Een spraakmakend project

Nieuws | de redactie
15 juli 2010 | 'Roddelen op de werkvloer' en 'poëtische momenten in de professionele communicatie'. Niet de meest voor de hand liggende onderwerpen om op te promoveren, maar informele communicatie blijkt een onderwerp vol verrassende inzichten. Dat toont een gesprek met Chris Kuiper, lector Participatie, Arbeid en Gezondheid aan de Hogeschool Rotterdam.

De Hogeschool Rotterdam heeft een inspiratiebundel uitgebrachtter uitdieping van het debat over de kwaliteit en effectiviteit vande lectoraten in het hbo. Klik hier en bestel de complete bundel.ScienceGuide publiceert een aantal van deze gesprekken metinnovatieve lectoren. Marjon Molenkamp en Sandra Storm-Spuijbroekgingen in gesprek met Chris Kuiper, lector Participatie,Arbeid en Gezondheid.

Hoe is Een Spraakmakend Projectontstaan?

In 2007 is Rinus Feddes, een van de medewerkers van deKenniskring Participatie, Arbeid en Gezondheid (PAG) eenpromotieonderzoek naar roddelen op de werkvloer gestart. Via hem iseen vraag binnengekomen van een dagactiviteitencentrum uit de regiowaar roddelen op de werkvloer een probleem vormde. Op dat momentwas ik zelf bijna klaar met mijn promotieonderzoek naar poëtischemomenten in professionele communicatie. Dat zijn ‘ontwrichtendemomenten’, momenten die mensen raken. Die kunnen positief maar ooknegatief zijn. Vanuit de kenniskring hebben we contact met eenaantal andere organisaties die ook worstelen met de vraag: Wat doenwe met roddelen? Is roddelen positief, is het negatief? Laat je hetgebeuren, moet je het structureren? Zeker is dat roddelenschade kan aanrichten. Als je roddelen definieert als samen pratenover een derde persoon die niet aanwezig is, valt ook contacttussen twee hulpverleners over een cliënt in dit spanningsveld. Danis er veel ‘geroddel’ in de gezondheidszorg.

Ik heb zelf narratief onderzoek gedaan om te kijken of weprofessionals kunnen helpen tot dialoog te komen door hetuitwisselen van hun verhalen, en vanuit de dialoog te komen totpraktijkverbetering. Als professionals in hun dagelijks werk klemkomen te zitten tussen het professionele verhaal en hetmanagementverhaal, dan blijkt dat dergelijke dilemma’s niet ofnauwelijks worden uitgewisseld. Niet met andere professionals maarook niet met het management. Professionals vinden die dilemma’s hunpersoonlijke probleem. Om tot verbetering te komen moet de dialoogop gang worden gebracht om de verschillende beelden met elkaar tedelen. Al deze zaken bij elkaar, hebben ons toen tot het inzichtgebracht dat de tijd rijp was om voor dit onderwerp eenRAAK-publiek-aanvraag in te dienen.

Heb je vanaf het begin het gevoel gehad dat het eenmooi traject ging worden?

Ja en nee. Toen de vragen uit de praktijk kwamen, dacht ik: ‘Ditis dus waar het om gaat! Samen met de praktijk onderzoek doen opzodanige wijze dat praktijkmensen net zo hard onderzoeker zijn alsde studenten en wij dat zijn.’ Voor het project hebben wegebruikgemaakt van de methodiek van actieonderzoek. Het blijkt voorde studenten erg wennen omdat ze in die methode zelf onderdeel vanhet onderzoek zijn. Ze stellen de vragen maar zijn ook onderdeelvan de vraag. Hoe de vraag gesteld wordt, leidt mede tot hetantwoord. Een actieonderzoek begint niet met een hypothese,maar met jezelf openstellen en luisteren. Dat is wat mij betreftdan ook dé basisvaardigheid van alle zorg- en welzijnprofessionalsdie wij hier opleiden. Dat is iets waar we ons als hogeschool ookveel meer van bewust moeten zijn.

In het begin hebben we wel zorgen gehad of dit soort onderzoekwel financierbaar zou zijn in Nederland. Op verzoek van SIA-RAAKhebben we een openbare review gehad over wat kan en wat niet kan inpraktijkgericht onderzoek. Kan een praktijkgerichte blik welsamengaan met het verrichten van onderzoek? Onze ideeën over watpraktijkgericht onderzoek is zijn verdiept gedurende het project.Dat is op zich al een mooi resultaat. We maakten gedurende hetproject onderscheid tussen praktijkgericht onderzoeken ensituationeel onderzoeken. In Een Spraakmakend Project zijn debegeleiders onafhankelijk gebleven van de onderzochten. Wijhebben ons beziggehouden met de vraagstukken en omstandighedenvan de beroepsbeoefenaar, maar we zijn geen onderdeel van deorganisaties geworden. Er is geen sprake geweest van going native2.Wij zijn ons steeds blijven afvragen: ‘Waarom zijn deze verhalen zogangbaar in deze organisaties?’

Wij wilden uitvinden wat de verhalen ons kunnen vertellen overmacht, hiërarchie, innovatie en verantwoordelijkheid. Dat zou jepraktijkgericht onderzoek kunnen noemen. De studenten alsonderzoekers zijn daarbij ondergedompeld in de complexiteit van hetberoepenveld. Om iets over de praktijk te leren is een leermethodenodig die concreet is en op de context is afgestemd; taken moetenworden verricht, vaardigheden verworven, reflecties op hetberoepsmatige handelen uitgewisseld. Leren en onderzoeken wordtdaarbij in de praktijk ‘gesitueerd’. Onze ervaringen en die vanstudenten en de praktijk zijn weergegeven in Praktijkgerichtonderzoek in de praktijk: Een Spraakmakend Project (Houweling,Kuiper & Letiche, 2010) Het project heeft een hele positieveinsteek, het gaat uit van de wil tot verbeteren. Als ik nu zoterugkijk, dan ben ik er ontzettend trots op hoeveel het projectteweeg heeft gebracht en hoeveel relevante resultaten hetheeft opgeleverd.

Volgens ons is jouw persoonlijke betrokkenheid bijhet onderwerp van grote waarde geweest. Hoe omschrijf je jouwrol in het project?

Formeel ben ik de projectleider van het geheel, maar dat zegtnog niet zoveel. Ik ben penvoerder, verantwoordelijke voor hetgeheel en op allerlei manieren in het project actief geweest. Zoheb ik het formele overleg gevoerd met het consortium en ooklesgegeven over kwalitatief interviewen aan de bachelorstudenten.Wat het belangrijkste is, is dat we hebben geprobeerd eenleerwerkgemeenschap te maken. Een omgeving waarin we stimuleren ommet elkaar te leren en te onderzoeken. Wellicht heb ik geprobeerdop te treden als inspirator – en soms als advocaat – van het belangvan praktijkgericht onderzoek.

Daarbij heb ik geprobeerd om soms ingewikkelde concepten heelpraktisch te maken door het stellen van vragen, variërend van ‘Watbetekent het voor mijn werk van morgen?’ tot het kritisch terdiscussie stellen van andere vormen van kwantitatief onderzoek.Mijn stokpaardje is dialogische zorg. Ik heb geprobeerd het belangvan luisteren, het belang van het komen tot een dialoog onder deaandacht te brengen. Voor studenten van de opleidingen Zorg enWelzijn maar ook voor Personeel en Arbeid vind ik het essentieeldat studenten leren hoe ze tot een betekenisvolle dialoog kunnenkomen. Hoe je erachter kunt komen wat iemands drive of passie is?Waar men zich echt mee verbindt? Hoe kun je vragen wat iemandwerkelijk bezighoudt? We moeten leren luisteren naar onze omgeving,naar collega’s, naar cliënten, naar vrijwilligers, naar medewerkersom de ander te leren verstaan en verschillen te overbruggen.

We vinden het bijzonder dat het project zowelresultaten heeft gehad voor de professionals in de hulpverlening ende zorg als voor de studenten en voor jullie als onderzoekers.Had je dat verwacht?

Inderdaad heeft het project een veelheid aan resultatenopgeleverd. Ik zal twee voorbeelden geven. AllereerstStichting Humanitas Thuiszorg en Maatschappelijke Dienstverlening,waar het project zich richt op de begeleidingsavonden vanbuddy’s die chronisch zieken ondersteunen. Uit de verhalen vanbeide groepen blijken er nogal wat verschillen in verwachtingen tezijn. De begeleiders geven daarop aan de behoefte te hebben omde inhoud van de begeleidingsavonden te heroverwegen. Ditheeft geresulteerd in een buddydag waarin begeleiders en buddy’sintensief met elkaar in gesprek zijn gegaan over hunverwachtingen en behoeftes ten aanzien vande begeleidingsavonden en de begeleiding.

Ten tweede de Stichting Humanitas waar het onderzoek zichricht op het sterk veranderde werk van maatschappelijk werkenden enenkele verpleegkundigen die zorg dragen voor deindicatiestelling van mensen die gebruikmaken van deintramurale en extramurale zorg van de locatie Akropolis vanHumanitas. Uiteindelijk heeft dit onderzoek geleid tot eenheroverweging van het aanbod van maatschappelijk werk en hetexpliciteren van taak- en functieomschrijvingen. Ook zijn doorenkele professionals individuele keuzes gemaakt om een anderefunctie te gaan vervullen en zijn werkprocessen meergestroomlijnd.

Naast deze praktische resultaten zijn er ook wetenschappelijkeresultaten geboekt door het realiseren van internationalepublicaties. Rinus Feddes heeft een deel van zijnpromotieonderzoek binnen dit project gedaan en hij hoopt inhet studiejaar 2010 – 2011 zijn gehele promotieonderzoek af teronden. Bij de projecten die vanuit de Raak-publiekaanvraag zijngestart, zijn allerlei onderwijsniveaus betrokken geweestzoals tweedejaars bachelorstudenten, minorstudenten enmasterstudenten die er hun afstudeerproject doen. Alle studentenhebben momenten van twijfel gekend: Wat doe ik hier? Waar benik ingestapt? De studenten zijn er allemaal doorgekomen engeven aan dat zij op een andere manier naar de zorg zijn gaankijken. De zorg blijkt veel complexer te zijn dan ze gedachthadden, maar vaak ook wel veel leuker. Onderzoeksmatig heefthet project vooral een aantal methodologische inzichtenopgeleverd.

We hebben kritische opmerkingen verzameld bij de methodiek vanactieonderzoek maar we hebben ook de vraag opgeroepen hoe jeactieonderzoek in organisatorische zin het beste kan inzetten.Kun je bijvoorbeeld van actieonderzoek spreken als de contractenvoor een project door managers worden getekend en nietiedereen bereid is zijn handelen tegen het licht te houden omhet vervolgens te kunnen verbeteren? Dus of we al dezeresultaten verwacht hebben? Het is onze hoop en onze intentiegeweest, maar dat het zo goed zou uitpakken, dat hebben weniet verwacht. We hebben het geluk gehad dat de drie centralethema’s uit het project blijkbaar aandacht trekken. Ten eerstetrekken roddelen en alle verwante begrippen altijd deaandacht. Ten tweede heeft praktijkgericht onderzoekverdieping, onderbouwing en en goede voorbeelden nodig. En tenslotte leerwerkgemeenschappen. Deze staan op dit moment erg inde belangstelling, zoals bij academische werkplaatsen enI-labs in het excellentieonderwijs van de Hogeschool Rotterdam.

Hoe zou je in een volgend project de betrokkenheidvan verschillende partijen nog beter tot hun recht kunnenlaten komen?

In de toegekende vervolgsubsidieaanvragen Gezond Actief OuderWorden en Everybody on Board hebben we studenten,docent-onderzoekers, lectoren en mensen uit de praktijk gekoppeldin een leerwerkgemeenschap om van daaruit te werken aan eenopdracht in het project. In het project is het vooral moeilijkgebleken om studenten en docenten buiten de gebouwen van dehogeschool te krijgen om hen in te zetten voor het project of voorde begeleiding van de studenten. Door op voorhand eenleerwerkgemeenschap buitenhuis te organiseren, kiezen debetrokkenen er bewust voor en dan is het veel minder eenprobleem. Daarnaast willen we de deelnemende organisaties ookeen grotere verantwoordelijkheid voor het project laten nemen.Aanvankelijk hebben de organisaties verwacht dat wij hetonderzoek doen en zij de resultaten krijgen. Door deorganisaties meer te betrekken in het echtgezamenlijk ontwikkelen, leren en onderzoek doen, voelt depraktijk zich meer verantwoordelijk voor de vraagformuleringen de opzet van het onderzoek. Zo wordt hun betrokkenheidgeorganiseerd en wordt daarmee het leren onderdeel van hetproject. Een losse implementatie van de resultaten is dan nietmeer nodig.

En dialoog leidt tot inzichten, tot nieuweontwikkelingen?

Ik geloof in dialoog, in het proberen elkaar te verstaan. Je magverschillen van mening, graag zelfs, want juist van derafelrandjes kunnen we veel leren. Die leveren inzichten op, alsje inzichten of verschillen van mening met elkaar deelt. Danworden we er beiden beter van en wordt de wereld er beter van.Die overtuiging past heel erg bij mij.

Marjon Molenkamp is senior adviseur bij de DienstConcernstrategie en begeleidt vanuit de Hogeschool Rotterdamde audit door de OECD. Sandra Storm-Spuijbroek isprogrammamanager Sirius, Excellentieonderwijs bij deHogeschool Rotterdam en werkzaam bij deDienst Concernstrategie.

Wilt u de inspiratiebundel bestellen? Klik hier.

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK