Kamer vreest toename van werkdruk door flexibilisering hoger onderwijs

Nieuws | de redactie
24 januari 2022 | Flexstuderen kan een uitkomst zijn voor studenten die veel verplichtingen naast hun studie hebben. Verschillende politieke partijen vrezen echter dat de werkdruk van onderwijspersoneel daardoor nóg hoger wordt, de samenhang van curricula verdwijnt en dat de financiering een strop wordt voor instellingen.
De plenaire zaal van de Tweede Kamer. Beeld: Wikimedia Commons.

Als het aan het kabinet ligt, wordt flexstuderen verankerd in de wet. Hoewel verschillende partijen in de Tweede Kamer erg enthousiast zijn, met name dankzij de positieve resultaten van een onlangs afgerond experiment, leven er nog veel onbeantwoorde vragen over dit onderwerp. Zo vraagt de VVD zich af welke studenten nu eigenlijk een voordeel halen uit flexstuderen. Zou het beter werken in opleidingen met veel of weinig contacturen, of zou daar helemaal geen verschil in zijn? Ook wordt hardop nagedacht over welke groepen studenten de meeste behoefte hebben aan flexstuderen. Zijn dit de master- en deeltijdstudenten, of zou elke student er behoefte aan hebben? De VVD wil in ieder geval iedereen de kans geven om flexibel te studeren. 

Flexstuderen als oplossing voor studievertraging 

Niet iedere student grijp echter die kans, blijkt uit het onderzoek. Zo is het D66 opgevallen dat in het genoemde experiment maar drie procent van de studenten heeft gebruikgemaakt van de optie om te flexstuderen. Bij een volledige uitrol zou daarnaast waarschijnlijk niet meer dan tien procent van de studenten hiervan gebruikmaken. Bij de D66-fractie roept dit de vraag op waarom er zo weinig animo is, zeker aangezien studenten met studievertraging, in de laatste jaren maar liefst zo’n veertig procent van de studentpopulatie, veel baat zouden hebben bij flexibeler kunnen studeren. 

Hierdoor denkt D66 dat het flexstuderen wellicht te veel op enkele doelgroepen is gericht en dat sommige andere doelgroepen daarom niet voldoende geïnformeerd zijn of worden over de mogelijkheden. Daarnaast zijn studenten bang dat universiteiten het flexstuderen zelf moeten inrichten en het dan alleen beschikbaar maken voor beperkte doelgroepen als mantelzorgers. D66 wil daarom dat de minister duidelijk maakt wat de doelgroep is voor het flexstuderen en wat universiteiten hierover zelf te zeggen hebben. 

Ook bij de ChristenUnie leven zorgen over de flexibiliteit onder juist voltijdsstudenten. Flexstuderen wordt binnen de partij gezien als uitkomst voor de groepen studenten die hun studie moeten combineren met bijvoorbeeld mantelzorg of studenten die een beperking hebben, maar de leden zien dit maatwerk ook graag aangeboden worden aan voltijdsstudenten. Ze hopen dat instellingen zich niet gaan onttrekken aan hun verantwoordelijkheid voor álle studenten. 

Werkdruk docenten wordt misschien nog hoger 

De SP is minder enthousiast dan andere partijen. Zo heerst de angst voor een nog hogere werkdruk onder docenten, decanen en studieadviseurs. Het onderliggende onderzoek is gericht op de tevredenheid van de studenten, maar met name de administratieve medewerkers zullen in de beginfase “aanzienlijke extra werkzaamheden” moeten uitvoeren.  

In het onderzoek wordt geschetst dat de extra werkdruk vooral optisch is; “dat wat extra lijkt, is veelal ondersteuning die de student sowieso nodig zou hebben gehad.” Toch zijn de leden van de SP niet compleet overtuigd dat er geen verzwaring van de werkdruk optreedt. En uiteindelijk zijn het de medewerkers van een onderwijsinstelling die verantwoordelijk zijn voor de opleiding van studenten, vindt de partij.  

Ook Volt vraagt aan de minister of de werkdruk gemonitord kan worden. Zeker wanneer flexstuderen toegankelijk wordt voor iedere student kan de grootte van een klas enorm verschillen, vreest de Europese partij. In een tijd waarin docenten en onderwijspersoneel al een hoge werkdruk ervaren, wordt dit gezien als een onwenselijke verandering, en de minister moet hiervan op de hoogte kunnen blijven.  

Het moet geen financiële strop worden 

De PvdA is blij dat flexstuderen het hoger onderwijs in hun ogen toegankelijker maakt. Juist studenten die het nodig hebben kunnen er goed gebruik van maken om alsnog een studie te volgen of het af te ronden. Toch ziet ook de arbeiderspartij dat er nadelen aan kunnen kleven; daarom vraagt de fractie de minister ervoor te zorgen dat het geen financiële strop wordt voor instellingen.  



De VVD vraagt zich af in hoeverre de uitdagingen omtrent flexstuderen voor het hbo en het wo wel gelijk zijn. Uit het experiment blijkt namelijk dat universiteiten minder kosten ondervinden voor het realiseren van flexstuderen dan hogescholen, voornamelijk doordat binnen universiteiten de benodigde automatisering van de systemen al verder is dan bij hogescholen. Hoewel uit dit onderzoek blijkt dat de kosten per student lager worden, vraagt het zeker voor hogescholen een grote initiële investering.  

Bij de ChristenUnie zijn de zorgen over de financiële kant van flexstuderen juist met name gericht op wat het betekent voor studenten. Als onderwijsinstellingen op dezelfde manier gefinancierd worden voor flexstuderen als voor het normale studeren, zouden ze wellicht geneigd zijn om te selecteren op flexstudenten. Zo niet, dan zou het hele financieringssysteem op de schop moeten, vindt de ChristenUnie, en er wordt aan de minister gevraagd of hij dit ook van plan is. 

Samenhang curriculum is ook belangrijk 

Hoewel de leden van GroenLinks blij zijn dat flexstuderen de toegankelijkheid van het onderwijs verbetert, vragen ze zich wel af of dit niet ook binnen de kaders van het huidige onderwijs kan. De voordelen van het flexstuderen zijn volgens de fractie niet duidelijk genoeg om vanwege de toegankelijkheid zo’n fundamentele verandering door te voeren. 

De groenen zien flexstuderen namelijk als een ongewenste fundamentele verandering van het onderwijs omdat een opleiding meer is dan een “optelsom van losse pakketjes aan vakken”. Ook de redenen waarom studenten het flexstuderen aangrijpen staan ter discussie. Vaak worden namelijk financiële redenen genoemd, terwijl de sociale en onderwijskundige gevolgen van flexstuderen op lange termijn niet of nauwelijks bekend zijn. Ook wordt binnen de partij betwijfeld of de relatie tussen instelling en student niet verstoord wordt doordat het flexstuderen te veel gericht is op het individu.  

Deze visie wordt gedeeld door de SP. De socialisten zien wel de meerwaarde van flexstuderen voor die beperkte groepen studenten die andere zorgen naast hun studie hebben, zoals zwangere studenten en mantelzorgers, maar voor de rest zijn binnen de SP vooral zorgen over de samenhang van curricula die door studenten zelf samengesteld worden. Komen studenten met hun eigen gekozen vakken wel aan de benodigde basiskennis, zo vraagt de fractie zich af. Tot slot waarschuwt de partij voor vermarkting van het onderwijs, waarbij vakken en docenten tegen elkaar moeten concurreren om studenten te werven. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK