Voortrekken vrouwen door TU/e legt verouderde wet bloot

Nieuws | door Janneke Adema
29 september 2022 | Het Europese Hof moet een nadere uitleg geven over de Europese wetgeving op het gebied van positieve discriminatie. Het College voor de Rechten van de Mens stelde dat een prejudiciële beslissing nodig is in een uitspraak over een maatregel van de TU/e, waarin de universiteit besloot om tijdelijk alleen vrouwen aan te nemen.
Beeld: daveboy (wikimedia)

In een studie naar het Irène Curie-programma van de Technische Universiteit Eindhoven stelt Tobias Nowak (Rijksuniversiteit Groningen) dat de Europese wetgeving op het gebied van positieve discriminatie is verouderd. In dat programma besloot de TU/e om tijdelijk alleen vrouwen aan te nemen teneinde de vertegenwoordiging van vrouwen aan de universiteit te verbeteren. Het College oordeelde dat de maatregel niet proportioneel was, maar wees er ook op dat de laatste uitspraken van het Europese Hof op dit gebied bijna twintig jaar oud zijn. De herziene versie van het programma is volgens het College mogelijk niet effectief genoeg. 

Ernstige ondervertegenwoordiging 

In 2019 besloot de TU/e middels het Irène Curie-programma alleen nog maar vrouwen aan te nemen voor de posities van docent tot en met hoogleraar. Het programma zou vijf jaar duren en gelden voor ongeveer 150 posities. Als er geen geschikte kandidaat werd gevonden binnen zes maanden, kon iedereen solliciteren. De extreme maatregel was volgens de instelling nodig omdat vrouwen zeer ondervertegenwoordigd zijn, terwijl de TU/e tenminste 35 procent vrouwelijke UHD’s 50 procent vrouwelijke UD’s wil hebben. 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

De universiteit kreeg veel kritiek op het programma. Radar besloot het College voor de Rechten van de Mens om een advies te vragen. Dat College had eerder uitspraken gedaan over twee programma’s van de TU Delft waarin een voorkeur aan vrouwen werd gegeven. Hier oordeelde het College positief over de maatregelen vanwege de ernst van de ondervertegenwoordiging en het feit dat het maar tien posities betrof. Hoewel een absolute voorkeur voor een gender volgend de Europese wetgeving verboden is, oordeelde het College dat het in het geval van de TU Delft toegestaan was. 

Verouderde wetgeving 

Het College oordeelde daarentegen negatief over het Irène Curie-programma. De maatregel van de TU/e zou niet proportioneel zijn omdat het gold voor alle faculteiten en een groot aantal posities betrof. Daarnaast was in het programma onvoldoende geregeld hoe gekwalificeerde mannen in aanmerking konden komen voor de posities. Er waren op dat moment 33 vrouwen en twee mannen aangenomen via het programma, waaruit het College concludeerde dat er te weinig aandacht ging naar mannelijke kandidaten.  

Het College wees er echter ook op dat de Europese wetgeving op dit gebied verouderd is. De laatste uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie over dit onderwerp zijn twintig jaaroud, waardoor een actuele interpretatie van de wetgeving mist. Nowak wijst er daarnaast op dat de aanpak van het Europese Hof de laatste tijd is verschoven van een formele aanpak – waarbij soortgelijke gevallen hetzelfde behandeld worden – naar een aanpak waarbij het Hof meer kijkt naar de context en doelstellingen. 

Te zwak voor de doelstellingen 

In een reactie op de uitspraak paste de TU/e het programma aan. De maatregel werd beperkt tot faculteiten waar het aandeel vrouwen in de betreffende positie lager dan dertig procent is. Verder zou dertig tot maximaal vijftig procent van de vacatures onder het programma vallen, afhankelijk van hoe erg de ondervertegenwoordiging is. Volgens berekeningen van de universiteit zou in 2021 nog slechts vijftien procent van de posities onder de maatregel vallen. 

Het College oordeelde in een tweede uitspraak dat het programma op deze manier wel proportioneel is, omdat een groot deel van de vacatures erbuiten valt. Om het tweede advies kracht bij te zetten verwees het College nogmaals naar de Europese en internationale wetgeving wat betreft discriminatie van vrouwen, waarin is vastgelegd dat maatregelen van positieve discriminatie niet per definitie verboden zijn. Tot slot merkte het College op dat het programma in deze vorm wellicht te zwak is om de doelstellingen van de universiteit te halen. 

Absolute voorkeur 

Nowak concludeert dat er behoefte is aan een prejudiciële beslissing, oftewel een nadere uitleg van de wetgeving op het gebied. “Het feit dat het bijna twee decennia geleden is sinds het Europese Hof een uitspraak deed over positieve discriminatie op het gebied van gendergelijkheid geeft onzekerheid over hoe de Europese Wet moet worden geïnterpreteerd.” Desondanks biedt de wetgeving mogelijkheden voor soortgelijke maatregelen, zolang er geen sprake is van een absolute voorkeur. 

Janneke Adema : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK