Naar een flexibele leeromgeving

Nieuws | de redactie
25 september 2015 | Hoe ziet het klaslokaal van de toekomst er uit? Onderwijsinstellingen worstelen met de vraag hoe een optimale digitale leeromgeving er uit moet zien. De notitie ‘De digtale leeromgeving van de toekomst’ van SURF biedt handvatten voor samenwerking tussen instellingen en leveranciers.

Een digitale leeromgeving is flexibel en persoonlijk en sluit daarmee aan op de behoeften van student en docent. “Dit vraagt veel van de ICT-infrastructuur van instellingen, en stelt hoge eisen aan archivering, beveiliging en beheersbaarheid,” schrijft SURF. “Een digitale leeromgeving van de toekomst is een samenhangend geheel van diensten en applicaties die studenten en docenten ondersteunen bij het leerproces en het onderwijs. Dit vraagt ook om nieuwe architecturen waarbij integratie van deze losse onderdelen een grote uitdaging vormt.”

Volgens SURF heeft het hoger onderwijs behoefte aan duidelijke kaders om de mogelijkheden van flexibele en persoonlijke leeromgevingen optimaal te benutten en integreren. SURF heeft de belangrijkste aspecten daarvan op een rij gezet. U leest deze hieronder.

De contouren

Een digitale leeromgeving die de gebruiker – student, docent, afdeling – centraal stelt, heeft baat bij een architectuur waarin gebruikersinteractie, procesondersteuning en gegevensbeheer van elkaar gescheiden zijn. Hierdoor kunnen basisgegevens door meerdere applicaties gebruikt worden, en kan het leerproces transparant gevolgd worden. Bovendien zijn applicaties gemakkelijk los van elkaar te vervangen, uit te breiden en zijn externe applicatie of applicaties van de gebruiker toe te voegen. De digitale leeromgeving biedt de mogelijkheid om gepersonaliseerde leerpaden samen te stellen, en om op meerdere niveaus en over instellingen heen samen te werken.

De componenten

Eén systeem dat aan alle behoefte en wensen van alle studenten en docenten voldoet, bestaat niet. Een modulaire benadering ligt voor de hand, waarin alle componenten – de gebruikte diensten en applicaties en ICT-systemen – als legoblokken eenvoudig met elkaar te combineren zijn en samen de leeromgeving vormen. Componenten vervullen functies als ‘communicatie’, ‘samenwerken’, ‘toetsen’, ‘roostering’ en ‘inleveren en beoordelen van opdrachten’ en vormen

het uitgangspunt bij de inrichting van een digitale leeromgeving. Deze componenten zijn vervangbaar en uitbreidbaar, zodat de leeromgeving altijd aangepast kan worden aan nieuwste ontwikkelingen in het onderwijs en kan inspelen op technologische ontwikkelingen. Sommige beschikbare applicaties kunnen ingezet worden voor meerdere componenten tegelijk, zoals het learningmanagementsystem (LMS), een all-in-one applicatie.

Standaarden en begrippenkaders

Een samenhangend geheel van losse componenten dat schijnbaar als één systeem werkt, kan alleen als technische afspraken zijn gemaakt over de standaarden waaraan deze componenten moeten voldoen. Door standaarden te gebruiken, kunnen gegevens veilig, betrouwbaar en eenvoudig uitgewisseld worden. Ook het afstemmen van begrippenkaders is daarbij van belang, omdat er in het onderwijs vaak verschillende begrippen worden gebruikt voor dezelfde informatie.

De digitale leeromgeving als een geïntegreerd geheel

Diensten en applicaties zijn in de praktijk nog niet zover gestandaardiseerd dat ze moeiteloos op elkaar aansluiten. Om losse systemen als één systeem te laten functioneren is een integratieinfrastructuur noodzakelijk. Een integratie-infrastructuur zorgt ervoor dat gegevens tussen applicaties kunnen worden uitgewisseld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen visuele integratie, gegevensintegratie en systeemintegratie.

Visuele integratie

Visuele integratie zorgt voor een schil om alle applicaties heen zodat het voor gebruikers voelt alsof ze in één omgeving werken. Dit kan via portals of mobiele applicaties waarmee de gebruiker ook zijn eigen leeromgeving kan creëren en informatie en functionaliteit kan toevoegen en verwijderen.

Gegevensintegratie

Bij gegevensintegratie gaat het erom dat gegevens vanuit een applicatie of bronsysteem, ook in andere applicaties gebruikt kunnen worden. Hiervoor zijn speciale interfaces nodig zoals Application Programming Interfaces (API’s).

Systeemintegratie

Alle losse systemen individueel aan elkaar koppelen tot één systeem, vergt een veelvoud van koppelingen en is lastig te standaardiseren en te onderhouden. Gespecialiseerde applicatieintegratiesoftware, zoals een Enterprise Service Bus (ESB) en datawarehouse maken het koppelen van systemen mogelijk. Deze systemen vereenvoudigen de communicatie tussen applicaties door de gegevens van zowel de zendende als de ontvangende applicaties indien nodig te vertalen. Elk systeem hoeft maar één keer te koppelen met de ESB of het datawarehouse.

Toegang tot de digitale leeromgeving

Om de digitale leeromgeving persoonlijk te maken zijn portals en mobiele apps een mogelijkheid. De toegang tot de achterliggende afgeschermde informatie en systemen wordt georganiseerd door middel van identi?catie (wie ben je), authenticatie (ben je, wie je zegt dat je bent) en autorisatie (welke informatie mag je zien). Via autorisatie krijgt de gebruiker toegang tot die diensten en gegevens waarvoor hij bevoegd is. Dat kan op basis van een rol die de gebruiker binnen een project of organisatie heeft, maar ook omdat de student of medewerker op dat moment tot een bepaalde groep behoort. Hiervoor is goed groepsmanagement een voorwaarde. SURFconext biedt een functionaliteit die het gebruik van groepsinformatie binnen verschillende applicaties mogelijk maakt.

Een toekomstbestendige digitale leeromgeving

Voor het ontwikkelen van een toekomstbestendige, geïntegreerde digitale leeromgeving is een voorwaarde dat de basissystemen, zoals het Student Informatie Systeem (SIS), op orde zijn. Daarbij is het belangrijk om vanuit een architectuurvisie te werken bij het integreren van de applicaties, met name omdat functionaliteit en toepassingsmogelijkheden van veel applicaties overeenkomen. Verder zijn standaarden en API’s van belang voor een zo eenvoudig mogelijke integratie van alle componenten. Ook moet nagedacht worden over de governance van de digitale leeromgeving en acceptatie binnen de onderwijsinstelling. Het realiseren van een geïntegreerde leeromgeving die aansluit bij de ontwikkelingen in het onderwijs vergt nog de nodige stappen. Instellingen zullen een visie op de digitale leeromgeving van de toekomst moeten ontwikkelen, om deze stappen goed te kunnen zetten. Of zoals

in het Educause-rapport over de Next Generation Digitale Learning Environment wordt gesteld: “The culture of higher education teaching and learning must evolve to encourage and even demand the realization of the Next Generation Digital Learning Environment (NGDLE).” De Nederlandse hoger onderwijsinstellingen staan hierbij voor de uitdaging om dit gezamenlijk op te pakken. SURF ondersteunt het hoger onderwijs bij deze uitdagende innovatie

De volledige notitie ‘De digtale leeromgeving van de toekomst’ leest u hier


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK