Ethiek in het hbo-onderzoek

Nieuws | de redactie
7 januari 2010 | Het is hoog tijd dat er gedragsregels komen voor onderzoek in het hbo. Want met het kwaliteitszorgstelsel onderzoek zijn we er nog niet, zo vindt HAN-lector Yvonne Heerkens. “Onderzoekers zijn maar zelden echt objectief en worden lang niet altijd uitsluitend gedreven door een wetenschappelijke honger naar de waarheid.”

Voor alle Nederlandse universiteiten is op 1 januari 2005 de VSNU-gedragscode voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs van kracht geworden. De gedragscode beschrijft principes en gewenst gedrag bij wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en bevat bijvoorbeeld regels voor het gebruik van persoonsgegevens in wetenschappelijk onderzoek, het werken met bestaande  bestanden, de meldingsplicht en de regels voor het bewaren van gegevens. De code schrijft ook voor dat alle nevenfuncties van wetenschappers door de universiteiten in een register worden opgenomen en op aanvraag openbaar beschikbaar zijn.

Expliciete uitgangspunten wetenschapsbeoefening

Het grote belang van een gedragscode is dat de uitgangspunten voor wetenschapsbeoefening, die aan de universiteiten tot nu toe veelal impliciet worden gehanteerd, daarmee expliciet zijn beschreven. Universiteiten dragen er bovendien zorg voor dat de gedragscode een plaats krijgt in het curriculum van de onderzoeksmasters en van het promovendionderwijs.

De gedragscode en het hanteren daarvan komen niet uit de luchtgevallen. ´Zuivere´ wetenschap hoort waardenvrij en onafhankelijk te zijn maar in de praktijk is dat ook binnen universiteiten nog maar zelden het geval. Universiteiten worden steeds meer geprikkeld marktgericht te handelen en zijn evenals de hogescholen voorfinanciering van onderzoek aangewezen op externe bronnen. Als onderzoekers handelen in dienst van de markt en de industrie is onafhankelijkheid lastiger.

Voorbeelden

Voorbeelden van ethische dilemma´s van een onderzoeker zijn:

  • Wat te doen met een opdrachtgever die probeert het onderzoek ineen bepaalde richting te sturen om daarmee de ´echte´ problemen te omzeilen? Soms weet je als onderzoeker dat daarmee het probleem niet is opgelost maar ´de zaak is gered´.
  • Wat te doen met onderzoeksresultaten die een tegengesteld effect hebben aan wat wordt beoogd (bijvoorbeeld resultaten die leiden tot een verhoging van het ziekteverzuim in plaats van eenverlaging)?
  • Wat doe je met politici of bestuurders die eisen stellen ten aanzien van de definiëring van politiek gevoelige onderwerpen, zoals duurzaamheid?

Belang van onafhankelijkheid

Onderzoekers zijn maar zelden echt objectief en worden lang niet altijd uitsluitend gedreven door een wetenschappelijke honger naar de waarheid. Behalve afhankelijkheid van de markt of van eengeldschieter spelen bij wetenschappers ook secundaire belangen als carrière en persoonlijke roem een rol. Hun denken wordt bovendien bepaald door op dat moment heersende wetenschappelijke paradigma´s.Vele wetenschappers met een rotsvaste overtuiging van hun gelijk over een bepaald onderwerp, zullen moeite hebben nieuw onderzoek dat niet in overeenstemming is met hun visie, objectief te beoordelen. Door deze mensen ‘onafhankelijk’ te noemen alleen omdat er geen financiële relatie is met het bedrijfsleven miskennen we andere belangenconflicten die mogelijkerwijs zelfs een grotere invloed zouden kunnen hebben.

Onderzoek binnen het hbo

Op de hogescholen geldt (vooralsnog) geen gedragscode waaraan onderzoekers zich moeten houden, maar ze moeten er wel komen. Alle uitgevoerde onderzoek zou gebonden moeten zijn aan 2 soorten regels:

  • regels over hoe het onderzoek uit te voeren;
  • regels over het omgaan met zaken als privacy en de veiligheid van (bijvoorbeeld) de patiënt / cliënt / proefpersoon.

De regels over de wijze van uitvoering van het onderzoek gelden voor alle soorten onderzoek. Het gaat om de toepassing van zorgvuldigheid, zorgen voor betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid, en onafhankelijkheid.

Regels over omgaan met privacy en veiligheid gelden vooral bijonderzoek waarbij mensen als onderzoeksgroep of doelgroep betrokken zijn. Omdat het onderzoek in het hbo altijd praktijkgericht is, zijn er vaak ook mensen bij betrokken. Zelfs als het ´alleen´ maar gaat om interviews kan dat voor personen een grote impact hebben.

Onderzoekers die hun werk nu al willen toetsen aan gedragsregels van mensgebonden onderzoek kunnen gebruik maken van de regels van de Commissies Mensgebonden Onderzoek (CMO) en Medisch EthischeToetsingscommissies. Deze veelal regionaal opererende commissies vallen onder de ´Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek´. DeCMO´s hebben een checklist waarmee vastgesteld kan worden of toetsing door een commissie van belang is. Daarin worden vragen gesteld over:

  • het onderwerp van onderzoek
  • het wel of niet meerderjarig zijn van proefpersonen
  • het wel of niet wilsbekwaam zijn van proefpersonen
  • de wel of niet therapeutische aard van het onderzoek
  • gaat het om interventies of observaties.

Specifieke gedragsregels voor praktijkgericht hbo-onderzoek

De afzonderlijke hogescholen zijn bezig met het ontwikkelen vaneen kwaliteitszorgstelsel waarvan in ieder geval de algemeen geldende criteria voor goed wetenschappelijk onderzoek deel uitmaken. Daarmee zijn we er nog niet. Alleen de HogeschoolAmsterdam heeft een gedragscode praktijkgericht onderzoek ontwikkeld waarbij ze zich sterk hebben laten leiden door de gedragscode van de VSNU. Het onderwerp staat op de agenda van het door de HBO-raad gesteunde landelijk Platform Lectoren en de verwachting is dat zij met een voorstel komen voor alle hogescholen.

Gerda Geerdink & Yvonne Heerkens


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK