‘Digitalisering draait om curricula, niet om apparaten’

Nieuws | de redactie
1 juni 2022 | Het hoger onderwijs bereidt studenten steeds minder goed voor op de arbeidsmarkt en richt zich nog altijd ten onrechte op jongeren. Het is daarom tijd voor een nieuw paradigma, zegt Dirk Van Damme tijdens het EPIC-congres van het Versnellingsplan. Digitalisering kan daarbij alleen worden benut als het niet als een geïsoleerde ontwikkeling wordt gezien, betoogt hij.
Beeld: Filip Naudts (CC-BY-SA 4.0)

“Digitalisering is intensief verbonden met andere ontwikkelingen; zolang die andere ontwikkelingen niet serieus worden genomen, zal digitalisering niet doorbreken”, betoogt onderwijskundige Dirk Van Damme bij EPIC, een internationaal congres van het Versnellingsplan. Van Damme memoreert dat na de komst van massive open online courses (mooc’s) in 2013 de voorspelling werd gedaan dat het hoger onderwijs binnen tien jaar volledig veranderd zou zijn. “Dat is niet gebeurd,” concludeert hij, “het is geen storm, revolutie of verstoring geworden.” 

Digitalisering, apparaten en vaardigheden 

Voordat hij uitlegt hoe digitalisering als geïsoleerde ontwikkeling moeilijk voor positieve verandering in het hoger onderwijs zal zorgen, brengt hij een stelling van twee Harvard-economen te berde. Zolang onderwijs voorloopt op technologische ontwikkelingen, is er voorspoed en groei; loopt het onderwijs achter op technologische ontwikkelingen, dan leidt dat tot armoede en werkloosheid. “Wat gebeurt er nu? Verliest het hoger onderwijs de strijd van de technologie? Of is het in staat om gelijke tred te houden en te anticiperen?” 

De afgelopen tien jaar bieden weinig hoop, is Van Damme kritisch. Na 2012 werd er eerst vanuit een technologisch optimisme geïnvesteerd in apparatuur, met weinig oog voor technologische verstoring. “Het draaide om de technologie, niet om de pedagogiek. De kwaliteit van het leren nam af door de digitale innovatie.” Zo bleek uit onderzoek in 2015 dat de leesvaardigheden van 15-jarigen afnamen naarmate er meer technologie in het klaslokaal werd gebruikt. Vanaf 2017 werd dan ook een verandering in de beleidsmatige houding ten opzichte van digitalisering zichtbaar: meer aandacht voor digitale vaardigheden en meer aandacht voor de pedagogiek achter digitale leermiddelen.  

Digitalisering treft het gehele productieproces van het hoger onderwijs 

Digitalisering behelst echter meer dan apparatuur en vaardigheden, benadrukt Van Damme. “Het gaat over een verandering van het gehele productieproces in het hoger onderwijs. Het is, mijns inziens, niet mogelijk om te digitaliseren binnen de huidige wijze van productie, binnen dit paradigma.” Dat paradigma wordt gekenmerkt door een focus op de ontwikkeling van human capital, massale toegankelijkheid, kwaliteitswaarborgen voor diplomering, sociale mobiliteit, een focus op onderwijs aan het begin van het leven en gekanaliseerd onderwijs voor vastomlijnde banen.  

“Dat paradigma werkte goed in de jaren ‘70, ‘80 en ‘90, maar werd al minder effectief na de eeuwwisseling en wordt nu steeds ineffectiever. Het paradigma lost haar beloftes niet in. We maakten het onderwijs massaal toegankelijk om kansenongelijkheid te bestrijden, maar dat is niet gebeurd. De ongelijkheid is eerder groter geworden. Ook de focus op de waarborgen van diploma’s raakt overbodig. Grote bedrijven vragen niet om diploma’s, ze vragen om vaardigheden.” 

Een diploma in het hoger onderwijs blijkt echter geen garantie voor het bezitten van bepaalde vaardigheden. Zo heeft zo’n vijf tot tien procent van de afgestudeerden in het hoger onderwijs een ondermaatse lees- en rekenvaardigheid. “Dat verlaagt de waarde van een diploma in het hoger onderwijs.” 

Studenten leren niet de vaardigheden die ze nodig hebben 

Bereiden hoger onderwijsinstellingen studenten dan nog goed voor op de arbeidsmarkt? Nee, vat Van Damme het antwoord samen, want studenten krijgen niet de vaardigheden aangeleerd waaraan bedrijven behoefte hebben.  



“Dat zouden we heel serieus moeten nemen, maar dat doen we niet. Op het gebied van leven lang leren doen Nederland en België het heel slecht; onze hoger onderwijsinstellingen trekken nog altijd bijna alleen maar jonge mensen aan. Ook wat betreft het aanleren van probleemoplossend vermogen en kritische denkvaardigheden, vaardigheden waaraan bedrijven grote waarde hechten, lopen hoger onderwijsinstellingen achter. De helft van de afgestudeerden bezit niet de vaardigheden die ze nodig hebben op de arbeidsmarkt.” 

Nieuw paradigma moet rond vaardigheden draaien 

Wat zou dan het nieuwe paradigma moeten zijn? Een paradigma dat draait om vaardigheden – daaraan twijfelt Van Damme niet. “Dat betekent niet dat kennis niet meer belangrijk is, maar het moet tot vaardigheden leiden.” Daarnaast moeten hoger onderwijsinstellingen hun studenten geen routinematige vaardigheden aanleren – iets wat nog wel gebeurt maar waaraan op de arbeidsmarkt steeds minder behoefte is. In plaats daarvan moet de aandacht uitgaan naar niet-routinematige interpersonele en analytische vaardigheden, blijkt uit onderzoek.  

“We leiden nu niet op voor het onverwachte, het onzekere, terwijl we juist dat zouden moeten doen. We leiden studenten nu niet op voor hetgeen van hen verwacht zal worden.” Daarbij hoort dat studenten minder specialistisch worden opgeleid, want ook aan specialistische vaardigheden is steeds minder behoefte. “We moeten hen daarom breder, generieker opleiden – niet minder diepgaand, maar breder.” 

Digitalisering gaat over curricula 

Een bredere opleiding vraagt daarom om veranderingen in de curricula, stelt Van Damme. “Digitalisering gaat niet over apparaten en vaardigheden; het gaat over curricula. Wat wil je studenten meegeven? Wat wil je hen aanleren? Het gaat niet om het ‘hoe’, het gaat om het ‘wat’. Welke interdisciplinaire en generieke vaardigheden hebben ze nodig?” 

Ook leven lang ontwikkelen moet een belangrijke plaats hebben in het nieuwe paradigma. Vanuit sociaaleconomisch perspectief is het moeilijk te begrijpen waarom we een hoger onderwijsbestel handhaven dat zeer ineffectief is waar het leven lang ontwikkelen betreft, aldus Van Damme. “We stoppen nu al het onderwijs in de eerste vijfentwintig jaar van iemands leven en gaan ervan uit dat het genoeg zal zijn voor de rest van het leven. Jongeren volgen echter steeds vaker andere studietrajecten. Daarnaast is er een enorme maatschappelijke behoefte aan het opfrissen en bijstellen van vaardigheden. Na tien jaar zijn de kennis en vaardigheden die bij een kwalificatie horen overbodig geraakt; dan moeten ze worden opgefrist of uitgebouwd.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK