Holocaustonderwijs richt zich te veel op burgerschap en te weinig op feiten

Nieuws | door Katie Digan
4 mei 2021 | Het geschiedenisonderwijs in het Nederlands voortgezet onderwijs en mbo is te vaak gefocust op leren van de Holocaust in plaats van leren over de Holocaust. Dat vertelde HAN-onderzoeker en docent Marc van Berkel in een lezing aan de vooravond van de Dodenherdenking.

Van Berkel gaf, op uitnodiging van het CIDI, een digitale lezing over het historisch besef van jongeren en het onderwijs over de Holocaust. Dat dit historisch besef in het algemeen nogal eens ontbreekt werd afgelopen weken weer duidelijk, vertelde hij. Zo publiceerde de Volkskrant een spotprent van Maurice de Hond met kenmerken van antisemitische Nazi-propaganda, en vergeleek Forum voor Democratie in een post op sociale media de Duitse bezetting met de restricties vanwege coronamaatregelen.

“Velen zullen menen dat dit gebrek aan historisch besef te wijten is aan het geschiedenisonderwijs”, stelde Van Berkel. “Ze vragen zich misschien af of het onderwijs wel genoeg doet om jongeren te informeren over de feiten over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Mensen zijn vaak in de veronderstelling dat leerlingen vroeger meer over deze onderwerpen wisten en leerden.”

Meld u hier aan voor de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

Een belangrijk verschil tussen vorige generaties jongeren en de huidige generatie is echter dat de kennis over de Holocaust anders wordt doorgegeven. Waar vorige generaties nog via familieverhalen of van overlevenden van de Holocaust over de oorlog leerden, moeten jongeren die kennis nu via een cultureel geheugen opdoen: via onderwijs, musea, films en andere media.

Veranderend geschiedenisonderwijs

Het geschiedenisonderwijs is bovendien veranderd, legde Van Berkel uit. Vóór de jaren ‘60 was dit onderwijs vooral gericht op het overbrengen van grote hoeveelheden feitenkennis. Onderwijzers hoopten dat het historisch besef daar vanzelf op zou volgen. Het huidige geschiedenisonderwijs is daarentegen meer gericht op het aanleren van historisch denken en redeneren, vertelt de onderzoeker van de HAN. Leerlingen worden geacht vaardigheden te ontwikkelen waarmee ze het verleden kunnen interpreteren en daarover weloverwogen oordelen kunnen vellen.

Bovendien is geschiedenis vanaf de derde klas van de middelbare school tegenwoordig een keuzevak, voegde de historicus daaraan toe. Lang niet alle leerlingen hebben na hun 15e levensjaar nog geschiedenisles op school. In 2017 deed slechts acht procent van de vo-leerlingen in het eindexamen in geschiedenis. Daarin verschilt Nederland van veel andere Europese landen. Daarbij komt nog dat het geschiedeniscurriculum overvol is en er in het huidige geschiedenisonderwijs weinig ruimte voor verdieping is, aldus Van Berkel.

Wat weten jongeren wél?

Van Berkel onderzocht wat Nederlandse jongeren dan wél weten over de Holocaust. In 2018 interviewde hij 1500 leerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo. Daaruit bleek dat jongeren weten meer over de Holocaust dan over de militaire geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, dat jongens hierover meer weten dan meisjes, en dat oudere leerlingen hierover meer weten dan jongere leerlingen. Voorts bleek slechts een minderheid te weten wat begrippen als ‘collaboratie’ en ‘genocide’ inhouden.

Vergeleken met andere historische thema’s zoals de Verlichting hebben leerlingen relatief veel kennis over de Holocaust, merkte Van Berkel. De belangstelling van jongeren voor de Holocaust is bovendien groot, aangezien 56 procent van de ondervraagde leerlingen aangaf meer te willen weten over de Holocaust. Daarnaast geven docenten aan dat leerlingen reeds in de eerste klas vragen naar informatie over de Tweede Wereldoorlog.

Deze belangstelling leidt echter niet tot meer historisch besef, waarschuwde Van Berkel. Een reden hiervoor is dat docenten de Holocaust nu behandelen vanuit het doel van burgerschapsvorming, vertelde hij. De historische context is daarbij minder belangrijk dan de lessen die uit de geschiedenis te leren zijn. “Dat is enigszins problematisch”, aldus de onderzoeker, want “een betekenisvolle beschouwing op mensenrechten, de rechtsstaat en empathie is alleen mogelijk wanneer de specifieke historische omstandigheden die leidden tot de opkomst en ondergang van de nazi’s, of tot hun rassenpolitiek, en de geschiedenis van het Europese antisemitisme goed worden begrepen.”

Fictie in de klas

Films, sociale media en videospellen kunnen het historisch besef vergroten, meent Van Berkel, en zijn inmiddels niet meer weg te denken in het onderwijs. Jongeren groeien op in een dynamische beeldcultuur, en aantrekkelijk vormgegeven beelden kunnen motivatieverhogend werken en plezier in leren vergroten. Ze maken geschiedenis bovendien beter toegankelijk voor minder talige leerlingen en kunnen een aanleiding zijn voor interactie en discussie. Maar, waarschuwde Van Berkel, deze manier van kennisoverdracht gaat vaak ten koste van de historische authenticiteit en feitelijkheid.

Gebruik van fictie in het onderwijs kan effectief zijn, vervolgde de historicus, maar alleen wanneer het aangeboden wordt in de context van historische feiten, niet als vervanging van deze feiten. Als voorbeeld gaf hij de film en het boek The Boy in the Striped Pyjamas. Het verhaal is populair onder jongeren, maar had in werkelijkheid nooit kunnen plaatsvinden. Bovendien weekt fictie de gebeurtenis vaak los van de historische context, vervolgde Van Berkel. Het universele karakter en de symbolische waarde van het verhaal wordt erin benadrukt, waardoor leerlingen niet zozeer leren óver de Holocaust, maar vooral leren ván de Holocaust.

Het gebruik van dergelijke films in de klas kan niet alleen leiden tot een vertekend beeld van de geschiedenis, vervolgde de historicus, er ligt een ander gevaar op de loer. Wanneer een leerling denkt dat een verhaal waargebeurd is en zij komt erachter dat dit niet het geval blijkt te zijn, kan de leerling ook met ongeloof naar andere verhalen over de Holocaust kijken. In Engeland, vertelde Van Berkel, wordt het gebruik van The Boy in the Striped Pyjamas in het onderwijs daarom zelfs afgeraden.

Scholing voor docenten

In een tijd waarin waarheid een betwist concept wordt en ontkenning en bagatellisering van de Holocaust op de loer ligt, hebben docenten een extra verantwoordelijkheid om hun leerlingen gedegen te onderwijzen over de feiten van de Holocaust, aldus van Berkel. Maar, zo vervolgde hij, de helft van de docenten die hij sprak voor zijn onderzoek ervaart een gebrek aan kennis over de geschiedenis van het antisemitisme, het nationaalsocialisme en de specifieke omstandigheden waarbinnen de holocaust heeft kunnen plaatsvinden.

Driekwart van de docenten wil bovendien meer pedagogisch-didactische training om geschiedenisles te geven in relatie tot hedendaags antisemitisme en politieke spanningen in Midden-Oosten nepnieuws en mediawijsheid. Wanneer het historisch besef van jongeren moet worden vergroot via het onderwijs vraagt dat dus ook om verdere scholing van docenten, aldus Van Berkel.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK