Aan instroom internationale studenten kan komend studiejaar nog niets worden gedaan

Nieuws | de redactie
10 februari 2022 | Komend studiejaar zullen hoger onderwijsinstellingen nog geen extra instrumenten hebben om internationale studenten te weren, bleek tijdens een debat over internationalisering. Daar bleek dat minister Dijkgraaf met instellingen bindende afspraken wil maken over het gebruik van de instrumenten die in de nabije toekomst wel tot hun beschikking zullen staan.
Het commissieoverleg in de Groen van Prinstererzaal.

Tijdens het debat over kennisveiligheid en internationalisering zei Hatte van der Woude namens de VVD dat één kwestie volgens haar te urgent is om door te schuiven. “De instroom van internationale studenten blijft uit de hand lopen. Dit moet nu besproken worden, want ze komen er alweer aan.” 

Komend jaar geen maatregelen tegen internationale studenten

Van der Woude benadrukte dat ze een grondig voorstander van internationalisering is, maar zich ook zorgen maakt over de vormgeving daarvan wat betreft veiligheid en capaciteit. “We hebben de schuurdeuren wijd opengezet zonder vooraf te bedenken wie we willen binnenhalen. We willen briljante ingenieurs binnenhalen die met kwantummechanica kunnen werken, maar is dat ook waarop we sturen? Wat wij in Nederland doen wordt in feite bepaald door de keuzes van achttienjarigen in binnen- en buitenland, en wij laten dat gebeuren. Internationalisering is goed, mits het beheerst gebeurt en een inhoudelijk doel dient.” 

In zijn reactie had de minister, waarbij verwijzend naar de Wet taal en toegankelijkheid die instellingen meer mogelijkheden moet geven om de instroom van internationale studenten te reguleren, slecht nieuws voor Van der Woude en alle hoger onderwijsinstellingen die zich zorgen maken over deze instroom. “De maatregelen waarover we het nu hebben zullen allen wettelijk gegronde maatregelen zijn. Het slechte nieuws is dat er dus eigenlijk niets kan worden gedaan voor het aankomende studiejaar. Welke weg we ook kiezen, het nieuwe instrumentarium zal pas beschikbaar zijn voor studiejaar 2023-2024.” 

Op aandringen van Habtamu de Hoop, Kamerlid voor de PvdA, sprak Van der Woude zich ook uit over de mentale moeilijkheden voor internationale studenten die in coronatijd in Nederland studeren. “Toen ik wethouder was in Delft heb ik heel veel studenten zien vereenzamen, met name studenten die uit het buitenland kwamen”, zei ze. “Mensen denken vaak dat het rijke studenten zijn, maar vaak hebben vier families kromgelegen om die studenten hier naartoe te kunnen sturen. Als ze hier eenzaam zijn en daarom slechte cijfers halen, durven ze vaak niet eens naar huis te bellen. Daarom vind ik het nog belangrijker dat wij internationale studenten werkelijk iets te bieden hebben als we de deuren openzetten voor hen.” 

Geef instrumenten te beschermen tegen internationale studenten

De Hoop zelf weet de grote instroom van internationale studenten vooral aan prikkels in de bekostiging. “Misschien is de neiging om het marktaandeel te vergroten een gevolg van de bekostigingssystematiek. De rijksbijdrage per student is de afgelopen twintig jaar gedaald met twintig procent. Het is belangrijk om de boel weer op orde te krijgen en te investeren”, betoogde hij. Van der Woude wierp hem echter voor de voeten dat de oplossing van de PvdA, namelijk meer geld, niet de oplossing is.  

“Laten we iets aan die prikkel doen en ervoor zorgen dat universiteiten om de juiste redenen gaan werven. Daarnaast zijn de universiteiten die problemen hebben met de grote instroom allang gestopt met werven, maar die stroom blijft komen. Sommige universiteiten willen die stroom kunnen stoppen, maar ze hebben niet de benodigde instrumenten. We moeten bestuurders dus instrumenten geven waarmee ze zich kunnen beschermen als dat nodig is”, aldus de VVD’er. 

Gezellig Nederlands kletsen achter de dijken heeft geen toekomst 

De Hoop wil de gedaalde rijksbijdrage per student echter los zien van de prikkel om internationale studenten te werven en vindt dat beide punten moeten worden aangepakt. Hoewel hij vindt dat universiteiten middelen moeten krijgen om in te grijpen, schaart zijn PvdA zich niet achter de Wet taal en toegankelijkheid; volgens De Hoop haalt die te veel autonomie weg bij de hoger onderwijsinstellingen.  



“Wij hebben tegen de Wet taal en toegankelijkheid gestemd omdat die strengere eisen stelt”, lichtte hij desgevraagd toe. “Instellingen moeten dan per vak aangeven waarom het in het Engels moet worden gegeven. Veel partijen vinden dat het Engels slechts bij uitzondering de voertaal bij een vak moet zijn, maar wat mij betreft is dat achterhaald. We moeten niet doen als gezellig Nederlands kletsen achter de dijken de toekomst heeft.” 

Deze opmerking over dijken en toekomst werd weersproken door CDA-Kamerlid Harry van der Molen. “Ik heb een andere verwachting,” zei die, “ik denk dat we in Nederland tot in lengte van dagen gewoon Nederlands blijven praten met elkaar. Daarom is het van belang dat studenten die hier willen blijven de Nederlandse taal leren; dan kunnen ze integreren. Daarnaast is er nog gewoon een Nederlandstalige arbeidsmarkt. Studenten hebben echt schriftelijke vaardigheden in het Nederlands nodig om een beroep te kunnen uitoefenen.” 

De Whw is het kader van de autonomie van de instellingen 

Daarnaast wierp de CDA’er de PvdA’er voor de voeten dat hij wil dat de minister iets doet aan de instroom van internationale studenten maar tegelijkertijd meerdere maatregelen schuwt en voor Engelstalig onderwijs pleit. “Wat denkt u dat een volledige verengelsing van opleidingen doet met de instroom van internationale studenten? Wie Engelstalige opleidingen aanbiedt zonder numerus fixus, kan rekenen op een enorme stroom. U wilt die stroom indammen, maar u wilt niets doen aan het aantal opleidingen dat in het Engels wordt aangeboden. U wilt heel veel aan de instroom doen, maar als het om een maatregel gaat, bent u daarvoor niet te porren.” 

De Hoop vindt echter dat het niet aan de politiek is om te bepalen of een opleiding al dan niet in het Engels moet worden aangeboden. “Ik denk dat het aanbod van Engelstalige opleidingen ertoe leidt dat internationale studenten hierheen komen, maar de vraag naar die opleidingen is er ook bij Nederlandse studenten. Volgens mij kun je er prima voor zorgen dat je die instroom beheersbaar houdt maar wel eerlijk tegemoetkomt aan de vraag.” 

Het gaat niet om politieke bemoeizucht met de inrichting van opleidingen, het gaat om het volgen van de wet, bleef Van der Molen bij zijn punt. “U zult vanuit ons nooit een verbod zien, maar wel de vraag om keuzes in het taalbeleid van opleidingen nader te onderbouwen – bijvoorbeeld waarom het Engels als voertaal noodzakelijk is voor de vraag van de arbeidsmarkt waarop de opleiding aansluit. Instellingen zijn autonoom, maar het kader van die autonomie is de Wet op het hoger onderwijs, en daarin wordt nadrukkelijk gezegd dat het uitgangspunt voor het onderwijs het Nederlands is. Als dat in de praktijk op een aantal punten scheefgroeit, moet je als wetgever kijken wat je daaraan kunt doen.” 

We moeten internationalisering veiligstellen voor alle klachten 

In zijn eigen spreektijd spoorde Van der Molen de minister aan om op te schieten met het beantwoorden van vragen vanuit de Eerste Kamer. Daar ligt de Wet taal en toegankelijkheid, die instellingen instrumenten biedt om de instroom van internationale studenten enigszins te controleren, nu, maar de Eerste Kamer wacht eerst de antwoorden van de minister af alvorens de wet te behandelen. In zijn antwoord gaf de minister aan dat deze beantwoording niet lang op zich zal laten wachten. 

Daarnaast waarschuwde Van der Molen dat het klagen over internationalisering niet zonder daden mag blijven. “Wij kunnen niet elke keer klagen over de grote instroom van internationale studenten en dan denken dat de verengelsing van opleidingen daarmee niets te maken heeft. Als we dat punt kunnen aanpakken, naast allerlei andere regels, dan hebben we een pakketje waarmee we internationalisering kunnen veiligstellen. Als dit alleen een klaagonderwerp wordt in de Kamer en de samenleving, dan gaat men al snel met de rug naar universiteiten en hogescholen staan. Dan wil ik niet, want internationalisering brengt ook goeds – als het maar niet verwordt tot een verdienmodel.” 

Minister wil bindende afspraken over indammen internationale toestroom 

In de termijn van de minister schaarde hij zich aan de zijde van de aanwezige commissieleden. “Ik deel uw zorgen over de instroom van internationale studenten. Internationale uitwisseling heeft veel voordelen, maar het lijkt nu alsof onze instellingen koeriersfietsen zijn zonder rem.” Daarbij legde Dijkgraaf vooral nadruk op de uitgangspunten die door alle aanwezigen werden gedeeld. “De toegankelijkheid en de kwaliteit van het hoger onderwijs moet overeind blijven staan, en we moeten bewust omgaan met het gebruik van het Engels als voertaal en met de uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal. Het is ‘en-en’ in het Nederlandse systeem.” 

Dijkgraaf is dan ook van mening dat de gereedschapskist van bestuurders moet worden uitgebreid, onder andere men instrumenten die zijn opgenomen in de Wet taal en toegankelijkheid. Toch betwijfeld de minister of deze maatregelen op zich voldoende zullen zijn. “Het gebruik van een numerus fixus bij Engelstalige opleidingen is een tijdelijke rem; als die eraf is, zal de ongeremde groei doorgaan.” 

Daarom wil de minister bindende afspraken met instellingen maken over het gebruik van deze instrumenten. “We moeten de gezondheid en de autonomie van de instellingen bewaken, maar we moeten ook nadenken over het gehele kennissysteem. We moeten zoeken naar een werkwijze waarmee we ervoor zorgen dat instellingen deze instrumenten zodanig gebruiken dat ze het collectieve probleem adresseren. Ik zie niet hoe de maatregelen die er nu liggen op zichzelf voldoende zullen zijn om dit probleem te adresseren. Daar moeten aanvullende afspraken bijkomen.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK