Wetenschappelijke data op een hoop gooien

Nieuws | de redactie
4 oktober 2011 | De status van wetenschappelijke data kreeg een tikje door de commotie rond het vleesetersonderzoek. Toch willen prof. Peter van Oosterom en Paul Suijker (TUD) niet alles op een hoop gooien, want “geodata is zo met ons mens-zijn verweven dat we ons er meestal niet van bewust zijn.”

Van Oosterom (hoogleraar GIS Technologie TU Delft) en PaulSuijker (productonderzoeker en projectleider GeoLoket TU DelftLibrary) pleiten er daarentegen weer wél voor om wetenschappelijkedata als zodanig ‘op een grote hoop te gooien’.  Een hoop dievoor iedereen toegankelijk is. Juist door onderzoeksdata openbaarte maken (en niet alleen de wetenschappelijke publicatie erover)kunnen andere onderzoekers het werk controleren en er mogelijk opverder bouwen.

Geodata is nuttig

“Door het combineren van verschillende (geo)datasets zijn vaaknuttige en verrassende nieuwe inzichten te verkrijgen. Medicus JohnSnow gaf op een kaart van Londen aan waar en wanneer mensen cholerakregen en kon zo bepalen waar de besmettingsbron zich bevond. Datwas in 1854 het eerste officiële gebruik van geodata in onderzoek:een echte GIS-analyse (Geografische Informatiesystemen). In depraktijk gebruiken we al geodata sinds het begin van de mensheid:de vroegste kaarten op kleitablet predateren het geschreven woord.Geodata is zo met ons mens-zijn verweven dat we ons er meestal nietvan bewust zijn.

Universiteitsbibliotheken zijn al lang niet meer alleen opslag-en uitleenplekken van wetenschappelijke boeken en tijdschriften.Onderzoekers kunnen er steeds vaker terecht voor het raadplegen vanomvangrijke datasets van derden en voor de opslag van hun eigen -vaak omvangrijke – datasets.

Datasets vinden elkaar te weinig

De universiteitsbibliotheken zorgen voor goede ontsluiting vandeze (geo)datasets zodat onderzoekers de data eenvoudig voor huneigen onderzoek kunnen gebruiken. Een epidemioloog zou bijvoorbeeldde gegevens van een bioloog over de vlucht van trekvogels kunnencombineren met zijn eigen gegevens over vogelgriepgevallen om tekijken of er een verband is. Dat geldt niet alleen voor biologen enepidemiologen.

Ook criminologen, archeologen en watermanagers kunnen veelhebben aan beschikbare (geo)data. Helaas vinden deze datasetselkaar nu nog (te) weinig. Getuige de steun voor het Maps4Sciencevoorstel (www.maps4science.nl) dat onlangs is ingediend, is ditechter wel degelijk iets waar veel kennisinstellingen behoefte aanhebben.

De in dit voorstel beschreven virtuele onderzoeksfaciliteit isdan wel niet zo tastbaar als een schip voor maritiem onderzoek, eenruimtetelescoop of de deeltjesversneller van CERN, maar misschiennog wel complexer. Want behalve de onderzoeksdata zijn er in depraktijk enorm veel andere datasets die ook voor onderzoekers vangroot belang kunnen zijn.

Op een hoop gooien tak van wetenschap zélf

De herkomst hiervan is zeer divers: het kadaster (percelen,basiskaarten, gebouwen, adressen, kabels en leidingen),Rijkswaterstaat (hoogte- en dieptedata, wegen), TNO, KNMI, CBS,RIVM, PBL, enzovoort. Behalve de hoeveelheid partijen speelt ook deenorme variatie aan en omvang van data een rol, waardoor het ‘opeen hoop gooien’ van dit soort verschillende datasets makkelijkergezegd is dan gedaan. Het is eigenlijk een tak van wetenschap opzich.

Dus: we zijn geen voorstander van generalisaties over devermeende slechte kwaliteit van wetenschappelijke data. Maarwetenschappelijke data mogen wat ons betreft zeker wel -gecontroleerd – op een grote hoop gegooid worden en toegankelijkgemaakt. In navolging van de analyse van John Snow zullen er danzeker meer wetenschappelijke doorbraken volgen. Daar wordt dewetenschap – en de wereld – alleen maar beter van.”

Peter van Oosterom, hoogleraar GIS technologie TUDelft

Paul Suijker, productonderzoeker en projectleider GeoLoketbij TU Delft Library


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK