Steeds meer studenten ervaren discriminatie in het onderwijs

Nieuws | de redactie
2 april 2020 | Meer en meer studenten zeggen te maken te hebben met discriminatie. Soms leidt dit ertoe dat ze stoppen met hun opleiding, meldt het Sociaal Cultureel Planbureau.

Uit het rapport ‘Ervaren discriminatie in Nederland’ van het SCP blijkt dat een vijfde van de scholieren en studenten in de afgelopen twaalf maanden discriminatie in het onderwijs  heeft ervaren en nog eens acht procent twijfelde of een voorval discriminatie was. Twee à drie procent van de studenten en scholieren in Nederland geeft aan gestopt te zijn met hun opleiding als gevolg van discriminatie. Hetzelfde aandeel zegt om deze reden een opleiding onder hun niveau te volgen. Hierin zit geen verschil tussen jongens en meisjes. Van beide groepen gaat dus potentieel evenveel talent verloren, zegt het SCP.

Stijging relatief groot onder autochtone studenten

De mate van ervaren discriminatie in het onderwijs was in 2018 het hoogst in vergelijking met andere maatschappelijke terreinen, zoals werk en overheidsinstanties. In vergelijking met 2013 is er sprake van een stijging van de mate van ervaren discriminatie.

Ook onder lhb-scholieren en -studenten is de ervaren discriminatie fors toegenomen tussen 2013 en 2018. Waar deze stijging mee verband houdt is niet duidelijk. Ervaren discriminatie in het onderwijs gaat relatief vaak over ernstige vormen: naast negatieve bejegening is naar verhouding vaak sprake van bedreiging en geweld, en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Gestopt met de opleiding door discriminatie

Discriminatie in het onderwijs wordt vaak ervaren op grond van etnische achtergrond en in vergelijking met andere terreinen ook relatief vaak op grond van seksuele oriëntatie. In lijn hiermee zijn het met name scholieren en studenten met een migratieachtergrond en lhb-scholieren en -studenten die hoge ervaringscijfers rapporteren.

Onder lhb-studenten en -scholieren ligt het aandeel dat stopt met hun opleiding beduidend hoger dan over het geheel beschouwd. Acht procent van deze groep is als gevolg van discriminatie gestopt met hun opleiding. Ook dit aandeel geeft de kwetsbare positie van lhb’ers in het onderwijs aan. Meer dan de helft van de lhb-leerlingen (54 procent) heeft zich gediscrimineerd gevoeld in het onderwijs, twee keer zo vaak als heteroseksuele leerlingen (28 procent).

Drie op de tien studenten en scholieren vermoeden discriminatie te hebben ervaren bij het volgen van onderwijs in 2018. Tweeëntwintig procent van de onderwijsvolgers zegt dit zonder twijfel te hebben meegemaakt. Discriminatie wordt op alle opleidingsniveaus en in alle onderwijsfasen in vergelijkbare mate ervaren.

Vrouwen vaker dan mannen

Vrouwelijke studenten zeggen vaker discriminatie te ervaren in het onderwijs dan mannen. Dat geldt ook voor leerlingen met een beperking ten opzichte van leerlingen zonder beperking. Meer dan de helft van de Turks-, Marokkaans-, Surinaams- en Antilliaans-Nederlandse studenten en scholieren heeft naar eigen zeggen een ervaring met discriminatie in het onderwijs.

Eén op de vijf studenten en scholieren zegt in 2018 uitgescholden of gepest te zijn in het onderwijs, maar niet al deze situaties zijn als discriminatie beoordeeld. Volgens iets meer dan de helft van de leerlingen die te maken hadden met schelden of pesten was er daarbij sprake van discriminatie. Per saldo gaat het om twaalf procent van de leerlingen en studenten die in 2018 het schelden of pesten als discriminatie hebben ervaren (inclusief twijfel).

Meisjes met beperking lopen extra risico

Eén op de acht leerlingen of studenten ervaart discriminatie vanwege een onvriendelijke behandeling door een docent of begeleider. Een juist overdreven vriendelijke behandeling kan ook worden beleefd als discriminatie. Dit rapporteert zeven procent van de scholieren en studenten. Vijf procent van de leerlingen zegt te zijn gediscrimineerd, doordat ze seksueel zijn lastiggevallen. Gekeken naar jongens en meisjes met en zonder beperking zitten de grootste verschillen vooral in het geslacht, maar meisjes met een beperking lijken extra risico te lopen.

Van de stagezoekenden heeft één op de tien het vermoeden te zijn gediscrimineerd, doordat het moeilijk was om een stageplek te vinden. Meisjes ervaren dit bijna twee keer zo vaak als jongens. Onder Marokkaans-Nederlandse studenten wordt stagediscriminatie het meest ervaren (44 procent). Met de kanttekening dat het om kleine aantallen gaat uit het onderzoek, valt op dat met name onder universitair studenten stagediscriminatie wordt ervaren: 23 procent, tegenover acht procent bij studenten mbo-2/3 en zeven procent bij hbo-studenten.

Aanpakken stagediscriminatie vooral gericht op mbo

Een verklaring hiervoor is mogelijk dat bij het mbo en hbo een stage vaker vast onderdeel van het curriculum is en er daardoor meer vaste stageplekken worden aangeboden, terwijl een stage zoeken voor het wetenschappelijk onderwijs wellicht meer lijkt op een reguliere arbeidsmarktsollicitatieprocedure. De huidige kabinetsaanpak erkent stagediscriminatie als probleem, maar deze aanpak richt zich alleen op het mbo.

Deze discriminatie blijkt niet zonder gevolgen te zijn. Studenten en scholieren die aangeven discriminatie (vermoeden) te hebben ervaren in het onderwijs, zijn gevraagd welke gevolgen dit voor hen had. Maar liefst negen procent geeft aan dat ze als gevolg van discriminatie een opleiding onder hun niveau volgen. Een groep van vergelijkbare grootte zegt wegens het ervaren van discriminatie gestopt te zijn met de opleiding. Van alle studenten en scholieren (dus ook degenen zonder discriminatie- ervaring meegeteld) gaat het om bijna drie procent.

Stimulerende belediging

Een effect van discriminatie in het onderwijs is dat er meer verbondenheid lijkt te ontstaan tussen mensen met dezelfde achtergrond. Bijna de helft van de respondenten zegt dat hier ‘heel vaak’ sprake van is. Ook zegt 67 procent van de respondenten dat discriminatie soms als een stimulerende belediging heeft gewerkt en er voor gezorgd heeft dat zij een sterker persoon zijn geworden.

Ongeveer één op de zes studenten en scholieren maakt melding van (mogelijke) discriminatie in het onderwijs. Melden doen ze nagenoeg alleen binnen de onderwijsinstelling zelf. Bijvoorbeeld bij de directie, een vertrouwenspersoon, een mentor of docent. Het overgrote deel (83 procent) van de scholieren en studenten met een discriminatie-ervaring in het onderwijs heeft deze helemaal nergens gemeld. Veel discriminatie-ervaringen in het onderwijs blijven dus buiten beeld.

Resumerend zegt het SCP dat vanaf 25 jaar één op de twintig studenten stopt met de opleiding vanwege discriminatie. Dat is onwenselijk, vindt het SCP, zeker tegen de achtergrond van wat wel de diplomademocratie wordt genoemd en het streven naar een leven lang leren om zo duurzaam inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK