Vertrouwen op onderwijsprofessionals in plaats van centraal beleid

Nieuws | de redactie
3 november 2021 | Het succes van de Limburgse hybride leeromgeving Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) laat zien wat er mogelijk is wanneer onderwijsprofessionals en professionals uit het bedrijfsleven het roer in handen krijgen en geen last hebben van de bemoeienis van beleidsbepalers. Dat schrijven onderzoekers van Zuyd Hogeschool. Tegelijkertijd brengt een ongestuurde ontwikkeling een afhankelijkheid van toevalligheden en risico's op ongewenste ontwikkelingen met zich mee.
Een luchtfoto van de Chemelot campus in Limburg. Beeld: NED2011 via Wikimedia Commons.

Onderzoekers van Zuyd Hogeschool hebben geprobeerd om het ontstaan van industrieterrein en campus Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL) in kaart te brengen. CHILL is buitengewoon succesvol gebleken in het huisvesten van samenwerkingen tussen onderwijsinstellingen en bedrijven. Dat succes lijkt echter op toeval te berusten, blijkt uit het onderzoeksrapport. Wat in 2004 begon als een universitair laboratorium dat uit financieel oogmerk gedeeld werd met bedrijven, is organisch en ongestuurd uitgegroeid tot een hybride leeromgeving van universiteiten, bedrijven en regionale overheid.

CHILL vraagt iets anders van studenten en docenten

In CHILL wordt gewerkt met zogenaamde Communities for Development. Hierin werken twee of drie hbo-studenten samen met een docent die de rol van coach opneemt, een expert van een bedrijf en labmedewerkers aan een opdracht of project vanuit het bedrijfsleven. Deze projecten draaien rond vraagstukken die daadwerkelijk leven in de praktijk. De studenten worden niet beoordeeld door hun docentcoach, maar door een andere docent. Hierdoor kan de docentcoach ten opzichte van de studenten een gelijkwaardige rol aannemen.

Voor zowel studenten als docenten is CHILL dan ook een zeer impactvolle omgeving, schrijven de onderzoekers. De geïnterviewden geven aan dat studenten hier een omgeving treffen waarin ze aan de slag kunnen gaan met problemen en vraagstukken waar ze aan moeten werken totdat er een oplossing is. Hiermee wordt samenwerking gestimuleerd en leren de studenten dat hun inbreng van waarde is. Verder biedt deze nieuwe situatie voor docenten ook de nieuwe rol als coach in het leerproces in plaats van de rol als alwetende verteller, schrijven de onderzoekers.

CHILL is een zelfregulerend systeem

Voor dit onderzoek zijn 21 mensen geïnterviewd die allemaal een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van CHILL, beginnend bij een van de oprichters. Een analyse van alle interviews leidde niet tot een eenduidige opvatting over het ontstaan van CHILL. De onderzoekers kwamen daarom uit op een rizomatisch schema, een schema waarin gebeurtenissen dwars door elkaar lopen zonder begin of eind. De naam hiervan is afgeleid van plantenwortels – rizomen – die op eenzelfde manier een ondergronds netwerk vormen. Met zo’n model worden bij elkaar horende gebeurtenissen aan elkaar gekoppeld zonder dat er daarmee een duidelijke deterministische historie ontstaat.



Met dit schema konden de onderzoekers dus niet onderzoeken welke mechanismen geleid hebben tot het ontstaan van de succesvolle hybride leeromgeving die CHILL nu is. Het ontstaan van CHILL wordt juist gezien als een reeks van toevallige gebeurtenissen. Tijdens de interviews kwam dan ook regelmatig terug dat het eigenlijk een wonder is dat CHILL zo goed gelukt is.

Elk moment had een partij namelijk eruit kunnen stappen, waarna alles in elkaar zou kunnen storten, geven de ondervraagde betrokkenen aan. Dat loopt uiteen van onvermogen om aan een huurprijs te kunnen voldoen tot het terugtrekken van de provincie Limburg als subsidieverstrekker. Daarnaast zijn er sinds 2004 nogal wat wisselingen in de besturen van partners geweest. CHILL heeft dit echter allemaal overleefd.

CHILL werd eigenlijk per ongeluk een hybride leeromgeving

Toch kunnen uit deze reeksen aan toevalligheden lessen worden ontleed, menen de onderzoekers. De rizomatische aanpak geeft de dynamiek weer tussen gebeurtenissen die elkaar onverwachts beïnvloeden. Zo geeft het uiteindelijke schema weer dat CHILL een zichzelf-organiserend fenomeen is, waarbij continu gereageerd en gereflecteerd wordt. Dit geeft volgens de onderzoekers aanleiding om te vertrouwen op professionals die betrokken zijn bij de totstandkoming van een dergelijke omgeving – professionals die onderling op elkaar reageren in plaats van simpelweg een model uit te voeren dat van bovenaf wordt bepaald.

Deze les zegt eigenlijk veel over de status van CHILL als een hybride leeromgeving. Volgens de onderzoekers voldoet de campus aan het grootste gedeelte van de vastgestelde kenmerken van een hybride leeromgeving, maar was dit nooit de opzet. Ze wijzen erop dat dit een belangrijke uitkomst is; dat CHILL op deze manier ontwikkeld is, geeft aan dat er onbewust toch al de behoefte was aan zo’n omgeving, zonder dat daarop gestuurd moest worden door beleidsmakers.

CHILL is dus op een natuurlijke wijze ontwikkeld naar iets wat in Nederland tegelijkertijd aan populariteit won. Waar andere onderzoekers in het vorige decennium nog niet zeker wisten hoe een hybride omgeving het beste ontwikkeld kon worden, is dit bij CHILL per ongeluk gelukt. Volgens de onderzoekers laat dit zien dat de ontwikkeling van nuttige onderwijsomgevingen best aan de professionals zelf overgelaten kan worden.

Werken met wat voorhanden is

De onderzoekers beseffen wel degelijk dat CHILL een succes geworden is dankzij een gelukkige samenloop van omstandigheden, waarin de betrokkenen elke nieuwe situatie gebruikten om nieuwe oplossingen te verzinnen. Deze betrokkenen zijn directeuren, lectoren, ondernemers, studenten, bestuurders en beleidsmakers; soms tegelijk betrokken, soms elkaar afwisselend. Het is in ieder geval geen gestructureerde organisatie met duidelijke leiders. Door de onderzoekers worden de betrokkenen bricoleurs genoemd, personen die oplossingen zoeken voor situaties die plaatsvinden en daarbij de mogelijkheden gebruiken die al voorhanden zijn.

Verder ligt een bijzonderheid van CHILL in het feit dat er geen curriculum ontworpen wordt. Voor studenten past het dan wel binnen een groter curriculum, aangezien vaststaat dat ze maar een half jaar bij CHILL betrokken zullen zijn, maar wat binnen dat halfjaar gebeurt, is telkens nieuw. Dat daarbij een bijzondere onderwijskundig omstandigheid tot stand komt, beseffen de onderzoekers, maar het hoe daarvan is hen nog onduidelijk. Ze speculeren daarom dat wellicht ook in het curriculum sprake is van bricolage; het curriculum wordt aangepast aan de hand van wat voorhanden is, wat uiteindelijk leidt tot professionele autonomie, aanpassingsvermogen en flexibiliteit bij iedere betrokkene.

Stempel hybride omgeving brengt ook risico’s

Tegelijkertijd is de complexiteit van het ontstaan van CHILL en het ontbreken van een blauwdruk een zorg voor de toekomst. Het is immers niet met zekerheid te zeggen dat alles per toeval de goede kant op blijft vallen. Dat er geen duidelijke richting is betekent tevens dat een omgeving als CHILL zodanig kan worden doorontwikkeld dat het uiteindelijk een puur zakelijke omgeving wordt waar studenten geen plek meer hebben.

Dat de stempel van hybride leeromgeving wordt gegeven aan CHILL brengt volgens de onderzoekers ook gevaren met zich mee. Aan zo’n omgeving worden immers eisen gesteld door bestuurders en beleidsmakers, eisen die de betrokken professionals wellicht nu niet aan zichzelf stellen. Door te willen voldoen aan die eisen, kunnen alle unieke eigenschappen die de leeromgeving van CHILL succesvol hebben vormgegeven ook weer verdwijnen, waarschuwen de onderzoekers.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK