Honderd procent Open Access duurt nog wel even

Opinie | de redactie
28 juli 2017 | "Jeroen Bosman en Jeroen Sondervan schreven op ScienceGuide op 18 juli 2017 dat Nederland het beter doet wat betreft Open Access publiceren dan de 12% die de Balans van de Wetenschap meet. Het is goed dat er kritisch naar de Balans van de Wetenschap wordt gekeken. Maar daarbij moet wel rekening gehouden worden met het doel van de publicatie. Hieronder een toelichting op dat doel, en dan of we inderdaad Open Access beter ruimer hadden kunnen meten.
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Doelen in het wetenschapsbeleid zijn vaak slecht geoperationaliseerd. Dat biedt vele voordelen want laten we de doelen uit de Wetenschapsvisie 2025 er eens bijnemen: niemand kan tegen excellente wetenschap zijn, niemand kan tegen maximale impact zijn en niemand kan er tegen zijn dat jonge mensen in Nederland hun talenten kunnen ontplooien.

Evidence based discussiëren

Het wordt moeilijker als deze doelstellingen geoperationaliseerd worden: Dan blijkt excellente wetenschap duur te zijn. Dan komt de discussie op gang welke maximale impact van wetenschap we mogen verwachten. En er blijken veel talentvolle jonge onderzoekers te zijn die een academische carrière in Nederland willen. Operationaliseren maakt duidelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden om de doelen van het wetenschapsbeleid te realiseren.

Dat is de achtergrond van de Balans van de Wetenschap. Die is door de AWTI, de KNAW en het Rathenau Instituut opgesteld om het Kabinet te ondersteunen om de Wetenschapsvisie 2025 Keuzes voor de Toekomst te realiseren, en de Tweede Kamer inzicht te geven of dat lukt en om evidence based te kunnen debatteren over welke keuzes daarbij gemaakt moeten worden.

De operationalisering van de doelstellingen van de Wetenschapsvisie was geen sinecure. Voor Open Access was operationalisering echter vrij eenvoudig. Het kabinet, bij monde van staatssecretaris Dekker, heeft het doel gesteld dat in 2024 alle Nederlandse wetenschappelijke publicaties Gold Open Access gepubliceerd worden, dat wil zeggen dat ze direct vrij beschikbaar zijn voor lezers. Op dit moment is die 100% nog lang niet gehaald. Voor 2014 meten wij voor Nederland 12%, gebaseerd op het aantal publicaties met een Nederlandse auteur in Golden Open Access tijdschriften in de Web of Science.

Schattingen

Deze berekeningswijze is helder. Dat de drie door Jeroen Bosman en Jeroen Sondervan genoemde categorieën daar niet bij zitten is ook duidelijk. Alleen op basis van de eerste categorie kan gesteld worden dat onze meting aan de lage kant is. We lopen ze alle drie na.

(1) De publicaties die Golden OA gepubliceerd zijn in zogenoemde hybride tijdschriften met Golden OA artikelen en gesloten artikelen. De ERA monitor waar Bosman en Sondervan naar verwijzen,  neemt deze publicaties wel mee en komt dan op een geschat percentage van 25,3%. Deze schatting is gebaseerd op de SCOPUS database en een test met een sample uit die database. Het is niet direct mogelijk te achterhalen waarom het resultaat twee keer zo groot is. De methode leidt (bij hun) overigens tot een totaal percentage voor Gold en Green OA van 58,7%.

Dat vinden Jeroen Bosman en Jeroen Sondervan zelf ook te hoog, want zij schatten dat dat percentage voor Nederland op 30 à 40% ligt. In het achterliggende rapport voor de ERA-meting merken de auteurs overigens op dat Golden OA zo snel groeit ten opzichte van het hybride model, dat ze verwachten dat op termijn het aandeel in hybride tijdschriften minimaal wordt.

(2) De artikelen opgenomen in repositories. Nee, die nemen we niet mee, maar vallen deze vallen buiten de definitie van Gold Open Access en daarmee buiten de doelstelling van het Kabinet.

(3) Artikelen die niet opgenomen zijn in de Web of Science. Het klopt dat we deze niet meenemen, en dat geldt ook voor de niet OA-publicaties. Er is geen reden om aan te nemen dat er relatief meer Gold Open Acces publicaties buiten de Web of Science worden gepubliceerd dan er binnen.

De vraag hoe te rekenen is niet alleen een methodologische vraag. De vraag is ook of we de doelen van het wetenschapsbeleid scherp durven (te) stellen. Wie per se wil laten zien Nederland het best goed doet, kan het percentage Open Access artikelen nu al richting de 100% redeneren. Met twee à drie muisklikken en een kort verzoek kan vrijwel elk artikel via email van auteurs verkregen worden. Welke kleur die route heeft, weten we niet, maar het is niet de gouden.

Echt betekenis heeft

Het kabinet bracht eind 2014 haar Wetenschapsvisie uit met als horizon in de titel het jaar 2025. Eind 2016 publiceerden de AWTI, de KNAW en het Rathenau Instituut gezamenlijk de Balans van de Wetenschap, waarin de doelstellingen van de wetenschapsbeleid worden geoperationaliseerd. Dan wordt ook duidelijk dat de titel van de Wetenschapsvisie, Keuzes voor de Toekomst, echt betekenis heeft.

Om de ambities waar te maken moeten er echte keuzes gemaakt worden. Dat geldt ook voor Open Access. Het doel 100% Golden OA is nog niet gerealiseerd. Maar we hebben ook nog even te gaan. Het lijkt ons niet goed voor het wetenschapsbeleid, als we nu al gaan marchanderen met de doelstellingen, en daarmee te suggereren dat zonder echte keuzes te maken, alles toch wel goed komt.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«