• A
  • A
  • VU en UvA worden een

    - De samenwerking van VU en UvA moet zeer ver gaan. Een geheim document van 120 pagina’s zegt en detail hoe ver. Dit gaat van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het benoemen van elkaars bestuurders en professoren tot één instellingsplan en gezamenlijk afgestemd onderwijs.

    De plannen zijn zo ingrijpend dat er technisch en logistiek de facto wel gesproken kan worden van een fusie. Zelfs spreken ze liever over een ‘universitair netwerk’ dat ze gezamenlijk willen opbouwen.  In het omvangrijke vertrouwelijk document hebben beide instellingen uiteengezet hoe de samenwerking er precies uit moet gaat zien. 

    De facto komt dat neer op eenparige besluitvorming op essentiële bestuurlijke zaken van beide raden van toezicht en colleges van bestuur. Zo worden beide instellingen verantwoordelijk voor de benoeming van collegeleden, decanen en ook de hoogleraren. Ondersteunende diensten en systemen zullen met elkaar geharmoniseerd en gedeeltelijk met elkaar geïntegreerd worden. Bovendien worden er gezamenlijk afspraken gemaakt over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel en het gezamenlijke opleidingsaanbod. 

    Gezamenlijk instellingsplan

    Beide instellingen verklaren zich verantwoordelijk voor de reorganisatie van diensten en faculteiten. Investeringen in huisvesting wordt een taak die de twee universiteiten gezamenlijk in een portefeuille op gaan pakken. Bij de financiën zal men onder meer subsidieaanvragen die buiten het domein van het onderzoek liggen met elkaar af gaan stemmen. Om deze vergaande integratie en afstemming op koers te houden zullen de twee Amsterdamse universiteiten samen een instellingsplan 2015-2020 schrijven. In dit document wordt structureel vastgelegd wat zij samen gaan doen en wat binnen de UvA en VU nog de meer eigen specifieke aandachtspunten blijven.

    Als het aan de CvB’s ligt wordt 1 juli de knoop doorgehakt. De collegevoorzitter van de UvA Louise Gunning heeft laten weten dat zij nog met de huidige organen van medezeggenschap, die effectief nog tot de zomervakantie bijeen kunnen komen, deze zaak wil afhandelen. Op deze manier kunnen dan de beide universiteiten in hun nieuwe opzet beslissen over de aanstaande opvolging van VU-voorzitter René Smit. Gunning liet ook weten het een erg prettig idee te vinden om mee te kunnen beslissen wie zijn opvolger wordt: “Ik moet namelijk met die persoon intensief samenwerken, dit is eveneens het geval bij de benoeming van de decanen.”

    Haastige spoed is zelden goed, denken velen binnen de medezeggenschap. Men voelt er daar weinig voor in alle haast instemming te moeten geven over zo’n verstrekkend en historisch besluit. Zo vraagt men zich binnen de medezeggenschap aan de VU af, of het niet beter zou zijn, om één bestuur aan te stellen. “Er zijn straks immers een behoorlijk aantal kapiteins op de schepen. De logische vraag is: waarom niet één college van bestuur?” vraagt men aan het huidige CvB.

    Bèta-uitstel geen afstel  

    Deze vergaande samenwerking is zeker ook opvallend, omdat VU-voorman Smit in januari 2012 nog vertelde dat hij het op termijn in elkaar schuiven tot één organisatie “zich niet kon voorstellen”. Hij benadrukte toen dat de gesprekken en plannen met de UvA om samenwerking gingen en niet om een fusie. Nu nuanceert Smit de positie die zijn bestuur inneemt. “Ik wil op voorhand niets uitsluiten,” heeft hij tegen de universiteitsraad gezegd.

    In de prestatieafspraken met OCW was al duidelijk de afspraak gemaakt om de bètafaculteiten van beide universiteiten te laten fuseren. Deze fusie is een jaar uitgesteld, ingegeven door de bestuurlijke onrust die ontstaan was op de VU, nadat de decanen het vertrouwen in de rector hadden opgezegd en deze moest opstappen. Dit naar aanleiding van de zeer zorgelijke uitkomst van de proefaudit in aanloop naar de instellingstoets van de NVAO.

    Louise Gunning onderstreept intern, dat de nu uitgewerkte vergaande eenwording noodzakelijk is om de fusie van de bèta-faculteiten mogelijk te maken. Zouden de twee universiteiten niet tot zulke ingrijpende afspraken en afstemming kunnen komen, dan zal die fusie als een soort koekoeksjong in het verkeerde nest tot een probleemgeval kunnen worden. De facilitaire zaken en benoemingen bijvoorbeeld zouden dan onder verschillende regimes gaan vallen tussen en binnen de  twee instellingen.

    Mijlpaal in onderzoek

    Beide universiteiten houden de koers op weg naar fusie in de bètahoek wel vast, zoals deze in hun plannen voor de AAA, Amsterdam Academic Alliance, was vastgelegd en ook door Van Vught en zijn RCHO was beoordeeld. Deze week kwam bijvoorbeeld naar buiten dat ze gezamenlijk gaan participeren in een hightech nieuw onderzoeksinstituut, bestuurd door FOM in samenwerking de twee instellingen.

    Paul Doop, vicevoorzitter van de UvA, gaf aan dat deze stap een wezenlijk moment inhoudt in de weg naar vergaande samenwerking. “Het nieuw Instituut is een geweldige stap in de samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en kennisintensieve bedrijven op het Science Park Amsterdam.” Ook René Smit van de VU was verheugd en noemt dit “een enorm stimulans voor het fundamentele onderzoek in Amsterdam en het onderwijs dat hieraan verbonden is.” 

    De bèta-decanen zien deze nieuwe samenwerking rond dat instituut samen met ASML als een mijlpaal in de samenwerking tussen de VU en UvA, ondanks de opschorting van de besluitvorming rond hun fusie. “De oprichting van het instituut mag worden beschouwd als een mijlpaal in de hechte samenwerking van de gezamenlijke bètafaculteiten van de VU en de UvA,” stelt Hubertus Irth, decaan van de Faculteit der Exacte Wetenschappen van de VU. De FNWI-decaan Kareljan Schouten van de UvA laat weten: “Bijzonder is dat het INL wordt gekoppeld aan de onderwijsprogramma’s van de gezamenlijke bètafaculteiten van de UvA en VU. Dat biedt uitgelezen mogelijkheden voor onderzoeksstages en promotieonderzoek.”

    De universiteitsgeschiedschrijvers van de VU en de UvA hebben elkaar inmiddels ook ontdekt. Op Twitter meldt de VU-historicus: "Overleg met P.J.Knegtmans, universiteitshistoricus UvA. De universiteitshistorici werken samen, maar gaan niet fuseren;) "