TU’s in de knel bij bekostiging

Nieuws | de redactie
29 mei 2017 | De afgelopen jaren hebben overheid, onderwijs en bedrijfsleven ingezet op het terugdringen van de tekorten in de technieksector. De aanpak lijkt in hbo en wo te werken, waar het aantal bètastudenten toeneemt. Het succes kent een keerzijde: op TU’s wordt steeds vaker een numerus fixus ingesteld.

Die fixus zorgt voor beroering. In november vorig liep de zaak zelfs zo hoog op dat Harm Beertema (PVV) met steun van onder meer Michel Rog (CDA) een motie indiende om buitenlandse studenten te weren bij (technische) opleidingen met een fixus. “Het zou toch te gek voor woorden zijn dat Nederlandse studenten slachtoffer worden van een numerus fixus terwijl er hele busladingen internationale studenten worden geworven in het buitenland.” Zei Beertema destijds

Het afgelopen jaar is het aantal opleidingen bij de technische universiteiten met een numerus fixus toegenomen. De Wageningse rector Arthur Mol was er begin dit jaar al duidelijk over. “We kunnen wel zeggen dat het bijna 5 voor 12 is”, zei de rector in gesprek met studenten over de toegenomen studentenaantallen op de TU’s.

Voor de technische universiteiten – verenigd in de 4TU – is de toenemende druk aanleiding om zich samen met de metaalunie FME tot de overheid te wenden in de roep om meer investeringen: €450 miljoen moet er jaarlijks extra naar de TU’s volgens hen. “Dit probleem vraagt om tijdelijke en structurele maatregelen zodat technische universiteiten de groei zonder kwaliteitsverlies kunnen accommoderen,” stelden zij in februari.

Meer onderbouwing bij numeri fixi

Bij de behandeling van de onderwijsbegroting vroeg de Tweede Kamer OCW in een motie om een analyse van de bekostigingssystematiek in het hoger onderwijs. In die analyse die Bussemaker vorige week presenteerde wordt uitgebreid ingegaan op de situatie waar de technische universiteiten zich nu voor zien. Een belangrijk punt van aandacht daarbij zijn de numeri fixi die steeds vaker door universiteiten ingezet worden.

In reactie op Kamervragen van Pieter Duisenberg (VVD) en Harry van der Molen (CDA) gaat Bussemaker in op de capaciteitsproblematiek en de numerus fixus. Kort door de bocht lijkt het aantal studenten dat door de huidige fixi niet geplaatst zijn bij de opleiding van hun voorkeur vooralsnog mee te vallen, zo schrijft Bussemaker.

Minister Bussemaker leek derhalve nog niet overtuigd te zijn dat de problemen bij de TU’s echt zo groot waren en was ze niet gecharmeerd van de toename in het aantal fixi: “Dat gaat mij natuurlijk veel te snel, de technische universiteiten moeten maar eens goed onderbouwen wat zij tekort komen. Er wordt nu wel heel makkelijk een numerus fixus gebruikt in de hoop extra geld te krijgen.”

Dat er wel degelijk wat te doen is om de bekostiging van het technisch hoger onderwijs, blijkt uit de analyse van de bekostigingssystematiek. De horden studenten die worden geweigerd zijn er niet, maar achter de cijfers en de definities gaan interessante ontwikkelingen schuil.

Hoe de capaciteitsproblematiek steeds meer opleidingen tot een fixus dwingt.

In totaal zijn er 150 bètatechnische opleidingen in Nederland, waarvan er tien een fixus hebben. Daarvan zijn er vijf die ook daadwerkelijk aan de technische universiteiten worden georganiseerd. De opleidingen die een fixus kennen zijn tevens niet de opleidingen waar de buitenstaander direct aan zou denken bij een typische technische opleiding.

Industrieel ontwerpen, klinische technologie en lucht- en ruimtevaarttechniek hebben al jaren een toelatingsmaximum. Voeding en gezondheid (Wageningen) is een relatief jonge opleiding waar afgelopen jaar 223 inschrijvers op 150 plaatsten aasden, en binnenkort komen daar in Wageningen Moleculaire levenswetenschappen en Biotechnologie bij als fixusstudies.

Hoewel het aantal fixi en het aantal studenten dat daar door geraakt wordt dus lijkt mee te vallen, erkent Bussemaker toch de capaciteitsproblemen bij de technische universiteiten. Een aanleiding daar voor is volgens OCW het in 2013 gesloten Techniekpact dat onder andere bedoeld was om meer leerlingen te verleiden een technische opleiding te doen.

Toch kan niet alles aan dit pact worden toegeschreven. Al voor het Techniekpact zijn in het zogeheten Deltaplan stappen gezet om in het voortgezet onderwijs de keuze voor technische profielen te stimuleren en ook in het hoger onderwijs is werk gemaakt van het aantrekkelijker maken van de techniekopleidingen.

“Technische Universiteiten groeien fors en ook bij de algemene universiteiten is er specifiek een grote groei te zien bij hun bètatechnische opleidingen. Ook in het hbo tekent zich de groei zich met name af in de richting van bètatechniek waaronder het groene onderwijs. Naar verwachting blijft de instroom in bètatechnische opleidingen de komende jaren hoog. Zo nam in de jaren 2010-2015 het aandeel vwo-leerlingen toe dat kiest voor de profielen Natuur & Techniek en Natuur & Gezondheid”, analyseert OCW.

Specifieke problemen TU’s

In de analyse bij de antwoorden op de Kamervragen gaat OCW verder in op de reden waarom er een scheefgroei is ontstaan tussen het aantal docenten en het aantal studenten. Met name de wijze van bekostiging lijkt de technische opleidingen parten te spelen. In de natuur- en technische domeinen is de onderzoekscapaciteit van wetenschappelijk personeel dat betaald wordt vanuit de eerste geldstroom relatief laag vergeleken met de onderzoekscapaciteit in deze domeinen vanuit de tweede en derde geldstroom.

Het huidige bekostigingsmodel hoger onderwijs is een verdeelmodel om het beschikbare geld over de instellingen te verdelen. Die verdeling van de rijksbijdrage over de instellingen gebeurt onder andere op grond van zaken als aantallen studenten, het aantal behaalde graden en afgeronde promoties. Daarnaast wordt een deel van de rijksbijdrage uitgekeerd als vaste voet. De instellingen hebben de autonomie om zelf te beslissen op welke wijze ze het geld verdelen over faculteiten en afdelingen en waar ze accenten leggen.

De analyse van OCW gaat ook in op waarom juist de technische opleidingen nu last hebben van de toegenomen studentenaantallen. Door groeiende studentenaantallen is scheefgroei ontstaan tussen het onderwijsdeel en onderzoekdeel wat de verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek en de balans tussen onderwijs- en onderzoekstaken van wetenschappelijk personeel onder druk zet. Een aanpassing van het onderzoekdeel kan zorgen voor een meer evenwichtige verdeling van de middelen over de instellingen en opleidingstypen gegeven de aanhoudende groei in studentenaantallen en in het bijzonder in bètatechnische opleidingen.

De 4TU laat in een reactie weten zich te herkennen in deze schets van de situatie waar de bètatechnische opleidingen zich in zien. Naast de analyse wordt in het stuk van OCW ook gekeken naar eventuele oplossingen, maar die gaan de 4TU niet ver genoeg. “Hoewel de Kamerbrief een aantal denkrichtingen schetst, biedt het kabinet geen oplossingen voor de klem waarin de technische universiteiten en de bètaopleidingen zich nu bevinden,” schrijven zij in een reactie.

De 4TU constateert net als OCW dat het beleid van de overheid om het aantal studenten in technieksector te vergroten succesvol is geweest. “De achterblijvende financiering vanuit de overheid zorgt nu voor een impasse. Het is urgent dat het huidige demissionaire kabinet met maatregelen komt, zodat direct kan worden begonnen met het uitbreiden van de onderwijscapaciteit.”

Bekostigingsfactoren

In een eigen analyse van de situatie komt de 4TU ook met een aantal ingrepen die fors verder gaan dan wat OCW voorstelt. Daarbij wordt met name gekeken naar wat er bij de geneeskundeopleidingen gebeurt. Zo is er een bekostigingsfactor die voor drie sectoren bepaalt hoeveel geld een universiteit per student ontvang van de overheid. Er zijn normaal (1), hoog (1,5x) en top (3x) bekostigde opleidingen. Waar geneeskunde op drie zit, zitten de bètatechnische opleidingen op anderhalf.

Waar OCW voorstelt om te onderzoeken of deze bekostigingsfactoren aanpassingen behoeven, stelt de 4TU al voor om de opleidingen in het technisch domein analoog aan geneeskunde de bekostigingsfactor drie toe te kennen. Volgens de technische universiteiten zijn in de nabije toekomst onherroepelijk extra investeringen in het gehele hoger onderwijs nodig.

Een budgetneutrale oplossing, zoals in de analyse van OCW wordt gesuggereerd, is voor de 4TU dan ook niet aan de orde. Hierin vinden zij ook steun van de VSNU die aan ScienceGuide laat weten niets in herverdeling te zien: “Dit is een probleem van een te kleine taart, niet van het verkeerd snijden van de stukken.”

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK