich meer te richten op het algemeen belang. “Wat dat maatschappelijke belang dan is, dat vergt nog wel enige precisering…”

“Je kunt kiezen voor het extreme idee van de totaal autonome wetenschap – waarbij het publiek niets te maken heeft met wat de academie doet. Momenteel zitten we aan de andere kant van het spectrum, en dat is dat er heel erg gekeken wordt naar ‘target groups’ voor wie onderzoek van belang kan zijn.”

Deze aanpak met specifieke doelgroepen, die volgen hem sterk is ingegeven door het denken in de medische wetenschappen, volstaat absoluut niet. Het algemeen belang is immers geen verzameling van deelbelangen. “Mijn insteek is om tussen de twee extremen in te gaan zitten: wél aandacht voor maatschappelijk relevante groepen, maar ook met oog voor algemene publieke waarden.”

Die publieke waarden kunnen ook gediend worden met (denk)werk dat niet direct een doelgroep of een toepassing heeft. “De voorbeelden daarvan zijn talloos. Het werk van Jürgen Habermas speelt een cruciale rol in het denken over democratie en samenleven. Hannah Arendt heeft met haar ‘banaliteit van het kwaad’ geen doelgroep op het oog, maar een doel. Ook zo’n doel moet volstaan als maatschappelijke legitimering voor wetenschappelijk onderzoek.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK