Onderwijs moet veiliger omgaan met persoonsgegevens

Nieuws | de redactie
15 november 2021 | De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vindt dat de demissionair minister van OCW te laks is in de strijd om digitale veiligheid in het onderwijs. Zowel individueel als collectief moet het onderwijs daaraan namelijk meer aandacht besteden, vindt de AP. De privacywaakhond roept Kamerleden daarom op de minister aan te zetten tot duidelijkheid en daadkracht.
Beeld: TheDigitalWay via Pixabay

Hoewel de digitalisering in de maatschappij en in het hoger onderwijs veel kansen met zich meebrengt, zorgt het ook voor nieuwe uitdagingen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) schrijft in een paper dat de recente grote datalekken in de sector reden zijn om meer aandacht te besteden aan digitale veiligheid. Onderwijsinstellingen hebben steeds meer data ter beschikking over leerlingen of studenten; als die in verkeerde handen komen, kan dat zorgen voor schadelijke gevolgen voor kinderen en jongeren.



Instellingen delen steeds vaker gegevens met andere instellingen, schrijft de AP. Dit gebeurt vaak als onderdeel van een samenwerking, maar in samenwerkingsverbanden kunnen ook private partijen meedoen. In die gevallen zouden instellingen niet meer data moeten delen dan strikt noodzakelijk is. Voor ouders van leerlingen of voor studenten zelf is het daarnaast belangrijk om te weten wie allemaal aan de haal gaan met hun gegevens, dus dit moet overzichtelijk blijven.

Een andere oorzaak voor problemen ligt in het feit dat digitale leermiddelen veelal verzorgd worden door grote leveranciers. Deze leveranciers hebben vaak bepaalde macht vanwege hun omvang, wat er mede toe leidt dat ze niet altijd transparant zijn en daartoe ook moeilijk te dwingen zijn. Zeker voor kleine onderwijsinstellingen is het lastig om waarborging van privacy af te dwingen bij deze leveranciers.

Meer kennis en samenwerking om privacy te waarborgen

De AP concludeerde uit gesprekken met sectorraden dat scholen op de hoogte zijn van deze uitdagingen en hiermee aan de slag zijn gegaan. Zo staat privacy hoog op elke agenda van sectorraden, die proberen het onder de aandacht te brengen bij schoolbesturen. Niet elke school heeft echter voldoende kennis, budget of capaciteit om hier prioriteit aan te geven. Toch is over het algemeen wel verbetering te zien op dit vlak; beleid wordt opgezet, de praktijk wordt geëvalueerd en uitkomsten worden in netwerken besproken.

De AP doet aan de hand hiervan een aantal aanbevelingen die zijn gericht op twee pijlers, namelijk het op orde brengen van de basis en het versterken van de positie van het onderwijs in de digitale wereld. Als basismaatregel wordt gemikt op het verhogen van kennis over privacy bij studenten, docenten en medewerkers. Zo kunnen ze zelf betere inschattingen maken met betrekking tot de digitale veiligheid van hun handelen. Ook moet beleid hierop constant geëvalueerd worden, zodat het actueel is en blijft. Een functionaris gegevensbescherming, waarvan onderwijsinstellingen verplicht zijn die in dienst te hebben, moet controleren of de hoger onderwijsinstelling ook de regelgeving naleven.

Ook extern moeten de problemen met digitale veiligheid worden aangepakt om de positie van het onderwijs te versterken, schrijft de AP. Als het onderwijs gezamenlijk optrekt tegen de leveranciers, hebben ze al een betere onderhandelingspositie om te eisen dat privacy gewaarborgd wordt in de te leveren producten. Op dezelfde manier kunnen ook andere risico’s makkelijker opgespoord en aangepakt worden als instellingen elkaar op de hoogte houden. Koepel- en samenwerkingsorganisaties kunnen hieraan bijdragen, net als andere onderlinge netwerken die hieruit ontstaan.

Overheid op het matje geroepen

Echter, ook de overheid is hard nodig in een faciliterende rol. Niet iedere onderwijsinstelling blijkt namelijk over de benodigde kennis of middelen te beschikken om de privacyrisico’s van digitale middelen te verminderen. Eerder advies van de AP aan de ministers van BVOM en OCW leverde onbevredigende antwoorden op, schrijft de AP. Zo was uit een brief van de beide ministers niet duidelijk welke partij de regie op dit vraagstuk zou pakken. Vandaar dat dit paper specifiek gericht is op de vaste Kamercommissie van onderwijs, cultuur en wetenschap.

De AP roept de commissie op om aan de ministers te vragen overzichtelijk te maken “waar de overheid een faciliterende en aanjagende rol oppakt.” Daarnaast hoopt de AP dat de ministers door de commissie opgeroepen worden om “concreet invulling te geven aan de aanvullende coördinerende en ondersteunende maatregelen die vanuit de overheid nodig zijn om de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen en studenten in het digitaliserende onderwijs te borgen.”


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK